Kenmerkende sluis tussen Zaan en Westzanerpolder
Bouwwerken tussen twee wateroppervlakten met een verschillend peil, met het doel schepen door te laten (schutsluis) of water in te laten of uit te slaan.
De Zaanstreek herbergt heel wat van deze waterbouwkundige werken. Een fraai voorbeeld is te vinden in de Lagedijk te Zaandijk. Zaans Schoon zet zich er voor in dit voor de Zaanstreek van historische betekenis zijnde werk te behouden. Ger Jan Onrust kwam tot de volgende slotsom.
Cornelis Heijndricksz. nam in 1601 aan dat de 'somma van vijf hondert en tsestigh gulden' voldoende was om een 'groote Valdeur wijt XVIII voeten tusschen sijn stijlen benoorden Saendijck offte vijf broers inde Banne van Wessaenen', waarvan de drempel 'drie en twintigh voeten lanck' moest worden, voldoende was om een adeuate waterverbinding tussen Westzaan an de Zaan ter hoogte van Koog aan de Zaan en Zaandijk tot stand te brengen. Drie-honderd-vijf-en-tachtig jaar later zijn 'de deskundigen' het er niet over eens hoeveel het herstelvan de Zaandijkers Sluis, want daar doelde Cornelis Heijndricksz. op, zal kosten.
Luc Ooms
Ergens tussen 125.000 gulden en 800.000 gulden, waarbij het zeker niet hoeft te zijn dat de waarheid in het midden (dus iets meer dan vier en een halve ton) ligt. Sinds 1991 streeft Zaandijkers Luc Ooms naar het opnieuw openstellen van de in 1974 afgesloten markante sluis. Een streven waar hij in de loop van de tijd, de stichting Domineestuin, de Vereniging Tot Behoud van Monumenten van Bedrijf en Techniek Zaanstreek, de Bond Heemschut, de Belangenvereniging Rooswijk i.o. en Zaanse Schoon achter heeft gekregen.
De argumenten zijn dan ook sterk: behoud van een karakteristiek functionele sluis; handhaving van een van de laatste voor de Zaanstreek zo kenmerkende verbindingssluizen tussen Zaan en Westzanerpolder; het openstellen van de mogelijkheid om na bijvoorbeeld een trouwplechtigheid in de Bannehof op een huwelijksboot te stappen en deze rechtstreeks naar de tegenover gelegen Zaanse Schans te varen; aansluiting bij de infrastructuur van Rooswijk, waar bij de bouw van de bruggen rekening is gehouden met een doorvaarhoogte van 1,70 meter; versterking van de recreatiemogelijkheden vanuit laatstgenoemde wijk; doorstroming en intrek van vis, zoals glasaal.
Paalworm
Ruim een eeuw na de eerste aanleg van de houten sluis in Zaandijk-noord, gingen de eigendomsrechten over van de Banne van Westzanen (vergelijkbaar met de huidige gemeente Zaanstad, min Zaandam-oost en Assendelft) naar het dorp Zaandijk. Kort daarop, in 1727, werd een compleet nieuwe sluis aangelegd. Dit was noodzakelijk omdat een uit Indië meegenomen minuscuul diertje - de paalworm - overal in Nederland de houten waterwerken aanvrat en ondermijnde. Van de toenmalige 'nieuwe steenen sluys op 't Noordend van Zaandijck' getuigt een in de sluismuur gemetselde gedenktsteen. De steen, echter niet de sluis, staat op de provinciale monumentenlijst.
Nadien werd het bouwwerk nog drie keer ingrijpend gerestaureerd - een teken dat de sluis zijn functie nog geenszins verloren had. In 1838, 1923 en in 1953-1954 vonden de herstelwerkzaamheden plaats. Juist door de werkzaamheden in de jaren vijftig bevindt de schutsluis zich in een relatief goede conditie.
Rapport
Een opdracht van de gemeente door het raadgevend ingieursbureau Witteveen & Bos (1992) samengesteld rapport concludeert: 'De schutsluis Sluissloot verkeert in technisch redelijke staat, zodat renovatie van de sluis een reële optie is. Naast vervanging van de deuren en hét aanbrengen van bewegings-werken dienen in hoofdzaak alleen restauratiewerkzaarnheden aan het metselwerk uitgevoerd te worden'.
Latere inspectie van de draaipunten maakte duidelijk dat vervanging (kosten tachtigduizend gulden) in het geheel niet nodig is. In 1953-1954 zijn de punten vervangen en de verankering werd in beton gegoten. Hoewel historisch een gemetselde verankering beter op zijn plaats is, is reconstructie niet direct noodzakelijk. Witteveen & Bos concludeerden dat voor renovatie van de sluis 810.000 gulden nodig is. Daar tegenover staat een onderzoek van aannemer Korver, die herstel op 125.000 gulden schatte. Zoals gezegd, de waarheid hoeft niet in het midden te liggen, ook al omdat ook andere bedragen, zoals 460.000 gulden hebben gefigureerd. In ieder geval zal bij herstel rekening gehouden moeten worden met de kosten van verwijdering van een sterk verontreinigde sliblaag van ruim een meter dik.
Rest het huidige status quo: een afgedamde sluis, waar steeds meer verontreinigd slib aan beide kanten van de wand en deuren zich kan ophopen en waarvan de constructie ook alleen achteruit kan gaan. Het waterschap is eventueel bereid de sluis over te nemen, maar dan moet wel aan een duidelijke voorwaarde zijn voldaan: het moet een goed onderhouden, werkende sluis zijn.
Zaanse Gezinsbode 7 februari 1995