De geschiedenis van een arbeidersbuurt ‘Achter de kerk gaat nooit verloren!’ schreef de notulist hoopvol.
Dit schreef hij toen hij een eind moest maken aan zijn verslag van de eerste bijeenkomst van de Werkgroep Domineestuin. Achter de kerk gaat nooit verloren... De notulist leek weinig zin voor werkelijkheid te hebben. Van de oude Zaandijker buurt Achter de kerk was eind jaren zeventig (toen de Werkgroep voor het eerst bijeenkwam) nog maar weinig over. Negen huisjes stonden er nog, de meeste vervallen, de andere slecht onderhouden. De buurt was al verloren gegaan, leek het. Dat was niet van gisteren.
Al in 1946 schreef een verslaggever van Dagblad voor de Zaanstreek De Typhoon na een bezoek aan het buurtje: 'Rijke mensen wonen niet in deze (Dominees-)tuin, die deze bloemrijke naam misschien in het verre verleden waardig is geweest. Deze verzameling houten huisjes moet wel zeer oud zijn en in normale tijden waren zeker vele hiervan onbewoonbaar verklaard. Met de jaren zal een groot deel van' de Domineestuin verdwijnen...'
Het verval van de oude arbeidersbuurt achter de Zaandijker kerk was al in de jaren dertig begonnen en schreed nadien steeds voort. Reddeloos Daarom besloten de bestuurders van Zaandijk in het begin van de jaren zeventig om de hele buurt maar tegen de vlakte te gooien. Zover kwam het gelukkig niet. Protesten van de Stichting Zaans Schoon, nagevolgd door anderen, deden de sloopplannen in de kast verdwijnen. Maar daarmee was nog niets gered. Onderhoud aan de kwetsbare houten huisjes werd er, uitgezonderd wat de bewoners met veel goede wil zelf deden, nauwelijks of niet gepleegd.