Jan de Vries

Wintervermaak

De winters tussen 1906 en 1910‚brachten veel sneeuw. Toen gingen de sierlijke arresleden door een paard getrokken langs de weg. Soms met een mooi tuig, een versierde haam op de hals, Waaraan belletjes rustig klingelden. Het paard met een mooie pluim op de kop, pardon hoofd. Als er ijs lag, zag men ook nog wel’togen‘. Dat waren sleeën met een rondom gesloten bak. Ze hadden mooi bewerkte zijschotten. De voorzijde sierlijk gebogen en de hoeken met snijwerk versierd. Zo‘n toog was meestal ook fraai beschilderd met landschappen of met molens of huizen van de eigenaars. Er stonden één of twee bankjes in. Oude mensen en kinderen kon dan volop meegenieten als ze in zo‘n toog zaten. Men kan desnoods een warme kruik meenemen, zodat men prinsheerlijk in dekens gepakt de koude kon trotseren.

Sneeuwballen
De hoge zijden hoed werd desttijds door de grote lui nog veel gedragen. Maar als er sneeuw lag werden veel van die cilinders verwisseld voor petten, want deze hadden minder trefkans. Een groep jongens bekogelden eens de pastoor Bosboom van het Kalf, toen hij juist de steeg inging naar de overzet van Adam Smit. De onderwijzers waren niet best te spreken over dit geval en deelden straffen uit. Een sneeuwgevecht deden handen en oren gloeien. Het werd soms een wilde robber, waarbij het kasteel geheel vertrapt werd. Zo’n sneeuwgevecht hebben we wel eens, geleverd voor het Noorderspuithuisje, zodat het bijna onveilig werd daar de weg te passeren. Er was toen weinig verkeer en de voorbijgangers, die ook hun aandeel kregen namen het nogal gemoedelijk op.

Zwaar karwei
Als het puur gesneeuwd had was het geen pretje voor de mensen, die met karren langs de weg moesten, zoals bakkers die mogelijk verwisselden sommigen hun kar voor een grote slee‚ anders voorzag men zich van een trekker. Ook paarden die voor de wagens liepen hadden het dan extra zwaar. De dieren werden dan wel op scherp gezet, maar ‘glisten’ toch nog wel eens weg. De voerman liep dan naast de wagen met een gonjezak om het wegglijden van de wagen te voorkomen.

Sneeuwbestrijding
Sneeuwruimen was er destijds niet bij, het enige wat er van gemeentewege gedaan werd was zandstrooien. Dit werk deden Scheepsbouwer en Plooier, resp. de straatmaker en de asman van de gemeente. Ze gingen met een kruiwagen met zand langs de weg. Het zand werd met de hand of met een schepje uitgestrooìd. Het had niet veel om het lijf, maar de post op de gemeente begroting zal niet erg groot geweest zijn voor dit karwei. Hield de vorst een paar dagen aan dan was het weldra druk op de sloten. Dan wemelde het van de kinderen die schaatsen of zich vermaakten met de prikslee. Eens waren onder de Hazepadbrug een paar jongens bezig het ijs met ’Zaterdagen‘ stuk te slaan. Thuis werd druk op de ruiten getikt en toen dit niet hielp werden ze verjaagd, maar even later zakte een buurjongetje, die argeloos er langs ging, erdoor.

IJsverenigîngen
De burgerijsclub ‘WîÍlem Barendsz’ en de meer deftige ijsverenigíng ’Thialf‘, lieten banen maken op één daarvoor meest geschikte sloten achter het dorp. De eerste stal achter café ’Zaanzicht‘ tegenover de kerk, de tweede om de zuid achter de ’Zwaan‘, toendertijd toneelzaal van Casper Gorter. Wedstrijden in hardrijden werden georganiseerd. Bij Thialf zag men veel wedstrijden in schoonrijden, persoonlijk en voor paren.

Als de winter aanhield vonden ook wedstrijden voor armen plaats. Dat noemde men Spekrijden. Voor een dergelijke wedstrijd zorgde zelf voor een rijder. Dit gaf nog wel eens scheve verhoudingen. aangezien hier wel eens bitter onder, liep, d.w.z. men vreesde dat behoeftige en rijder, soms zelf werkloos, een ’sam—sam‘ afspraak maakten. Later werd dan ook door de rijders geloot, voor wie men reed. Natuurlijk zat er voor de rijder zelf ook nog wel een prijsje aan. De prijzen voor de armen, bestonden uit levensmiddelen, zoals spek, gort, erwten en bonen. Deze liefdadigheìdswedstrijden zijn gelukkig nu verleden tijd.

Maar er is meer dat tot het verleden behoort, wat eigenlijk jammer is. Werden zestig jaar geleden na flinke sneeuwval nog wel eens wedstrijden georganiseerd in ’hardarren‘, bijv. op de Gedempte Gracht, nu ziet men slechts arresleeën in een museum.