Vuilnisbelt

Reinigingsgebouw in Rooswijk in vlammen

In de “Brandbrief van 2 februari 1981 vonden we deze karakteristieke constatering van onze oud-commandant D. L. Husslage. Het artikel had als titel: Handtet= ding voor het organiseren van een “realiteitsoefening”.

Zoals u wellicht weet is de Zaandijker brandweer zeer actief en belust op brand. Nu zijn er in Zaandijk niet zoveel grote branden, ofschoon de “opper “steeds op iedere vergadering weer aankondigde dat er na twee kleine klusjes weer een grote brand te wachten stond. Soms kwam het wel eens uit, dikwijls klopte het niet. Zaandijk was echter in het bezit van een riante vuilnisbelt, zeer goed gesitueerd, vlak tegen de bebouwing van Rooswijk, naast de reinigingsdienst. Deze vuilnisbelt was een vaste klant van de brandweer, die er noodgedwongen vele malen moest oefenen. De animo werd er na een aantal vuilnisbeltbranden echter niet groter op. En omdat er toentertijd maar geen echte flinke brand kwam, werd er gezocht naar een zogeheten “realiteitsoefening”. Er moest dus vuur zijn.


Toegangsbrug Oud Heinstraat naar vuilnisbelt

De gemeente had het plan opgevat de vuilnisbelt te saneren en de reinigingsdienst te verplaatsen. Die sanering liet de brandweer koud, maar de oude reinigingsgebouwen werden door de opper met een begerig oog bekeken. Toen bovendien bij een bespreking met de burgemeester bleek dat de gemeente diep in de buidel zou moeten tasten om de oude gebouwen te slopen, kwamen burgemeester en opper spoedig overeen dat hier een ideaal oefenobject voor de brandweer lag. Zoals dat ambtelijk gaat, was het niet zo maar “jongens ga je gang maar”, nee, eerst moest er een plan komen waaruit zou moeten blijken dat enige aangrenzende gebouwen en beplantingen geen schade konden oplopen.

Vuurbelasting
Er werd in diep geheim een comité gevormd dat het plan van de reinigingsbrand verder moest uitwerken. De mensen van dit organisatie-comité werden zorgvuldig uitgezocht. Als eerste man werd meteen een garagehouder, tevens lid van de brandweer, gekozen, omdat deze waarschijnlijk wel over oude banden en olie beschikte om de houten gebouwen een wat grotere vuurbelasting te geven. Problemen gaf dit niet, het aanbod van brandbare materialen was ruim voldoende, zodat vóór de geplande maandagavond al menig vrachtje in het oude gebouw was opgeslagen. In de commissie was breedvoerig gepraat over de vraag wanneer de blussing moest worden ingezet. Hoe lang moest men de brand z’n gang laten gaan? Ervaring daaromtrent was er niet, maar tien minuten leek de heren wel een aanvaardbare tijd. Dus werd er afgesproken dat de brand om tien voor half acht zou worden aangestoken en dat om half acht precies alarm zou worden gegeven via het eigen brandmeldingsnet.

De alarmering zou vanuit het woonhuis van de opper plaats hebben. Zijn oudste zoon kreeg de instructie om precies om half acht, geen minuut eerder of later, de oei over te halen. En – u merkt hoe serieus er-gewerkt werd – de horloges werden precies gelijk gezet. Het was die maandag een ideale dag voor een pittige brand: vrijwel windstil, een mooie zomeravond. Slechts vier man wisten van de oefening. Zoals afgesproken gingen deze vier commissieleden over tot het aansteken van de brand. Een zacht-gekookt eitje: dankzij het verzamelde materiaal schoot het vuur er meteen goed in. Vijf minuten later kwam de vlam het dak al uit.

Zenuwelaiers
Het was wenselijk de brandweer maar wat eerder te alarmeren. De opper holde naar de dichtstbijzijnde telefoon en droeg zijn zoon op de bel direct over te halen. Maar deze hield zich aan zijn eerdere instructie: er was uitdrukkelijk afgesproken dat hij om half acht het alarm moest inschakelen en met “zenuwelaiers “had hij niets te maken.


Het gebouw stond intussen in lichter laaie. Ook de naastliggende gebouwen en de bomen begonnen te branden. Het verkeer op de Provinciale weg stopte. “Kijk jongens, een flinke brand!”.

De brandweerlui uit Koog, onderweg naar hun oefenavond, besloten tot onmiddellijke actie. Terwijl de commissieleden handenwringend rondliepen, kwam daar gelukkig de spuit van Koog als reddende engel. Ofschoon de Zaandijker opper zich nooit enthousiast had betoond als naburige gemeenten zich met “zijn “brand bemoeiden, werden de Kogers nu met open armen ontvangen. Ze begonnen gelukkig snel water te geven. Toen ze al lang en breed in de weer waren, kwamen de Zaandijkers in actie. Het hele zaakje brandde plat, ook de aangrenzende gebouwen. En er was geen boom of struik meer over.

Conclusie
Van beginnend vuur tot flinke brand, dat kan razend snel gaan. In tien minuten kan er veel meer gebeuren dan zelfs ervaren brandweerlieden verwachtten. De brandweerleiding heeft excuus aangeboden aan het gemeentebestuur. Toen er even werd getwijfeld aan de deskundigheid van het Zaandijker corps, haalde de opper de woorden van wijlen de Zaandamse commandant Kakes aan: “Zelfs de zon heeft vlekken”.