Electrozaan in Zaandijk was voorloper Wastora
Na het Verlanenpad kwam de Parkstraat. Op het Schoenmakerspad had schoenmaker Eijkel zijn bedrijf. Ook was er vlak aan de slootkant een winkel -althans een winkelhuisje- maar wat daar ooit voor handel werd gedreven, ik weet het niet. Verderop naar het Guispad toe, stond de oude bakkerij van Stuffers, bekend om zijn Zaanse 'bolussen' [een bolus was een wat kleverige, gedraaide koek van broodachtig deeg met zoetige stroop eroverheen, die aan een fraai gedraaid uitwerpsel deed denken]. Deze zaak is nog lang in bedrijf gebleven. Op het Schoolpad was een voorzichtig begin van een machinefabriekje van de heren Stam, terwijl op de hoek van het Schoolpad met de Bredenhofstraat het accountantskantoor van de heer Jac. IJkel was gevestigd.
Vanaf het Guispad tot voorbij de Stationsstraat op de Koog was de wegsloot in de vorige eeuw al gedempt, waardoor een soort dubbele buurt was ontstaan. Op Zaandijk waren daar verschillende zaken gevestigd, zoals op de hoek van het Guispad de galanterie- annex speelgoedwinkel van Kees Brand, die zeilenmaker Boeke tot buur had. Aan de andere kant van het 'Darmenpad', later Smidslaan genoemd, stond de slagerij van Frederik Bartel, nu de rijwielzaak van Molenaar. Op dit pad stond ooit de Christelijke school waar mijn vader nog op ging in de tachtiger jaren van de vorige eeuw.
Judith van Tijn ofwel Judikie zoals zij door de Zaandijkers werd genoemd, had naast het spuithuis van de Zuiderspuit haar kleine, scheve winkel in 'klein goed' zoals ansichtkaarten en wat dies meer zij. Zij woonde daar met haar blinde broer die zij ook verzorgde. Als Judith inkopen ging doen in Amsterdam bij haar geloofsgenoten in de Jodenbreestraat en omgeving, dan zette zij altijd een briefje in de winkeldeur met het opschrift 'Ik ben met een kwartier terug!' Dit liep meestal uit tot een hele dag. Het Zaagselpad was in Zaandijk het laatste pad, dat westwaarts ging langs de Zaagselpadsloot. Veel handel was daar niet. Wel was er op de hoek van de sloot de drukkerij van Piet Out. Verder op het pad woonde aan de slootzijde de groenteboer Stadt en aan het eind was de kleine buurtwinkel, tevens peteroliehandel van Bank. Ook stond er nog een kleine boerderij van Haremaker uit Koog aan de Zaan.
Als we nu eerst nog even teruggaan naar de Parkstraat, dan had Jan Schouten daar vrijwel vooraan rechts een kleine winkel met de werkplaats voor zijn loodgietersbedrijf. Schuin daartegenover woonde Juffrouw Jansje Heijn, een zogenoemde 'theejuffrouw', die met koffie en thee ventte. Maar buurman was Heindert Krom, een melkventer van het eerste uur van de Coöperatieve melkfabriek 'Zaanstreek' uit Wormerveer. Rechts op de Parkstraat, aan de Simon Gammersloot, lag de boerderij van Huibert IJff. Weer wat verderop, eveneens aan de slootzijde, woonde de visventer Aris Boon. Vlak naast het 'open glop' in de bebouwing langs de sloot had Gerrit Engel zijn kruidenierswinkel met daarbij zijn melkzaak. Voorbij de Bredenhofstraat woonde Arp, die een kuiperij had op de Koog. Terwijl vlak naast de brug naar de Parklaan Johan Molenaar in een 'toehuis' [huis zonder winkelramen] zijn fietsenzaak was begonnen. Op het grote stuk onbebouwde grond, de laatste rest van de oorspronkelijke 'Tuin van Breet' had Börnemann zijn groentetuin. Aan het eind, naast de brug naar het Guispad, was de brandstoffenhandel van Schaap. Jacob Krijt had op de Bredenhofstraat, rechts vanaf de Parkstraat zijn groentewinkel en op de hoek van de Bosstraat hadden de dames Van der Velde een zaakje in handwerkartikelen. Het vooruitziende blik had Dirk Pondman van het Guispad, naast de tuin van Börnemann, zijn Garage -met hoofdletter- laten bouwen, waar enkele autobezitters zoals dokter Vrendenberg uit Koog aan de Zaan, hun rijdend bezit stalden en lieten onderhouden.
Wanneer we nu het Guispad opgaan, vinden we naast de galanteriewinkel van Kees Brand het café van Jaap Kelder, gevolgd door de sigarenwinkel van Oosterhuis, met daaraan verbonden diens kruidenierswinkel. Barbier De Jong had zijn scheerwinkel tegenover de brug naar de Bredenhofstraat, een onding. Het een steile oprit c.q. afrit. Dat daar nooit een ernstig ongeluk is gebeurd mag een wonder heten. Vooral bij het afrijden maakten fietsers die op een 'doortrapper' reden, nogal eens een flinke smak. Dirk Pondman, eerder genoemd als garagehouder op de Bredenhofstraat, had naast de kapper zijn fietsenwinkel, met daarachter de werkplaats. In het aan Pondman grenzende pand woonde Oude Engel, van oorsprong een melkboer, die de gave bezat van het 'belezen'. Tegenwoordig heet zo iemand magnetiseur.
De Gereformeerde kerk met aansluitende kosterswoning, had als buur de kruidenierswinkel van Stadt, die ook een proeflokaal had. De volgende winkel was van de boter- en kaasnering van Klaas Van de Kommer, die weer werd gevolgd door de schoenmakerij van Spaans. Bakker Prinsze had even verder zijn bakkerij. Hein Brouwer, een boer, woonde ook op het Guispad. Maar zijn boerderij lag daarachter op de Smidslaan.
Nog zijn we niet aan het eind van de activiteiten op het Guispad. De steenhouwerij van de firma Bruin & Bont werd weer begrensd door de schilderswerkplaats van Betlem. Op de hoek van de Eerste Guispaddwarsstraat stond -en staat nog- een houten winkelpand waarin ik nooit enige activiteit heb gezien. Wel zijn in dit winkelhuis vele jaren later, de Gebroeders Molenaar, grondleggers van 'Wastora', hun zakendoen begonnen onder de naam 'Electrozaan'. Brandstoffenhandelaar Ratelband woonde op de andere hoek van de Guispaddwarsstraat.
Op de achter het Guispad gelegen Wilhelminastraat was de boekbinderij van Klerk. Ook het bouw- en aannemingsbedrijf van Piet Ten Pierick was daar. Dan stond er nog de kleine chocoladefabriek 'De Zaan' waaruit het wereldconcern van nu is ontstaan. Maar ook was ooit op deze straat het kleine bedrijfje van Dries Goedhart, fabrikant van Russisch vruchtdessert'. Inmiddels de grote fabriek van Goedhart tegenover 'De Gortershof' [bejaardenhuis waar Tine Huig heeft gewoond] aan de Zaan gelegen. Vlak aan de cacaofabriek 'De Zaan' had weer een andere Goedhart, Willem, een inleggerij van gerookte paling-in-gelei. Op de Bijenkorfstraat was de werf van ovenbouwer Wobben, wiens buur Juffrouw Heijnis handkarren verhuurde. Op het Guispad verderop naar de overweg [spoorwegovergang] toe was dan nog het café van Schaar. En op de hoek van Guispad en Stationsstraat had de Weduwe Kopper -alweer- een sigarenwinkel. Het grote witte pand van kunstdrukkerij Bakker was precies op de grens van Koog en Zaandijk gelegen, de laatste vertegenwoordiger van nijver Zaandijk.
Tot slot zou ik willen zeggen dat ik niet de pretentie heb dat ik voor honderd procent heb weergegeven hoe nijver mijn geboortedorp wel was, maar vergeleken met Zaandijk van nu, slaat het heden tegenover het verleden wel een pover figuur. De wereld verandert en wij veranderen mét de wereld. Maar met het ouder worden kun je soms wel terug verlangen naar wat is geweest. Daarom doet het mooie lied van Wim Sonneveld 'Mijn dorp', mij altijd heel veel.