Franse bezetting

Nog een bepaling uit het nieuwe reglement mag niet onvermeld blijven.


Door deze regel werd Achter de kerk pas waarlijk 'een dorp in een dorp'. Nadrukkelijk werd afstand gedaan van alle rechtspleging van buitenaf. Alle kwesties in Achter de kerk dienden onderling in der minne te worden opgelost. Later heeft deze bepaling de nodige moeilijkheden opgeleverd, maar daar komen we nog op. In 1795 vielen de Franse troepen Nederland binnen en werd het land bezet. De bezetters werden als bevrijders binnengehaald, juist ook in de Zaanstreek waar de vrijheidsdrang groot was. Maar, zo bleek al snel, de Fransen brachten niet wat men zich er van had voorgesteld.

Ook naar Zaandijk kwamen soldaten, die ingekwartierd moesten worden. Aanvankelijk geschiedde de inkwartiering bij de burgers, maar toen in april 1795 nogmaals honderd mannen der Mecklenburgse troepen in het dorp verschenen, werden deze ondergebracht bij de 'arbeydsluyden'. Aangenomen mag worden dat ook een groep van deze soldaten in de kleine huisjes van Achter de kerk een plaats vond. Handel en nijverheid liepen onder de Franse overheersers steeds verder terug. Alleen de sectoren die voor grondstoffen en afzet op de Nederlandse markt waren aangewezen, konden zich nog enigermate handhaven. Onder de bevolking heerste grote armoede en er ontstonden voedseltekorten. Uiteindelijk was niemand er rouwig om dat Napoleon in 1813 bij Leipzig beslissend werd verslagen.

Maar al waren de Fransen dan weg, economisch veranderde er weinig. Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw zou de Zaanse economie zich gaan herstellen en brak een nieuwe periode van (relatieve) bloei aan. Desondanks groeide Zaandijk ook in de eerste decennia van de negentiende eeuw. In 1814 had het dorp 1590 inwoners, in 1880 was dat aantal gestegen tot 2230. Ja, wat kan er gezegd worden over Achter de kerk in de negentiende eeuw. Het leven in de arbeidersbuurt verschilde waarschijnlijk niet veel van dat in de achttiende eeuw. Er was meer werkloosheid, en grotere armoede. Het alcoholmisbruik zal in de ellendige omstandigheden niet minder zijn geworden.

Ook in deze tijd kon het er ruw aan toegaan in de buurt. Rapporten van de burgemeester van Zaandijk geven daar inzicht in. Ze bevatten een lange opsomming van illegaal dobbelen, van vecht- en scheldpartijen, van klachten over laster, van diefstallen en van aanrandingen. Het buurtleven, met burenrecht en burenplicht, handhaafde zich nog. Maar toch kwam daar heel langzaam wel verandering in. GJ. Honig schreef (in Van een Noordhollandsch dorp Zaandijk): 'Omstreeks 1840 drong in de Zaanstreek een nieuwe geest door. Niet dat dit tijdperk zich kenmerkt door een grote energie op het gebied van nijverheid en koophandel. Integendeel! Een dergelijke tijd is later wederom aangebroken.
Reageer op dit artikel