Jan de Vries

Pinksteren

Een jaar heeft vele hoogtijdagen, maar de Pinksteren is in de Zaanstreek van oudsher iets bijzonders. De Pinksteren wordt voorafgegaan door Luilak, die soms in de hele vroege ochtenduren gevierd wordt van de zaterdagmorgen voor Pinksteren. Reeds omtrent het middernachtelijk uur van vrijdag op zaterdag waren enkele jongens in de weer. Kameraden werden opgebonkt door met stokken en knuppel op de weeg te bonken, waarachter men de slaapstee van de makkers dacht. Bij de langslepers werd, het geroep ‘loîlak, sleepzak’ aangeheven. Bosjes brandnetels werden dan aan de deurknoppen gehangen of ze werden ingesmeerd met een substantie, die honden op de weg deponeren.

Gladoren
Wanneer meerdere jongens op straat kwamen, stelden velen zich op voor de te verwachten invasie van de gladoren. De meer vreedzamen gingen liever ‘korrierijden‘ liefst met een flinke sleep van oude emmers, blikken bussen en dergelijke. Met een touw achter de korrie gebonden. Om een uur of vijf was het hele dorp wel wakker van het lawaai. Dan werd op het dijkje hevig geknokt tussen de zuiderjeugd van Wormerveer tegen de Noord-Zaandijkers. De krijgskansen keerden naarmate er aan de éne of andere kant rake meppen vielen. Soms wisten de gladoren door te dringen tot voorbij het Zonnepad, andermaal sloegen ze op de vlucht tot het Zuideinde. Meermalen liep een deelnemer aan deze krijg een bult of een dichtgeslagen oog op. Kwamen de ‘windhanen’ als overwinnaars uit de strijd, dan zongen ze een lied dat aan duidelijkheid niets te wensen overliet:

Ik heb me skoene lete lappe,
Om die gladoor dood te trappe.
Wai zij de jonges van de Hollandse zee.

Ook de ouderen hadden met luilak hun werk zo in de vroegte. De ‘buitenboel’ kreeg dan een beurt en reeds vrijdagavond waren velen in de weer met het afboenen van de houten ‘buitenweeg’ en het bovenschot van hun woning. De vroege ochtend van luilak gaf doorgaans hetzelfde beeld en eindigde met straatschrobben. Was het karwei ‘plat’, dan was het tijd voor de warme bollen. Ieder die het maar enigszins kon doen haalde warm brood, zo uit de oven. Deze bollen die veelal de vorm hadden van grote kadetten, fransies’ zei men toen, konden warm en week zo naar binnen gewerkt worden. Thuis werden ze overlangs doorgesneden en soms met beste boter besmeerd.

Pinksterdrie
Het was op de dinsdagmorgen na Pinksteren in 1574 dat Egge Haentjes, toen hij zijn koeien wou gaan melken, nogal wat beweging meende op te merken aan de overzijde van de Zaan. Hij vreesde een aanval op Wormer, maakte gewag, waarop in allerijl een aantal weerbare mannen in actie kwamen om deze invasie te verhinderen. Volgens de geschiedschrijvers werden hiervoor schuiten dwars over de weg, het z.g. Zandpad, gelegd waarachter men zich verschanste tot verdediging. Dit deed de Spaanse soldaten aarzelen in hun aanval en deed deze mislukken. Aan het kordate optreden van de Wormers zou het te danken zijn dat de Prins van Oranje, de dinsdag na Pinksteren tot feestdag liet verklaren. Maar dit schijnt een legende te zijn. Die Pinksterdrie is nog steeds in ere gebleven, vrijwel nergens wordt in de Zaanstreek op deze dag gewerkt. Hoewel minder als in de vorige eeuw was er die dag gelegenheid om met ‘Jan Plezier’, waarin soms 15 tot 20 personen konden plaatsnemen, een ritje te maken. Men reed van het Mallegat te Zaandam naar de Dam of omgekeerd. Natuurlijk werd daarbij de drankfles niet vergeten. Die het betalen konden of het eraf namen, lieten zich naar Purmerend rijden. Een ‘bokkíe kopen’, zei men, maar het kwam wel neer op een slokkie kopen. Velen gingen met salonboten naar Amsterdam. Vanaf de Burcht te Zaandam vertrokken om het half uur De Zaandam I en II, de Prins van Oranje en de Czaar Peter. Op de meeste boten waren muziekgezelschappen die de stemming er wel inhielden. Ja, ja, die goeie ouwe tijd!