Het verdwijnen van Achter de kerk leek slechts, een kwestie van tijd. En toen keerde het tij.
Een groepje enthousiaste Zaandijkers trok zich het lot van de tuin aan en verenigde zich in de Werkgroep Domineestuin, die later in een stichting zou worden omgezet. Het was dankzij hun inspanningen dat de voorspelling van de notulist werd bewaarheid: Achter de kerk ging niet verloren! Integendeel: de Zaanstreek kreeg er een pronkstuk bij. De namen 'Achter de kerk'en 'Domineestuin' worden door elkaar gebruikt.
Beide geven tegenwoordig ook hetzelfde aan, nameiijk (zoals in juli 1980 de directeur van Gemeentewerken Zaanstad aan het college van Burgemeester en Wethouders van zijn gemeente schreef): 'de buurt die wordt begrensd door het bestemmingsplan Donker aan de Westzijde, de Nieuwe Vaartkade aan de Noordzijde, de vatenfabriek van de firma Pielkenrood aan de Oostzijde en de Willem Dreeslaan aan de Zuidzijde...' Zelfs ambtenaren zijn niet feilloos, zo blijkt maar; de noordelijke begrenzing van de buurt is de sloot achter het Hazepad. Maar om op die namen Achter de kerk en Domineestuin terug te komen: het is nieuw dat met beide hetzelfde wordt bedoeld.
Vroeger was Domineestuin uitsluitend de naam van een van de paden in de grote buurt, die Achter de kerk werd genoemd. Dat de naam van het pad later op de hele buurt overging zal wel zijn gekomen doordat eind jaren zeventig aan de Domineestuin nog de meeste pandjes bewaard waren gebleven. Je vraagt je trouwens af waar die naam Domineestuin vandaan komt. Die andere naam, Achter de kerk, is wel duidelijk.
De buurt ligt immers ten westen van - dus gerekend vanaf de oude hoofdweg de Lagedijk inderdaad: achter - de Zaandijker kerk. Maar Domineestuin? Voor we daarop komen moet eerst iets worden verteld over het dorp waar de buurtgeschiedenis in speelt, over Zaandijk. 'Het beste dat de geschiedenis ons nalaat, is het enthousiasme dat zij veroorzaakt.' Dat schreef Goethe. Enthousiasme, inderdaad; bewondering voor het voorgeslacht, verbazing ook over de enorme snelheid van de ontwikkelingen. Zaandijk, want daar hebben we het over, is nog geen vijfhonderd jaar oud. Vijf eeuwen. Dat zijn misschien twintig generaties, tien mensenlevens.