De beginjaren

Het eerste boekjaar is niet direct succesvol

De geschiedenis van de tegenwoordige "ADM Cacao" begint officieel op 3 april 1911. Op die datum ontvangt Mr. Jan Walig, notaris te Zaandijk, vier van zijn plaatsgenoten.

Het zijn Hendrik Zwart Hzn. (zonder beroep), Jan Zwart Hzn. (winkelier), Gerrit Schipper (tuinman) en Aart Smit (koffiehuishouder).


Personeelsuitje vanaf de Guisweg in de dertiger jaren van de vorige eeuw.

De vier komen voor de oprichting van de N.V. Chocoladefabriek "De Zaan" met als doelstelling: het maken van chocolade- en suikerwerken en aanverwante artikelen en de handel daarin. De oprichters zijn leden van de Onderlinge Handelsvereniging "De Onderneming". In de vergadering van 9 november 1910 komt voor het eerst het idee ter sprake een chocoladefabriek te beginnen. Het voorstel is afkomstig van Jan Zwart.

Het bestuur van "De Onderneming" gaat voortvarend te werk. Op 7 december 1910 wordt aan de Wilhelminastraat te Zaandijk 1384 m2 grond gekocht. De prijs is f 2.625,-. De grootte van de fabriek wordt dan ook al vastgesteld: 15 meter lang, 14 meter breed, tweehoog, een kelder van 7 x 9 meter en 2 meter diep. De kosten van grond, gebouw, machines en goederen worden begroot op f 22.217,-.

Het lid C. Oosterhuis oppert het idee in de nieuwe fabriek ook cacaobonen te gaan branden. De andere leden van "De Onderneming" voelen daar niet voor "daar de kosten makkelijk hoger worden".

Op 5 januari 1911 zijn de tekeningen van de fabriek gereed. Men besluit dan van de chocoladefabriek een "Naamlooze Vennootschap" te maken "omdat de verenigingsvorm niet geschikt is voor het drijven van een fabriek".

Op 14 januari 1911 wordt Hendrik Zwart de eerste werknemer van het bedrijf. Als directeur verdient hij f 25,- per week, evenveel als zijn loon bij de chocoladefabriek Pette te Wormerveer bedroeg.

Het verkrijgen van kapitaal voor de N.V. is een groot probleem. De Zaandijker notaris Donker, die "De Onderneming" soms geld leent voor normale handelstransacties, lukt het niet voldoende aandelen te plaatsen. "De Onderneming" neemt zelf voor f 10.000,- aandelen. De leden dienen prive voor f 16.000,- te zorgen. Niet iedereen is het met deze gang van zaken eens. Vier leden van de Onderlinge Handelsvereniging bedanken.

Toch gaan de anderen door. Op 16 maart 1911 heeft de aanbesteding van de bouw van het bedrijfspand plaats. Laagste inschrijver is aannemer H. Schenk Jzn. voor f 12.599,- Als bouwkundig opzichter namens de N.V. treedt G. Schoone op.

Op 19 april 1911 is het een heugelijke dag voor de pas opgerichte vennootschap. Dan legt een der aandeelhouders, Jac. Gobielje Hz., bakker op het Gorterspad, de eerste steen voor het fabrieksgebouw.

De eerste aandeelhoudersvergadering heeft plaats in cafe Zaanzicht op 27 april 1911. De heer J.J. Duyvis brengt in deze bijeenkomst hulde aan "De Onderneming" voor het genomen initiatief. Hij hoopt dat deze zaak, te Zaandijk gevestigd, moge groeien en bloeien. De benoeming van H. Zwart tot directeur wordt bekrachtigd.

In november 1911 is het zo ver dat de produktie kan beginnen. De eerste artikelen (repen en rumbonen) vinden hun weg naar de consument. Om op een markt met veel concurrentie een plaats te veroveren zoekt "De Zaan" het in 1 cents-repen.

Het eerste boekjaar is niet direct succesvol. De aanloopkosten zijn hoog en de investeringen vergen meer geld dan men had becijferd. Er komt een verlies van f 4.690,- in de boeken te staan. Aandeelhouder Jan Huysman is bereid "De Zaan" op de been te houden en te voorzien in het voortdurend tekort aan financiele middelen. De schuld van het bedrijf aan hem loopt snel op. In augustus 1912 heeft hij al f 17.000,- aan het bedrijf geleend, twee maanden later is dit opgelopen tot f 18.500,-.

Toch kan niet worden gezegd dat de onderneming een mislukking is. Het personeelsbestand groeit tot ongeveer 15 mensen (voornamelijk jonge mannen en enkele meisjes) in de fabriek. Directeur Zwart wordt terzijde gestaan door een boekhouder, een reiziger bezoekt mogelijke klanten om de produkten te slijten. Dagelijks wordt 11 tot 12 uur gewerkt, maar dat is normaal in die tijd.

Het tweede boekjaar verloopt niet veel beter dan het eerste. Het verlies bedraagt f 5.859,-. Jan Huysman heeft dan al in totaal f 21.000,- als leningen aan het bedrijf verstrekt. Er komen klachten over directeur Zwart. Zo gebruikt hij bv. briefkaarten als kladpapier.

In mei 1913 doet Huysman een opmerkelijk voorstel: als mogelijkheid om de bedrijfsresultaten te verbeteren wil hij overgaan tot de aanschaf van persen om zelf cacaoboter te maken.

Als eigenaar van vier oliemolens op het schiereiland "De Hemmes" op het Kalf verwerkt hij cacao-afvallen. Hij weet uit ervaring dat hij met het zelf persen van cacaoboter meer geld kan verdienen dan wanneer hij uitsluitend chocoladeprodukten blijft fabriceren. Maar de gedachte van Jan Huysman vindt geen weerklank bij zijn mede-aandeelhouders. Het is niet moeilijk vast te stellen waar dit door komt: zij vinden het vereiste bedrag van f 40.000,- te hoog.

De leden van "De Onderneming" hebben allang spijt dat zij ooit geld in een chocoladefabriek hebben gestoken. Op 19 juli 1913 bes1uiten zij te proberen de in het bezit van de vereniging zijnde aandelen te verkopen. Het voorstel is dat 12 leden ze individueel overnemen.

Op 17 december 1913 zitten de leden weer met sombere gezichten over "hun" bedrijf te praten. Commissaris J. Zwart vertelt dat de toekomst van "De Zaan" ongunstig is. Besloten wordt een commissie te vormen die met president-commissaris Jan Huysman een gesprek zal hebben over "wat er met de fabriek moet gebeuren".

De hoop op betere tijden en het optimisme van Huysman houden het bedrijf op de been. Het derde boekjaar (1913) eindigt ook in de rode cijfers: een verlies van f 4.609,-. Aandeelhouder Schipper meldt in de ledenvergadering van "De Onderneming" dat de heer Huysman "hoopvol is gestemd op betere resultaten".

Een korte onderbreking van de produktie in juli 1914 bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog heeft geen grote invloed op de gang van zaken. Men krijgt wat meer mogelijkheden door de aankoop van "een oud cacaospitje en een aftands molentje" voor de produktie van z.g. "cacaobroden". Het vakmanschap om hier ervan een succes te maken ontbreekt evenwel.

Toch verbeteren de bedrijfsresultaten tegen het eind van 1914. Op 16 december 1914 wordt gezegd, dat "de fabriek nog nimmer zo voordelig heeft gewerkt als de laatste drie maanden". De aandeelhouders menen nu een kans te hebben het bedrijf te verkopen. Onderhandelingen worden aangeknoopt met T.O.C. (Teun 0ly & Comp.) te Zaandijk, maar deze heeft geen belangstelling.

Het vierde boekjaar levert de eerste winst op, zijnde f 3.907,- bij een omzet van f 65.000,-. Wellicht is dit een gevolg van de prijsstijgingen tijdens het eerste oorlogsjaar.

Jan Huysman probeert ook in die tijd de activiteiten van "De Zaan" uit te breiden. Hij stelt voor machines aan te schaffen voor de vervaardiging van cacaopoeder en boter. De andere aandeelhouders voelen er niets voor.

Desondanks zet hij zijn plannen in januari 1916 gedeeltelijk door: er worden voor f 600,- oude machines aangekocht. Financieel is het bedrijf al geheel afhankelijk van Huysman. Behalve zijn aandelen heeft hij er dan f 18.000,- ingestoken.

Lees verder ...

Reageer op dit artikel