In 1878 ging Zaandijkerkerk in vlammen op

Links afslaand aan het eind van de Kerkstraat komen we achter het bedehuis op een groot plein, waarvan een deel op de tekening rechts zichtbaar is.



Tekening: T Woudt.

Voor de brand van 1878 bevond zich daar de begraafplaats. Naast de Kerkpadsloot zien we links de woning en timmerschuur behorend bij de houten scheepstimmerwerf van Jb. Teer aan het einde van het Arie de Bruinspad. Er gingen hier kleine houten vaartuigen van de helling, die voor de binnenvaart waren bestemd, welke toen het leeuwedeel van het transport voor zijn rekening nam. Deze werf werd 31 december 1918 opgeheven. Eigenaar Mathijs Teer, die zijn vader, die al jaren blind was, was opgevolgd, nam de houten scheepstimmerwerf van Jozef Swart aan het Piettuinenpad (nu Jan Bestevaerstraat) te Koog over en zette daar het bedrijf voort. Waar eertijds de werf in Zaandijk was gelegen, bevindt zich nu een kleuterschool en op de plek waar men aan de Jan Bestevaerstraat te Koog de schepen opkalefaterde staan nu duplexwoningen.

Op de achtergrond ontwaren we het pakhuis De Zwarte Arend, dat zich bevond op een terrein, dat de gemeente toentertijd gebruikte als opslag voor zand en stenen. Dat dit buurtje als een magneet op de jeugd werkte zodra stratenmaker Scheepsbouwer zijn hielen had gelicht ligt, gezien het materiaal, voor de hand. Het verhaal gaat, dat hij eens in een valkuil belandde, die de kwajongens daar hadden gegraven.

Achter dat huis met de Broeker voorgevel rechts lag de scheepstimmerwerf van Gerrit de Boer, die in genoemd pand woonde. Hat complex was via een smalle brug van het plein af te bereiken. Later werd dit bedrijf overgenomen door de Zaanlandsche Scheepsbouw Maatschappij met als werfbaas de bejaarde Cammenga.

Toen deze werf werd opgeheven, werd het bedrijf gesplitst in een zaak te Wormer, waar eerder de scheepswerf van Beudeker was en in een afdeling aan het Kalf 3 te Zaandam met als directeur C. Brouwer.

Voor G. de Boer had Siebele de Boer de zaak te Zaandijk in handen. Op 19 mei 1878 brak op de werf brand uit, die zich in een ommezien verspreidde en die weldra de omvang van een vuurzee aannam. Drie loodsen, een grote voorraad hout, vaten pek en teer, een schip van H. K. de Boer en een woning stonden weldra in lichterlaaie. De enorme vonkenregen vond daarop een prooi in de molenmakerswerf van Vredenduin en Co, die ten noorden over de sloot van De Boer's werf lag. Vier met hout gevulde loodsen en een grote timmerschuur, waar gewoonlijk 50 man werkten, brandden weldra als een fakkel. Vervolgens deelde de baaierd van vuur zich mee aan een woning en daarop waren de kapitale boerderij van Jb. Slooten en een woning van Jb. Hoede aan de beurt.

Later vond men de verkoolde varkens in geblakerde puinhopen. Het duurde toen niet lang meer, of de vlammen lekten aan het dak van de kerk, waarvan de klok enige tijd geleden alarm had geluid voor de brand bij De Boer. Weldra stroomde het kokende daklood als water door de regenpijpen over het kerkplein. In het inferno van kolossale rookwolken en verzengende vlammen werd dit historische gebouw grondig verwoest en daarop moesten de school en de woning van de bovenmeester het ontgelden. Deze percelen werden zwaar beschadigd. Niet minder dan 17 spuiten bestreden de vuurzee. Uit Amsterdam zond men de drijvende stoomspuit de Jan van der Heijden en zo gelukte het met man en macht na een urenlange strijd de brand tot staan te brengen.

Toeschouwers hebben deze gigantische brand nooit vergeten. Met nablussen was men nog dagen bezig en de enorme ravage, die restte, tekende nog maandenlang het spoor van verwoesting, die Zaandijk had geteisterd. De molenmakerswerf van de firma Vredenduin werd hersteld, welk bedrijf later werd overgenomen door aannemer Piet Out.

Bron: foto en tekening Wandeling tussen Koog aan de Zaan en Zaandijk (met toestemming)
Reageer op dit artikel