Nieuwe waterweg

Watermolens werden gebouwd (in Zaandijk Het Leven, in 1633) en de sloten waren alleen nog te verlaten via schutsluizen.


De stenen sluis van Zaandijk kwam in 1642 gereed. In het dorpsleven kregen de sluizen een belangrijke plaats. Het was er altijd bedrijvig door de schepen die op hun schutbeurt lagen te wachten, door de mannen die in slappe tijden bij de sluis afwachtten of zij enig laad- en loswerk konden krijgen. De kroegen van het dorp concentreerden zich hierdoor rond de sluizen (in Zaandijk en op andere plaatsen in de Zaanstreek zijn daar nog altijd sporen van terug te vinden) en het pad langs de Sluissloot kreeg een voornamer belang. In Zaandijk was dat het Hazepad. De hele zeventiende eeuwen de beginjaren van de achttiende eeuw kunnen voor de Zaanstreek, en dus ook voor Zaandijk, als een tijd van groei worden genoemd.

Groei van het aantal industrieen, groei van het verkeer, groei van het inwonertal, groei van het aantal woningen. Met inachtneming van de voorgeschreven breedte van de weg, werden de eerste huizen op de dijk gebouwd. Toen deze vol was, ging men binnendijks evenwijdig aan de dijk bouwen en ontstonden ook de eerste paden. Over de dijksloot kwam een grote hoeveelheid bruggetjes te liggen. De minimale hoogte daarvan was weliswaar vastgelegd, opdat het waterverkeer er geen hinder van zou ondervinden, maar blijkbaar werd de dijksloot voor de scheepvaart toch minder geschikt. Mogelijk ligt hier de verklaring voor de beslissing van een aantal Zaandijkers in 1709 een nieuwe waterweg achter het dorp om te doen graven. Hiermee vangt ook de feitelijke geschiedenis van Achter de kerk als woonbuurt aan.
Reageer op dit artikel