Jan de Vries

Spelen en vrije tijd

De noorderjeugd bracht veel vrije uren door in de Kerkstraat en het Kerkplein. Op het kleine pleintje tussen de kerk en de winkel van de Coöperatie Helpt Elkander, werden allerlei spelletjes gedaan, waarbij de winkelchef Schaar wel eens vermanend op moest treden. Hij was nogal gemoedelijk en een opmerking als ‘jongens, denke jullie een bietje om de ruite asseblieft’, was meest voldoende. Er waren nogal wat ramen in de westmuur van dit pand, aangezien hier vroeger de armenschool gevestigd was. Het klompenhok was toen de ingang en er waren ook nog enkele schoolborden aanwezig in het gedeelte dat als pakhuis gebruikt werd.

Op het Kerkplein werd gevoetbald. De ene ‘kiep’ was tussen twee bomen en de andere werd gemaakt met een paar stenen. Waren er geen liefhebbers genoeg om te ‘kiksen’, dan gingen we spelletjes doen, bijvoorbeeld oorlogvoeren. De zandkist in een hoek van een plein was dan een fort. Een der verdedigers van deze sterkte antwoordde eens op de roep van de aanvallers, ‘Geef je over’, ‘Nooit, den liever de lucht in.’ Hij heeft enige tijd de bijnaam Jan van Speyk gedragen. Zijn grootvader had in 1842 de bewaking op zich genomen van de restanten van een verbrande oliemolen, die onder verdachte omstandigheden in vlammen was opgegaan. Toen de zaak voorkwam had hij een zoontje meegenomen, dat zijn zondagse schoenen aanhad. Een van de omstanders maakte de opmerking ‘Nou, nou, Klaas, wat het je Keesie deer een paer mooie skoene an’. ‘Jae, zei Klaas, dat benne Van Speyk skoene.’ De naam zat dus wel in de familie.

Petroleum
Toen we van het Hazepad naar het Zonnepad verhuisden, konden we ons daar ook wel vermaken. Een paar jongens waren belast met petroleum halen voor thuis. Ze waren blijkbaar niet vies van dit vocht, want soms namen ze een flinke slok ervan in de mond en bliezen de petroleum in een vlammetje en dat gaf een aardige steekvlam, tot schrik van de mensen, die toevallig voorbij liepen.

Glasscherven
Ook gezinnen die rustig thuis zaten werden weleens de stuipen op het lijf gejaagd. Dan kregen we met elkaar voor een raam zogenaamd ‘bonje’ met elkaar. Er werd tegen de ‘buitenweeg’ gebonkt, gescholden en geschreeuwd. Met een aantal glasscherven in de hand ging dat even door tot een trap tegen de muuur het sein was het glas te laten vallen, dan de benen te nemen om op enige afstand vanuit een steeg de uitwerking te zien. De hele familie kwam soms buiten. Maar eens sloeg er één net iets te hard tegen een ruit. Dat werd uitgezocht en moest natuurlijk betaald worden. Toen zal er ook wel eens gezucht zijn over die jeugd van tegenwoordig.

Biksteen
Ik was in die tijd bevriend met een jongetje die een zaak had, die heeft hij nu nog, maar toen handelde hij in zand en biksteen en ‘Brussels’ zand. Ik ben wel eens met hem meegeweest naar Wormerveer en er waren toen heel wat mensen die bij hem voor één of twee centen zand kochten. Brussels zand werd gebruikt om ‘nat te schuren’ en zo bracht men weer wat glans op ijzeren vorken en lepels. Zand werd gebruikt om messen te slijpen, vele hadden een slijpbank thuis. Er waren ook toen enkele mensen, die een biksteen molentje hadden. Aan het einde van de Schans stond een aardig achtkantertje. Die zand— en biksteenhandel wel een kleine bijverdienste. Ik kreeg van mijn vriendje voor de hulp nog wel eens een cent. Toen het roestvrije eetgerei zijn intrede deed konden de zand- en biksteenventers wel zo langzamerhand inpakken.

Vuurmakers
Behalve de genoemde negotie ventte men toen ook veel met gotie ‚ventte men ook veel met mosterd aan de deuren. Ook balletjes, ‘taaien’, vormden een broodwinning. In die tijd kochten de huismoeders ook vuurmakers van venters of bij de kolenboer. Dit waren houtkrullen, die opgerold met een ijzerdraadje aan elkaar gebonden in vloeibare hars waren gedoopt. Ze dienden als kachelaanmakers en sommige venters noemden deze dingen ook zo, zeker ter afkorting. Daar vooral in de arbeidersgezinnen cokes de brandstof was en velen een fornuis hadden, waren de vuurmakers nogal in trek. Misschien is nu zo‘n vuurmaker nog te vinden bij verzamelaars in curiosa.