De restauratie van Lagedijk 214

45 muntjes varierend van 1600 tot 1900 gevonden

Eigenlijk mag het een wonder heten dat het huisje er nog staat. In 1986 werd er een sloopvergunning voor het pand aangevraagd. De bedoeling was dat er een garage zou komen maar de vergunning om deze te bouwen kwam pas in 1990.

Uiteindelijk duurde het nog tot 1994 voor er met slopen kon worden begonnen. Al snel komt echter aan het licht dat het pand erg oud blijkt te zijn. Er worden experts bijgehaald en hun verzoek luidt: niet slopen, maar voorzichtig 'uitpellen' en restaureren. Het bouwjaar wordt gesteld op 1626.

In april '95 wordt er een tegelwand van witte tegeltjes ("witjes") gevonden. Het duurt zo'n twee weken om deze er met de grootste zorgvuldigheid uit te halen. Met het uitpellen van het pand komen nog meer 'schatten' vrij. Zo zat er in een stukje holle gebintbalk een plankje met de volgende tekst: In het jaar onzes Heeren 1906 is vertimmert door de timmerlieden hr. Hartog van Koog a/d Zaan en C. Beekhoven van Zaandam C. Overdijk van Krommenie en F. Huisman Jz van Koog a/d Zaan 12 mei 1906

Kennelijk was het zo'n 100 jaar geleden traditie om op deze manier vast te leggen wie waar gewerkt en wat gedaan had.

Verder waren er ook nog zo'n 45 muntjes varierend van 1600 tot 1900 gevonden en ook nog veel potscherven.

Eind 1998 is de binnenkant "leeg". Alleen de buitenkant staat nog. Eind maart 1999 wordt er begonnen met het "zorgvuldig slopen" van de buitenkant. Stukje bij beetje wordt het huis kaalgeplukt totdat alleen het houtskelet nog staat. Tijdens dit pellen worden de oorspronkelijke muren en vloer weer blootgelegd. De vloer bestaat uit brede delen van ongeveer 38 cm per stuk. Dit was typerend voor de eerste helft van de 17e eeuw. Ook wordt er een stookplaats gevonden wat dus bewijst dat er een bakker in heeft gezeten.Eind november ('99) is dan eindelijk de bevestiging binnen dat het pand op de gemeentelijke monumentenlijst wordt gezet en tevens de bouwvergunning voor restauratie.

De nieuwe fundering werd van heipalen en beton gemaakt en op 2 december 1999 werd de eerste paal geslagen. De eerste verandering op weg naar het "nieuwe oude huis" is gezet. Zo'n drie maanden later wordt de tussenverdieping er tussenuit gehaald en een week later gaan de dakpannen eraf.

Op 11 mei 2000 begint het bouwbedrijlmet hun eerste klus, het weghalen van het overgebleven houtskelet (zie foto). Dit is binnen 2 dagen (met behulp van een hijskraan) gebeurd en nu begint het restaureren van het skelet.

Na drie weken zijn de zogenaamde gebintbalken volledig hersteld en met hier en daar een nieuw stukje hout zijn ze weer als nieuw.

Uiteindelijk duurt het tot 28 juni voordat het gerestaureerde skelet weer staat. Hiermee is het zwaarste en moeilijkste werk (voor het bouwbedrijf) gebeurd. Hierna gaat het in razend tempo door want er worden nieuwe materialen gebruikt voor de voor- en zijkant en het dak. Het oude materiaal was onbruikbaar geworden om de buitenkant wind- en waterdicht mee te maken en zal daarom als binnenmuur gebruikt worden.

Op 14 juli is het hele pand ingepakt met isolerend folie waarna de planken van het Amerikaanse redcedar hout erop kunnen worden gezet. De authentieke dakpannen zitten er eind juli ook al weer op waardoor er zich nu duidelijker een huis uit de 17e eeuw begint af te tekenen.

De planken moeten ook "gedisseld" (geschaafd) worden met de hand, dit om een ouderwets aangezicht te krijgen. Vroeger werd het namelijk ook met de hand gedaan, simpelweg omdat er nog geen machines waren.

Op 8 oktober 2000 wordt een van de laatste grote dingen gedaan: de windveren en waterborden worden op het huis gezet. Als allerlaatste wordt de makelaar op het huis gezet, wat altijd als symbolische afsluiting wordt gezien.

Reageer op dit artikel