Eind goed al goed

Soms moest hij die een beetje afremmen. In hun enthousiasme tekenden sommigen nog wel eens een dakkapel (en zelfs een keer een torentje!) te veel.


Die streepte Piet dan weer weg. Hij had het er maar druk mee. Een tijdlang hield hij zelfs samen met Jan Duijvis een wekelijks spreekuur, dat over het algemeen tot een hele avond uitliep. In de jaren 1983 tot en met 1988 werd er druk gebouwd in Achter de kerk. Aanvankelij was het de bedoeling dat eerst de Domineestuin bebouwd zou worden, daarna het Langepad en tenslotte de Orgelmakersgracht Voor die volgorde was gekozen in samenspraak met de nutsbedrijven. Omdat de Orgelmakersgracht nieuw was, waren daar nog helemaal geen voorzieningen. In praktijk bleek het echter niet goed mogelijk tot het einde te wachten met de bebouwing van de Orgelmakersgracht. Er meldden zich gegadigden voor panden daar, die ook aan de slag wilden. Zo werd uiteindelijk toch de hele buurt door elkaar gebouwd.

Daarmee komen we op een van de opmerkelijkste facetten van de wederopbouw van Achter de Kerk. Bestuursleden van de stichting Domineestuin noemen hun project daardoor uniek in Nederland, en zolang zij niet worden tegengesproken hebben zij gelijk. Nooit eerder (in onze tijd) werd een hele buurt opgebouwd door de toekomstige bewoners zelf. Dat zelf-bouwen van de huizen gebeurde overigens wel in verschillende graden.

Sommigen lieten de aannemer (onder andere Ed Vogelenzang uit Zaandijk) hun huis wind- en waterdicht afleveren, en deden zelf alleen het verfwerk en het interieur. Anderen lieten de aannemer alleen het skelet neerzetten, en maakten hun pand dus zelf wind- en waterdicht. En de fanatieksten lieten uitsluitend de palen slaan en de fundering storten en deden verder alles zelf. Die zelfwerkzaamheid heeft er voor een belangrijk deel toe bijgedragen dat er in de buurt zo'n unieke sfeer is ontstaan. Bouwers liepen doorlopend bij elkaar binnen. Om even te kijken hoe het met de anderen ging, om gereedschap te lenen, om even te helpen, of om hulp te vragen.

De mensen leerden elkaar zo makkelijk kennen, er ontstond al spoedig een sfeer van 'gezamenlijk-de-schouders-eronder' en ook het respect voor elkaar nam toe. Zo'n vijf jaar duurde de hele wederopbouw van de tuin. De hele bouwgeschiedenis van deze tijd op de voet volgen zou tot een dorre opsomming leidden. Op de volgende bladzijden wordt daarom een sprong in de tijd genomen, en gekeken naar het uiteindelijke resultaat. 'Uit het dagboek van twee bouwers' geeft vervolgens een indruk van de problemen, waarmee iedere bouwer individueel te maken kreeg.

Maar hoe groot de problemen ook konden worden, zij werden altijd opgelost. Het ideaal van de tuiniers is bereikt, het oude arbeidersbuurtje is behouden; de voorspelling van de notulist is bewaarheid, Achter de kerk ging niet verloren. Het enthousiasme van de bouwers was enorm. Sommigen konden nauwelijks wachten om in hun huisje te trekken. Jan Duijvis woonde een tijdlang in een bouwkeet naast zijn huis in aanbouw, en de familie Remelink trok het pand in, toen alleen nog maar de kleine aanbouw klaar was. Dat betekende een tijdlang kamperen voor het (al wat oudere) echtpaar. In het aanbouwtje paste een stapelbed en dan kon er nog net een televisietoestel bij. Maar daarmee was het dan ook tjokvol.
Reageer op dit artikel