Lambertus van Calcar, een autodidact
Felicien Bobeldijk beschreef in zijn jeugdprentje “
Een oude vriend” (p. 43) hoe hij als kleine jongen voorbij een groot raam kwam en een man zag: “half liggend, half zittend, als een geestverschijning”.
Ik citeer:
“Hij was de oom van een vriendje, als jong metselaar van het hooge dag gevallen van een in aanbouw zijnd gebouw, waardoor beide beenen voor altijd verlamd waren”.
“Bovenaardsch leek mij deze verschijning, ook door het over de schouders golvende haar en den langen tot op de borst afhangenden baard, beide reeds grijzend; dor het hooge voorhoofd, de krachtige gebouwde even gebogen neus, de groote diepliggende klare en blauwe oogen, nog dieper en sprekender door het was-bleeke gelaat in de omlijsting van den weelderigen haar- en baardgroei”.
Het kan bijna niet anders dan dat Bobeldijk het hier heeft over Lambertus van Calcar. De overeenkomsten: het ongeluk van een metselaar op jonge leeftijd en het beschreven uiterlijk zijn zo groot dat dit geen toeval meer kan zijn.
Lambertus van Calcar
Onlangs heb ik
Een gekortwiekte huismusch van Rita Hooijschuur gelezen. Dit boek is de populaire versie van haar afstudeerscriptie en gaat over het dagboek dat Lambertus van Calcar vanaf 1869 heeft bijgehouden. Lambertus van Calcar werd geboren in Zaandijk op 26 november 1845 als eerste zoon van Pieter van Calcar en Jansje Nieuwenhuis.
Op 10 februari 1847 overleed zijn moeder en enkele maanden later het in januari 1847 geboren zusje. Vader Pieter van Calcar (1823-1900) trouwde in 1848 met Aagje Hameka (1824-1892), waarna het gezin tussen 1849 en 1866 met nog vier zonen (Jacobus, Pieter, Pieter, Nicolaas) en vier dochters (Trijntje, Aaltje, Dieuwertje, Maartje) werd uitgebreid.
Driemaal kreeg het bij de Doopsgezinde Kerk aangesloten gezin van Pieter van Calcar met brand te maken. De eerste keer in 1854. Het gezin moest op 1 mei van dat jaar verhuizen, maar had nog geen ander huis. Daarom waren de meubels van het gezin opgeslagen in het huis van vader Lammert van Calcar, helaas onverzekerd. Een felle brand verwoestte de paardenstal van Hendrik Baas, vlakbij de Kogersluis te Koog aan de Zaan. De brand sloeg over naar de van hout gemaakte woon-winkel en pakhuis van Lammert van Calcar met alles wat daarin was. De woon-winkel en pakhuis brandden geheel uit. Het huis en de inboedel van Lammert van Calcar waren verzekerd, de meubels van Pieter niet.
In 1855 verhuisde het gezin naar de Jan Bestevaerspad te Koog aan de Zaan. In 1858 kreeg het gezin voor de tweede keer met brand te maken. Dit keer met een binnenbrand waarschijnlijk ontstaan door een vonk in de lappenmand. Gelukkig niet ernstig. De toen dertienjarige Lambertus was wakker geworden en waarschuwde zijn ouders met zijn geschreeuw.
De derde keer dat het gezin met een brand te maken kreeg was op 7 januari 1886. Nu was het zijn zus Dieuwertje die wakker werd. Deze brand was emotioneel en financieel het meest ingrijpend. De verzekeringsmaatschappijen stelden de uitbetaling van het schadebedrag steeds uit. Pieter van Calcar begon een rechtszaak tegen de verzekeringsmaatschappijen die hij na ruim vier jaren won. Grote schulden waren het gevolg.
Het arbeidszame leven van Lambertus van Calcar
Lambertus moest als oudste zoon al gauw meehelpen met het venten van garen, band, vruchten en werd van school gehaald. Hierdoor heeft hij slechts 3 jaar scholing gehad.
Tussen 1864 en 1868 verrichte hij verschillende beroepen. Hij loste schuiten, verrichte polderwerkzaamheden en was 5 maanden milicien (dienstplichtig soldaat). Bij de firma Verlaan te Zaandijk was hij opperman en leerde hij zichzelf het metselaarsvak. Als metselaar was Lambertus van Calcar betrokken bij de bouw van de spoorwegstations te Wormerveer, Koog-Zaandijk en Zaandam. Op 3 november 1868 verongelukte hij bij de bouw van het station te Zaandam, toen de steiger waarop hij stond te metselen instortte. Door de val raakte hij verlamd, waardoor hij de rest van zijn leven hulpbehoevend en afhankelijk van anderen zou zijn. Totdat zijn ouders waren overleden en alle broers en zusters het ouderlijk huis hadden verlaten bleef hij wonen aan het Jan Bestevaerspad. In 1903 woonde hij kort bij zijn jongste broer Nicolaas en daarna, tot aan zijn dood op 10 februari 1905 bij zijn broer Pieter in Koog aan de Zaan.
Het dagboek van Lambertus van Calcar
Lambertus van Calcar startte met zijn dagboek op 19 juli 1869 en beëindigde het op 7 oktober 1904, enkele maanden voor zijn dood. Het dagboek beslaat 620 bladzijden en talrijke bijlagen. Het bevat een schat aan informatie over de samenleving langs de Zaan.
Lambertus was autodidact. Door zelfstudie probeerde hij zijn tekort aan onderwijs in te halen. De Nederlandse taal had zijn eerste prioriteit, maar hij leerde zichzelf ook boekhouden, muziekschrift lezen en de Franse taal. Hij hield zijn dagboek bij, verzorgde de administratie van zijn vader, vervolgde zijn vaders kroniek per 1 januari 1869 en voerde een uitgebreide correspondentie. Zijn hobby’s waren schaken en dammen. Hij beschikte over een bibliotheek van 60 boeken, wat gezien zijn financiële afhankelijkheid zeer opmerkelijk was.
Bronnen:
Een gekortwiekte huismusch/ Rita Hooijschuur
Een jeugd aan de zaan/ Felicien Bobeldijk