Ze voelden zich bedreigd, en met recht. En vervolgens kwam er een groep jonge alternatievelingen, die plannen voor hun buurt leken te ontwikkelen, die ‘s nachts een huis kraakten, die - kortom - hun buurt opeens leken over te nemen.
Logisch inderdaad, dat ook dát als een bedreiging werd ervaren. De mensen wisten simpelweg niet meer waar ze aan toe waren. Het heeft een paar keer tot forse aanvaringen geleid. De zaterdagochtend nadat Domineestuin 5 was gekraakt ontstond er een enorme ruzie op straat, die bijna uit de hand liep. Een dergelijke ruzie zou zich later nog eens herhalen toen het pand Nieuwe Vaartkade 9 werd gekraakt.
In dat huisje zat, toen het werd 'gevorderd', geen elektriciteit meer. Geen nood, dachten de krakers. Dichtbij stond het huis van Chiel en Greet Pos. Het enige dat hoefde te gebeuren was een leiding trekken en het gekraakte pand aan de Nieuwe Vaartkade zou weer stroom hebben. Terwijl ze met een meetlint aan het kijken waren hoe lang die leiding moest worden, kwamen de buurtbewoners naar buiten. Furieus. Zij dachten dat de nieuwelingen al aan het opmeten waren hoe de nieuwe panden moesten komen te staan. Zonder enig overleg, nota bene! Gelukkig slaagde men er toch in dergelijke conflicten weer op te lossen. Gaandeweg werd het contact tussen de oude bewoners en de nieuwelingen beter; de groepen groeiden langzaam naar elkaar toe. Een grote bijdrage daaraan leverde het al vroeg in het leven geroepen bewonersoverleg.