Toen Borstius op 24 augustus 1638 het gebouw inwijdde bedroeg het getal der lidmaten niet meer dan eenenzeventig: vierendertig kwamen er uit Zaandijk, eenendertig uit Wormerveer, vier uit Koog, en het getal werd volgemaakt door Borstius en zijn zuster, die in Wormerveer waren gaan wonen.
De gemeente groeide daarna snel. Zonder twijfel zal het percentage gereformeerden onder de immigranten in de Zaanstreek hoog zijn geweest en een bijdrage aan die groei hebben geleverd. Maar ook autochtone dorpelingen zullen tot het gereformeerde geloof zijn bekeerd, daartoe vast aangetrokken door de charismatische dominee. Geschiedenis, schreef Goethe, veroorzaakt enthousiasme. Neem de figuur van Jacob Borstius.
In 1638 kwam hij naar de Zaanstreek, in 1644 vertrok hij weer. Alles bij elkaar was hij hier maar zes jaar. Maar wat hij in die tijd allemaal deed... Hij kwam in een nieuwe geloofsgemeenschap, die georganiseerd moest worden. In Wormerveer werd een stenen kerk gebouwd, waaraan hij veel bijdroeg. Op 26 juli 1639 hield hij de eerste leerrede in dit gebouw. De houten kerk in Zaandijk, mede er gekomen door de inspanningen van Borstius, was toen al te klein geworden. Borstius schreef er zelf over: 'Het voorgeschreven predikhuis, volbouwd zijnde, is terstond door de grote toevloed van het volk te klein en te benauwd geweest, zodat dikwijls de toehoorders bezwemen en veel van hoofdpijn klaagden en schroomden daar in te komen van vreze dat zij ziek zouden worden...'
Zaandijk moest ook een stenen kerk hebben, oordeelde de dominee, en onder zijn aanvoering begonnen de inzamelacties. Tot in de wijde omgeving predikte hij om geld binnen te halen. Het succes was groot. Op 1 april 1642 kon het stenen kerkgebouw (op de plaats waar ook de huidige Zaandijker kerk staat, nog wel) worden ingewijd. De kosten van het gebouw (inclusief bijkomende kosten, zoals een bruggetje naar het Kerkpad) bedroegen lO.435 gulden. Nadat de stenen kerk klaar was gekomen, werd het overbodig geworden houten kerkje vervoerd naar Koog, waar het werd ingericht als boerenwoning. Daar werd het in 1916 gesloopt. Op de noordoosthoek van het pand was een bordje bevestigd met de vermelding: Dit huis, gebouwd te Zaandijk was daar de eerste kerk. Is hier herbouwd en nu geschikt voor boerenwerk.
Niet zonder reden werd later in Zaandijk een zijstraat van de Oudt-Heynstraat vernoemd naar Jacob Borstius. Hij organiseerde de nieuwe geloofsgemeente, en onder zijn leiding werden drie kerken gebouwd. Daarnaast vond hij nog de tijd om de kerkbouw en de geschiedenis van het dorp nauwgezet vast te leggen in zijn 'Schriftelijke Berigten van Zaandijk'. Dat de verhalen van Oudt-Heyn en Katryn, van De Vijf Broers, en van het Kerkepad bewaard zijn gebleven, is een gevolg van zijn inspanningen. En nog iets: het verhaal wil dat Borstius, toen het houten kerkje naar Koog was vervoerd, op het lege erf ging tuinieren. Juist: Domineestuin. Zo lag daar dan Zaandijk, een heus dorp dat snel bleef groeien. Konden de achterkleinzonen van Oudt-Heyn in 1613 getuigen dat er al vijftig huizen stonden, hun achterkleinzonen maakten mee dat er 314 huizen waren, bewoond door 1563 personen (1741/1742. Werk was er vooralsnog voor de Zaandijkers in overvloed.