Desondanks duurde het slechts drie dagen voor Oudt-Heyn en Katryn hun toestemming kregen.
Het papier waarin dat gebeurde is later wel 'de Stichtingsakte van Zaandijk' genoemd. Wellicht is dat overdreven, maar het document was in ieder geval meer dan een gewone bouwvergunning. Nadrukkelijk werd in de beschikking de mogelijkheid opengelaten om meer dan één huis op de dijk neer te zetten, en ook mocbt de Lagedijk ter plaatse worden gebruikt voor verkeer. Oudt-Heyn en Katryn bouwden waarschijnlijk een hooihuis dat geschikt was voor gemengd boerenbedrijf, met aan de Zaankant de mogelijkheid voor visserij en vishandel. Ze kregen vijf zonen, naar wie het gehucht lange tijd 'De Vijf Broers' werd genoemd.
Spectaculair was de groei van De Vijf Broers niet. Omstreeks 1570 stonden er negentien huizen. De bewoners aten en dronken met elkaar, werkten samen, en een deel van het bezit was gemeenschappelijk. Maar deze samenleving (door G.J. Honig 'haast communistisch' genoemd) mocht niet blijven bestaan. In 1574, tachtig jaar na de stichting, moesten de bewoners naar het aan de andere kant van de Zaan gelegen Wormer vluchten, toen Spaanse krijgsbenden hun gehucht aanvielen, verwoestten en platbrandden. Pas nadat de Spanjaarden het Noorderkwartier hadden verlaten, keerden de bewoners terug om hun erven weer te bebouwen. En toen ging het snel, vooral nadat Amsterdam de zijde van de opstandelingen tegen Spanje had gekozen. De ongebreidelde groei van de Zaanse economie zette in.
Koophandel en industrie bloeiden op en door de toestroming van mensen uit zuidelijker streken (waar de krijg met de Spanjaarden voortwoedde) groeide de bevolking snel. In 1613 verklaarden twee oudere mannen, achterkleinzonen van Oudt-Heyn en Katryn, dat er al vijftig huizen stonden in Zaandijk, zoals het dorp toen werd genoemd. Die huizen stonden voornamelijk op en aan de Lagedijk. Niet veel later zouden de dwars op de dijk gelegen paden ontstaan. Een van de vroegst-bebouwde paden was het Kerkepad, van oudsher de verbinding tussen Zaandijk en het moederdorp Westzaan. De naam geeft al aan dat de Zaandijkers dit pad vooral op zondagen gebruikten.
Want al was hun dorp dan snel aan aan het groeien, om hun (gereformeerde) God te eren, waren zij nog op de kerkdiensten in Westzaan aangewezen. Het Kerkepad stelde niet veel voor. Aan de randen van de akkers was een primitieve verharding aangebracht, en de sloten kwam men over via de veeschuiten, die daar dwars in waren neergelegd. In 1626 werd het pad behoorlijk verbeterd. Voor de verharding werden nu schaaldelen uit de houtzaagmolens gebruikt en de veeschuiten werden vervangen door kippebruggetjes, die zo hoog werden gemaakt dat met hooi beladen veeschuiten er onderdoor konden varen. De naam werd veranderd in Guispad.