Jan de Vries

Het Hazepad

Het zal wel niet meegevallen zijn met negen mensen in een betrekkelijke kleine woning. De twee bedsteden in de kamer waren volgeboekt en de zolder was ook tot de laatste plaats bezet. Dus werd er uitgezien naar een andere woning en we kozen het Hazepad. Ik weet nog dat het huisraad in een vlet geladen werd. We gingen het huis verlaten, dat de oudelui 21 jaar daarvoor betrokken hadden. Ja, zei er een, wat moeten we nou met Jan, moet die ook mee of zelle we em hier maar achterlaten? Ik kreeg de stuipen op mijn lijf. Was ik dan zo stout, dat ze kwijt wouwe? Werd snotteren met Jantje en de plager kreeg een standje van moeder.

Even later voer ik, overgelukkig, mee in de schuit. Er werd gemeerd aan het walletje, naast het molenhok. De molens, die daarin lagen, werden gebruikt om het brugdek omhoog te brengen, wanneer een hooischuit voor boer Sloten, die de Zaanhoeve bewoonde, daarheen moest varen.

Ramp
Eens speelde ik op het erf en was nog even tevoren in de steeg geweest, toen een luik plotseling naar beneden viel en met een smak in de steeg terecht kwam. In ons landelijk dorpje gebeurde niet veel. Was het dus een wonder dat deze ramp de belangstelling trok van de hele buurt? Zelfs een buurvrouw, de enige huizen verder woonde, liet haar winkel met heerlijk brood en prima koeksooorten in de steek en spoedde zich naar de plaats des onheils. Nou gors mens, zei ze tegen moeder, liep Jantje net in de steeg? Och gors mens, hij had wel dood kenne weze.

Uitverkoop
We hadden in de woonkamer uitzicht op de dorpsweg. Daar stond het kroegje van Gandje Stam, later Klaas Mars, die de zaak vergrootte en een bord boven de nieuwe voorgevel: Cafe vanouds Oost-Indie. De steeg van Mars gaf ook door een zijdeur toegang tot woningen waarin de families Bos en Oene woonden. De oudste zoon van Oene was, van 1931 tot de melksanering toe, onze melkboer. De steeg gaf ook door een zijdeur toegang tot het cafe. Velen, die een hassebassie kwamen drinken, gingen de steeg door. Schaamte? Mars dreef ook een groentezaak. Aan de andere zijde was de manufacturenzaak van Alhing. Zijn winkel was niet groot en met mooi weer hingen deurmatten enz. voor de winkelpui. Hij verkocht evenals Vredenduin ‘op de lat’ moet je maar rekenen. Eens kondigde hij aan, GROTE UITVERKOOP, wegens verbouwing van de zaak. Deze verbouwing bestond uit het vernieuwen van een in staan van ontbinding verkerend raamkozijn en nog een paar plankjes. Hij was zijn tijd vooruit en wist wat reclame was.

Het Hazepad, links de smederijbrug. Achter de woonhuizen en houtloods de paltrok de Windhond.

Meer winkeliers
Ten zuiden daarvan dreef destijds bakker Abercrombie zijn bedrijf. Later kwam groentehandelaar Lambertus Koene erin. Zijn zoon Bertus en ik speelden met elkaar aan de weg of op een der erven en op latere leeftijd achter het dambord, als leden van KDZ. Na Koene kwam Kelder daar, die een schoenenzaak dreef. Nog zuidelijker het huis van de oude Jaap Krijt, die ook een groentezaak had. Toen oude Krijt stierf, kwam Arie naar Zaandijk en vestigde zijn zaak tegenover het Wiesbaden, waar Karskens, de kuipersbaas eerst woonde. In de zaak van Krijt kwam na de verbouwing de slagere van Hensen, die eerst op het Hazepad zijn zaak had. Dan volgde Vredenduin, de manucfacturen Amersfoort, schoenhandelaar en Landsman, de goudsmid. In hetzelfde jaar dat we op het Hazepad kwamen, werd een groot kaaspakhuis gebouwd over de wegsloot. Op de zolders hiervan stonden rekken met kazen en indien nodig was en het weer het toeliet, stonden de ramen open.

Hierna Beter
Beneden in de zuid-oosthoek, was het kantoortje van de chef Jan Zwart, die destijds op de Smidslaan, toen meer bekend als Darmenpad, woonde. Zwart was toen nog een jonge man en een bekend steunpilaar van de toneelvereniging ‘Hierna Beter’. Als het raampje van zijn domein openstond, konden we hem af en toe horen zingen.

Het zuivelbedrijf heette De Kroon. In die jaren werd daar een harmonie-korps opgericht, de Kroonkapel geheten. Buurman Zwart blies daarop de Helicon, de ringbas. Toen Dirk er werkte bespeelde deze een piston of een bugel. Dat was een lawaai aan het beging van ons pad. Schoenmaker Toon de Vries, toen zelf spopraansaxofonist in Zaandijks fanfare, zwaaide de dirigeerstok, wat hij ook deed voor de ‘rode’ muziekkapel waarvan Cor lid was. Beide korpsen waren geen lang leven beschoren.