Wim Swart heeft geconstateerd dat de generaties die de oorlog hebben meegemaakt als een soort tijdafbakening spreken over voor en na de oorlog.
Hij bracht in zijn column van 4 mei 1990 de tekst in herinnering: “Ik ben van na de oorlog en dat wil ik zo houden” . Deze tekst was de mooiste in Swarts ogen (ik ben het met hem eens), die op een spandoek werd meegedragen in de vredesdemonstratie van een half miljoen mensen in oktober 1983 in Den Haag. Ik herinner me de tekst. Ik stond toen ook op het Malieveld in Den Haag, samen met vriend en schoonouders.
Enige relativering op deze tekst is, nu na bijna 28 jaar na de demonstratie, wel op zijn plaats. Ik ben van na de tweede wereldoorlog, maar sindsdien hebben talloze oorlogen plaatsgevonden. Wel behoor ik tot de gelukkigen die zelf nooit een oorlog hebben meegemaakt en, ja, dat wil ik graag zo houden. Toch is oorlog niet ver weg. Dankzij tv en internet zijn we dagelijks getuige van oorlogen “in den vreemde”. Als land doen we zelfs mee met oorlogshandelingen, zoals tegen Libië. Wanneer ik Rutte en Rosenthal op de tv hierover hoor praten, krijg ik een onbehaaglijk gevoel. Ze voelen zich belangrijk, het lijkt voor hen een spel waarin ze plezier hebben: Nederland doet internationaal weer mee!
Maar heren politici, oorlog is geen spelletje. Het gaat om mensenlevens. Ik hoor de stemmen uit het verleden heel hard klinken:
“Wees waakzaam, wees behoedzaam, oorlog is niet ver weg, het kan zomaar weer gebeuren!”
Enkele regels van het gedicht “Vrede” van Leo Vroman (uit zijn dichtbundel Slaapwandelen, 1957) schieten door mijn hoofd:
Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.
Vanavond dodenherdenking.