Klasse-maatschappij

In zes generaties tijd was het gemeenschappelijk bezit van De Vijf Broers verdeeld; het samen werken, eten en leven, was vervangen door een scheiding tussen rijk en arm.


In de duur van minder dan drie mensenlevens werd Zaandijk een klasse-maatschappij. De arbeidersklasse woonde dus achter de kerk. Er was veel werk voor arbeiders in de Zaanstreek, ook voor vrouwen, zelfs voor kinderen. Voor zover bekend hebben hier nooit zeer jonge kinderen gewerkt. Maar ja, wat heet zeer jong? Een leeftijd van twaalf werd toch wel heel normaal gevonden aan het werk te gaan. Jongetjes van deze tijd moesten in de molens meteen volle dagen draaien, al werden zij dan wel over het algemeen alleen gebruikt voor de bijkomende, lichtere klusjes. Het werk in de industrie werd vooral door mannen gedaan. Maar in de papiermakerij die juist in Zaandijk zo'n belang kreeg, werken ook vrouwen. Zij moesten daar het lichtere werk doen: het scheuren van lompen basis van papier) in kleine lapjes, die ze van knopen, haken en dergelijke ontdeden.

Daarnaast waren er in de papiermolens ook vrouwen, die de natte papiervellen te drogen moesten hangen. De lonen waren tochal laag, maar vrouwen werden nog veel clechter betaald. Op de papiermolens werkten vijfentwintig personen. De dagen ware lang, in de zomertijd van 's morgens vijf tot 's avonds acht uur. Behalve in de papiermolens zullen ook, vrouwen uit Achter de kerk hebben gewerkt bijvoorbeeld dienstbode, naaister, of ventster. De meeste mannen van Achter de kerk vonden hun werk in de industrie, maar een aantal werkte ook als bijvoorbeeld timmerman; baggeraar, of in het boerenbedrijf. Want de Zaanstreek mocht dan al vroeg een industriegebied zijn ('het eerste industriegebied in Europa', wordt wel eens gezegd), ook de boerenstand bleef hier steeds vertegenwoordigd. Voor akkerbouw was het lage, drassige land niet meer geschikt, maar vee werd in het Westzijderveld steeds gehouden. De boeren konden met hun schuiten tot in Achter de kerk komen, waar dan ook altijd een paar boerderijen hebben gestaan.

Maar, zoals gezegd, zullen de meeste mannelijke bewoners van Achter de kerk toch in de industriƫn hebben gewerkt. Behalve in de papiermolens, waren er veel arbeiders die werkten in de oliemolens. Daarvan waren er in de achttiende eeuw acht in Zaandijk. Bovendien stond aan de Kalverringdijk (in Oostzaandam, tegenover Zaandijk) nog eens een tiental oliemolens, waarin ook Zaandijkers werkten. Zij kwamen de Zaan over in roeibootjes die de moleneigenaren voor hun personeel aanschaften. Op een aantal plaatsen voerden van de Lagedijk steegjes naar het water, waar aan zogenoemde 'kaaien' de bootjes voor het molenvolk lagen afgemeerd. Veel oliemolens maalden dag en nacht door. Het aantal personeelsleden van een dag-en-nacht-molen bedroeg zeven personen, die per etmaal zestien uur werkten. Het werk was zo verdeeld dat er tenminste altijd vier mannen in de molen aanwezig waren.

De molenindustrie leverde Zaandijk nog meer werkgelegenheid op. Midden in de buurt stond (aan het Verlengde Langepad, ten westen van en aan de Nieuwe Vaart) blauwselmolen het Gekroonde Blauwselvat. Deze molen werd in 1827 afgebroken en vervoerd naar Texel, waar hij werd herbouwd. Het lege erf werd later het kermisterrein van Zaandijk. Nabij Achter de kerk stonden twee houtzaagmolens. Aan het Hazepad stond De Windhond en aan het eind van de buurt Het Konijn. Het Konijn werd in de jaren zeventig van de negentiende eeuw gesloopt, om plaats te maken voor de stoom-houtzagerij Voorwaarts. Op de Noord van Zaandijk stond dan nog houtzaagmolen Het Herderskind. Naast Het Konijn was een stijfselmakerij gevestigd, waar mogelijk ook bewoners van Achter de kerk hebben gewerkt. Maar dat zullen er niet veel zijn geweest, want de stijfselmakerij werd (in de Zaanstreek althans) uitgevoerd in kleinschalige bedrijfjes.
Reageer op dit artikel