Jan de Vries

Brand!

Als eens der zusters boodschappen ging doen, mocht ik wel eens mee. Soms helemaal naar de Coöperatie ’Helpt Elkander‘ aan de Kerkstraat. Eens ging ik met Grietje en Jansje mee naar slager Zethoven om gehakt te halen. Dat zal dus wel op een zaterdagavond geweest zijn‚ want vlees was een zondagse lekkernij. De weg was zeer smal vroeger, vooral bij de Wiesbadenbrug, al zagen mijn ogen dat toen anders. Twee, met paarden bespannen wagens moesten elkaar daar juist passeren. Een der voertuigen was de grote, toen zo bekende ’petroliewagen‘, met twee forse paarden ervoor. De viervoeters begonnen te steigeren en wij vluchtten in angst naar de slootkant te Cees Heijnis. Maar in de vlucht vielen de ‘frikballen‘ die op een bordje lagen over de straat. Een gehaktbal kwam in de wegsloot terecht. Door één en ander kwamen we ontdaan thuis.

Brand
Eens hingen op een avond grote rookwolken over Wiesbaden. Brand! De hele buurt holde de straat op. Ook bij ons thuis was agitatie. Met elkaar renden we naar het ’Zaanerf‘, achter de kruidenierswinkel van Klaas Krook. Daar stonden reeds velen mensen. Grote donkerrode vlammen sloegen omhoog aan de Kalverdijk. De houten oliekokerij Jac. Vis en Co Piet genoemd, stond in lichter laaie.

Dikke zwarte rookwolken stegen wild kronkelend omhoog met het razende vuur in de schemering. Zondags na, de brand mocht ik met mijn ouders mee in een molenschuit naar de plaats des onheils. Vele vaten van de kuipersbaas Karskens dreven in de Zaan. Uit veiligheidsoverwegingen zal men de grote stapels vaten, die daar lagen wel in het water geworpen hebben. Voor het opvissen en het terug brengen van die vaten werd een premie betaald, waardoor sommigen wel wat verdiend zullen hebben. Later zag ik een ansicht van de ’Oude Wolf‘. De brand had plaats op 27 juli 1904, ik was toen nog geen vier jaar.

Vliegeren
Met Dirk ging ik eens me vliegeren. Misschien was het mijn vlieger wel, die hij voor mij gemaakt had. We waren op het Herderskindpad, nog voor de spoorlijn. De vlieger werd opgelaten, maakte enkele buitelingen en kwam in de telefoondraden langs de spoorlijn terecht. Daar kon Dirk hem niet uithalen, dus keerden we terug zonder vlieger maar wel met een deel van het ’Bot’ zoals we het vliegertouw noemden. Toen Cor en ik enkele weken daarna langs hetzelfde pad wandelde, hing het geraamte van de vlieger nog in de draden. Ook van deze wandeling herinnerde ik mijn verbazing over de vele en brede sloten die ik zag. En wat een end weg stond het ‘Herderskind. Moest grootvader De Vries alle dagen dat pad op en af lopen?

Amsterdam
Met vader en moeder ben ik in die jaren, om precies te zijn in 1906 eens mee geweest naar een grote betoging van de SDAP te Amsterdam. Dit was voor mij iets buitengewoons, wat een mensenmassa, wat een vaandels, vlaggen en spandoeken. Muziekkorpsen bliezen socialistische liederen, de mensen zongen dapper mee. En ìk liep dapper mee, maar op den duur bleken mijn benen te kort om dat lang vol te houden. Vader moest me dragen, wat wel eens overgenomen werd door andere demonstranten.

Bakers
In de tijd van de gezinsuitbreidingen kwamen er bij ons bakers. De vrouw die mij de eerste luiers heeft omgedaan, was volgens zeggen een groot liefhebster van een zeker Schiedams vocht. Toen ze dachten dat baker zat te dutten, had ze hem half om. Nee, dan baker Van Zanen van Krommenie, een keurige vrouw die later nog wel eens op de thee kwam. Omgekeerd brachten wij haar nog wel eens een bezoek, lopend naar ’t Mad en weer kuierend terug. Daar woonde ze met haar man in een achterhuisje. Van Zanen, die met een kruk liep, ken heel wat verhalen vertellen over de staking in 1903 aan de blikfabrieken. Het echtpaar Van Zanen‚ in het bezit van enige oude stukkenbordjes zoals broodbordjes genoemd werden. ’Stikkebrakke‘, werden ze daar genoemd. Prachtige blauwe bordjes met afbeeldingen van de Krommenieër kerk. Op de hoek van de Padlaan, ’t Wormerveerderpad, zeiden ze op Krommenie, en de Hoofdstraat stond de garenwerf van de firma Sijpestein. Aan palen met dwarslatten hing het garen te drogen. Toen een paar zusters er eens met mij langs gingen, maakten ze me wijs, dat aan die palen dieven en moordenaars werden opgehangen. Ze konden me ook van alles wijsmaken.