Onmiddellijk na de draaibrug van het Langepad over de Nieuwe Vaart, kon je rechtsaf slaan, opnieuw een (vaste) brug over.
Dan kwam je op de Nieuwe Vaartkade. Woudt ging in zijn wandeling echter eerst verder het Langepad op. Achter de brug over de Nieuwe Vaart lag daar allereerst het erf waar tot 1827 blauwselmolen het Gekroonde Blauwselvat op had gestaan. Dit erf werd in de jaren rond de eeuwwisseling gebruikt als kermisterrein van Zaandijk. De Zaandijker kermis stelde niet zo heel erg veel voor. Op het erf van de blauwselmolen stond een draaimolen, die werd voortbewogen door een paard, er waren schommelschuitjes en een paar kraampjes. Op de wal van de sloot langs het Langepad stonden dan ook nog een paar kramen. De kermis werd geopend op Hemelvaartsdag als de kerken uitgingen en werd alleen die dag gehouden.
Er kon vreselijk gevochten worden, en dat was voor het gemeentebestuur uiteindelijk aanleiding om het volksfeest te verbieden. Siem Zwart, die aan het Langepad zijn boerderij achter het kermisterrein had staan, ging daarna tuinkers op het erf verbouwen. Juist tegen de tijd van Hemelvaartsdag stond deze in bloei, er bloeiden dan letters op die verkondigden: 'Heden geen kermis'. Achter de boerderij van Zwart stonden zes woningen, en dan kwamen (na een bruggetje) de loodsen en de zagerij van stoom-houtzagerij Voorwaarts, die een dertigtal jaren eerder houtzaagmolen het Konijn had vervangen. Het bedrijf werd later overgenomen door Houthandel Piet Donker en Zoon.
In juli 1938 verbrandde de Voorwaarts volledig. Maar Houthandel Donker bleef in het gebied gevestigd, en was in deze jaren een belangrijk werkgever in Achter de kerk: 'Een brug aan het eind van het Langepad stak schuin over de padsloot naar een terrein achter de Domineestuin, waar het kantoor van de Voorwaarts stond. We gaan terug naar de draaibrug van het Langepad, steken het kleine vaste bruggetje over, en staan aan het begin van de Nieuwe Vaartkade. Er stond daar als eerste een klein houten huisje en dan een groter pand, waarin een kruidenier winkelt je met een bijbehorend (piepklein) kroegje was gevestigd. Dit stenen huis staat er nog altijd; het is het huidige Nieuwe Vaartkade 1. Achter dit pand kon je linksaf slaan, en dan kwam je in de Zandhoek, het pad dat tegenwoordig Domineestuin wordt genoemd.
Aan beide zijden van de Zandhoek stonden huisjes, een aantal daarvan is bewaard gebleven. Een piepklein huisje aan de zuidzijde werd later afgebroken en vervangen door een pandje dat later door de kunstschilder Gerrit Woudt als ateliertje werd gebruikt. Dat pandje is er nog. Daarachter stond een woonhuis, dat ook nog aanwezig is (thans: Domineestuin 3). Daarachter stond aan de zuidzijde nog een drietal woonhuizen. Aan de noordzijde van het pad bleven ook een paar panden gespaard: het huidige (oorspronkelijk dubbele) woonhuis Domineestuin 4-6, en daarachter, wat verder van het pad af, het huidige Domineestuin 2. Ten westen van het dubbele woonhuis stond aan de Zandhoek, de grote boerderij van Andries Fonteyn (later van Van Slooten), die in 1953 door brand werd verwoest.