Achter de deur ...

… Lagedijk 96

Het huis is nauw verbonden met de historie van de Zaandijker papierindustrie. In het artikel wordt er daarom dieper ingegaan op de papiergeslachten van der Ley, van Vleuten en Honig.

Lagedijk 96 (foto: GAZ).
Links: de kadastertekening van Lagedijk 96. Rechts: Het huidige bovenlicht van Lagedijk 96, gesneden door A.O. Brucker in opdracht van Jan W.A. Honig. Vrouwe Fortuna met daarboven de molen “Het Fortuin” (tek. en foto: GAZ). 

Het geslacht van der Ley
De bouwer van het huis Aris van der Ley (Zaandijk, 1707-1800), stamde uit een familie van Zaandijker papiermakers en koopmannen. Hij bewoonde het huis van 1752-1800. Hier een kort overzicht van zijn voorvaderen:

Betovergrootvader Pieter Jansz Stijfselmaker (?-?) verbouwde zijn door hem in 1600 opgerichte oliemolen tot de eerste papiermolen van de Zaanstreek voor 1605. Hij was daarmee de grondlegger van de Zaanse papierindustrie. Deze molen was genaamd ‘De Witte Gans”, of ook wel “De Zaandijker Grauw”. Hij stond in het veld achter het Verlanenpad, dicht bij de huizen. In 1615 kwam daar “De Kauwer”, bijgenaamd “De Grauwe Papierbaal”, bij. Deze stond ongeveer op de plek van de huidige papiermolen “De Schoolmeester” maar dan ten oosten van de Watering.

Pieter Jansz was eerst stijfselmaker van beroep en hij bezat daarnaast ook een Braziliëmolen of Parseleimolen. Deze laatste werd in 1601 gebouwd ter hoogte van de Beeldentuin in de Gortershoek te Zaandijk (misschien wel op de plek van Lagedijk 96, de meningen zijn daarover verdeeld…) Deze molen maalde rood hardhout uit Afrika en later uit Brazilië dat gebruikt werd bij de verffabricage van wol, zijde en laken. Vanwege de Amsterdamse monopolypositie (in de gevangenis, Rasphuis genaamd, werd met de hand roodhout geraspt) moest deze molen worden ontmanteld en werd hij verkocht. Hij was getrouwd met Grietje Jans ( ?-1619) en zij hadden samen drie zonen: Aeriaen, Gerrit (noemde zich Noom, naar een uitgestorven familietak) en Pieter. De drie zonen erfden zijn bezit.

Overgrootvader Gerrit Pietersz van der Ley-Noom (?-1674)
Hij woonde, net als zijn broer Aeriaen, naast de papiermolen “De Kauwer”, de één links, de ander rechts. Wanneer de papiermolen “De Kauwer” exact is verdwenen is niet bekend, de laatste acte van overdracht dateert uit 1636. In 1634 kochten de beide broers een stuk land aan het eind van het huidige Hazepad. Op dit stuk grond werd een oude oliemolen uit Wormerveer geplaatst die vervolgens de naam “De Haas” of “De Oude Haas” kreeg. De gebroeders van der Ley stonden ook aan de wieg van meelmolen “De Bleke Dood”.

Grootvader Pieter Gerritsz van der Ley (?-1692).
Het papierbedrijf van de firma van der Ley werkte vanaf 1674 met “De Zwarte Bonsem” (einde Stationsstraat Koog) en “De Wever” (ten westen van station Zaanse Schans, ten zuiden van de Guisweg. De firma verbouwde de beide molens tot wit-papiermolens (voor schrijfpapier en drukpapier) hetgeen voor die tijd nog niet in de Zaanstreek kon worden gemaakt. De doorbraak voor wit papier productie betrof het vervangen van de ijzeren platen en messen in de maalbak door platen en messen van een geel- en rood koperen legering. Deze maalbak, ook wel genaamd “Hollander”, was een Nederlandse vinding. Het betreft een gesloten ovale bak gevuld met schoon water waarin een rol met scherpe messen de witte lompen voor de papierfabricage tot pulppap maakt. In de molens van Pieter Gerritz van der Ley werd vanaf 1673 gebruik gemaakt van deze verbeterde maalbak. D.m.v. het aanleggen van waterzuiveringskanalen werd het opgepompte grondwater water ontdaan van zwevende vervuiling en ijzerdeeltjes. Hierdoor had men de beschikking over het voor witpapierfabricage benodigde heldere water.

Links: papiermolen “De Zwarte Bonsem” rond 1800, rechts: witpapiermolen “Het Fortuijn” ( afb.: GAZ) 

Vader Jan Pietersz van der Ley (1660-1750).
Pieter Gerritsz deed zijn belangen over aan zijn zoon Jan. Jan was getrouwd met Maritje Caeskoper (1672-1750). Jan kocht in 1720 benoorden het Guispad de grond waar voorheen molen “De Ster” (verplaatst in 1709 naar Zaandam) stond. Jan liet op de plek van “De Ster” in eigen beheer de witpapiermolen “Het Fortuin” (naast het huidige politiebureau) bouwen. Tezamen met twee zonen, Claes (?.-1773) en Aris van der Ley (1707-1800), werd in 1734 de firma Jan, Claes & Aris van der Ley opgericht.

Behalve “Het Fortuin” waren ook de papiermolens “De Zwarte Bonsem” en “De Wever” (beiden te Koog aan de Zaan) al in het bezit van vader en zonen. Na het overlijden van vader Jan (1750) zetten de zonen het werk voort. Na het overlijden van Claes in 1773 werd de rederij opgeheven en werden zowel de “Zwarte Bonsem” en “De Wever” verkocht. Alleen “Het Fortuin” bleef over. Aris was voor de helft eigenaar, de andere helft was van de kinderen van zijn overleden broer. Hun erfdeel werd echter door Aris aangekocht voor fl. 5.000,- zodat hij geheel eigenaar werd van de molen.

1752: Aris van der Ley bouwt het huis op Lagedijk 96.
Aris (ver?)bouwt, na de dood van zijn vader, het huis op Lagedijk 96. Het is niet bekend wat er eerder op die plek heeft gestaan maar, gezien de grootte van de kavel van 20 x 20 meter is het mogelijk geweest dat er meerdere huizen hebben gestaan. In het boek van ‘De foto’s van Breebaard. De Zaanstreek belicht 1863-1878′ wordt geopperd dat op deze plek de eerste Parseleimolen (Braziliëmolen, deze maalde verfhout) heeft gestaan. Tot op heden is er geen nader onderzoek hiernaar gedaan. Het huis is misschien ouder dan 1752 vanwege het feit dat er aan de noordgevel op de 1e etage bouwkenmerken aanwezig zijn die ouder zijn dan het midden van de 18e eeuw. Het zou kunnen dat men gebruik heeft gemaakt van al bestaande houten componenten uit een eerder aanwezige woning.

Aris had geen kinderen uit zijn huwelijk met Grietje Gerrits Vis (Zaandijk, 1705-1781). Op het moment van hun huwelijk in 1756 was Aris 48 jaar en Grietje 50 oud. Uit onderzoek is gebleken dat de wanden van de linker voorkamer betegeld waren met zg. “witjes” (tegeltjes). De rechter voorkamer was bekleed met goudleer. Aris blijft tot aan zijn dood in 1800 in het huis wonen.

Vanaf 1776 werd het bedrijf van Aris versterkt met een 14-jarige aangetrouwde neef: Jan van Vleuten. Met het overlijden van Aris in 1800 kwam er een einde aan de mannelijke stam van het geslacht van der Ley. Deze familie, net als de fam. Vis, stamde af van de stichter van Zaandijk, Oudt-Heijn, en was zodoende één van de oudste geslachten van Zaandijk. Jan van Vleuten erfde het huis en de molen van zijn oom. Hij zette het bedrijf voort onder de oude naam: “Jan, Claes & Aris van der Ley”, tot aan zijn dood in 1835. In Rooswijk is een straat vernoemd naar Aris van der Ley.

1800-1835: Jan Adriaansz. van Vleuten (Zaandijk, 1762-1835) papierfabrikant, burgermeester van Zaandijk, huis nr. 107
Jan van Vleuten erfde van oom Aris in 1800 de papiermolen “Het Fortuyn” en het huis aan de Lagedijk 96. Hij trouwde in 1784 op 22-jarige leeftijd met de even oude Aagje Jansd. Honig (Zaandijk, 1762-1807). Samen hadden zij vijf kinderen: Maartje (1785-1817), Guurtje (1786), Adriaan (1790-1826), Lijsje (1792-1864) en Trijntje (1797-1868). Na de dood van Jan in 1835 werd de molen door de erfgenamen verkocht voor fl. 11.000,- aan de firma van Gelder, Schouten en comp.

Jan was in 1788 medeoprichter en secretaris van de “Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen” departement Koog Zaandijk. Hij bleef deze functie uitoefenen tot aan het einde van zijn leven. Van Vleuten was samen met K. Kuyper ook eigenaar van een “lusthof”, een overtuin. Deze lag op de plek waar later bloemist Schipper (Lagedijk nrs. 45/47) zich vestigde.

Toen de Fransen in 1795 Amsterdam binnentrokken en de Bataafse Republiek werd uitgeroepen, was het Jan van Vleuten die de mannen van Zaandijk bijeen riep in herberg De Zwaan om ze van dit heuglijke feit op de hoogte te stellen. Van Vleuten was één van de afgevaardigden van de Zaanstreek naar Den Haag, ter ere van de nieuwe koning, Lodewijk Napoleon. Helaas bleek het Franse avontuur geen succes, maar hij was zeer verheugd toen hij als één van de afgevaardigden van de Zaanstreek, de teruggekeerde Prins van Oranje, de latere koning Willem I, mocht gelukwensen. Tijdens het grote Oranjefeest in 1814 las men op zijn illuminatie: “Ik ben, geloof mij vrij, voor een uytheemse franje, maar wel opregt gezind voor Neerland en Oranje”.

Jan van Vleuten heeft een schat van gegevens achtergelaten over de Franse tijd. Hij schreef over de loting van conscripts (dienstplichtigen) in Zaandijk en hield een dagboek bij, waarin voornamelijk politieke gebeurtenissen werden beschreven. Deze dagboeken beslaan de gehele periode van de Bataafse Republiek, de Franse Tijd en verder. Hij was ook één van de Zaanse kooplieden die in 1799 naar het slagveld in het Noorderkwartier (Engels-Russische invasie tussen Petten en Callantsoog) afreisden. Zijn verslag daarvan berust, zoals ook zijn andere notities, bij het Gemeente-archief van Zaanstad. Zijn leven lang bleef hij koopman-fabrikant. Hij was een ontwikkeld man met grote belangstelling voor politiek. In Rooswijk houdt men zijn herinnering levend met de Jan van Vleutenstraat.

Links: de originele voorgevel met uitbouw en hekken, deze werden helaas verwijdert door eigenaar Jan Cornelisz Honig. Rechts: het naast gelegen papierpakhuis De Bijkorf (zwarte pijl) dat door Jacob Cornelisz Honigh werd gebouwd. De deur uiterst rechts (witte pijl) was de toenmalige steegdeur. Deze steeg werd later bij het huis getrokken (foto’s: GAZ). 

1835-1868: Guurtje (1786-1865) en Trijntje van Vleuten (1797-1868), huis nr. 107
De ongehuwde zussen Guurtje en Trijntje van Vleuten bleven na de dood van vader Jan in het huis wonen. Zij vulden de annotaties van vader Jan (zijn notitieboeken) na zijn overlijden verder aan tot aan de dood van Trijntje in 1868.

Foto van Breebaard uit 1864, achterzijde van Lagedijk 96, geheel links het luchthuis van nr. 94. De boeier ligt in de insteekhaven. (foto GAZ). 

Guurtje (links) en Trijntje van Vleuten (foto’s: St. Archief Honig(h), tek. GAZ) en de werktekening van de boeier van de zusters van Vleuten. Het schip werd tegelijk met het huis verkocht aan Jan Cornelisz Honig en droeg de naam “de Vlinder”. 

Huis van papierfabrikanten en kooplieden, de fam. Honig
Ook het geslacht Honig was, net als de fam. van der Ley, van oudsher actief o.a. in de papierfabricage. Vanaf de 2e generatie, Jan Symonsz Honig (1585-1620) werd er papier gemaakt met de 1e papiermolen van Koog aan de Zaan: “De Jonge Zwaan” oftewel: De Koogher Oud”, gelegen in het huidige Koogerpark ter hoogte van de Jonge Zwaanstraat. Deze molen was toen voor de helft eigendom van Adriaan van der Ley, een voorvader van de bouwer het huis: Aris van der Ley. De betovergrootvader van Jan, Jacob Jansz Honig,(1712-1780) was witpapierfabrikant. Hij werkte met de papiermolens “De Vergulde Bijenkorf” en “De Eendracht”. Hij was actief bij de Doopsgezinde gemeente als Diaken en de oprichter van de firma Jacob Honig en Zonen. Hij was getrouwd met Lijsbeth Cornelis Blaauw (1711-1754). Samen kregen zij 8 kinderen. De overgrootvader van Jan, Cornelis Jacobsz Honig (1745-1817), was net als zijn vader papierfabrikant bij de firma Jacob Honig en Zonen. Hij werkte met molen “De Wever”. Hij trouwde in 1768 met Moertje Jansdr. Ongelaar (1749-1830) en samen kregen zij 7 kinderen. De grootvader van Jan, Jan Cornelisz. Honig (1773-1848) was vanaf 1817 papierfabrikant. Hij richtte in 1837 de papierfirma : Jan Honig en Comp.” op. Daarvoor was hij werkzaam bij de firma Jacob Honig en Zonen. Hij trouwde in 1795 met Neeltje Jans Haremaker (1769-1803), samen kregen zij 5 kinderen. In 1813 trouwde hij met Neeltje Lourens Leegwater (1783-1836). Uit dit huwelijk werden nog 3 kinderen geboren. In 1841 werd molen “De Wever” voor sloop verkocht. Ter vervanging kocht Jan, samen met zijn zoon Cornelis , papiermolen “De Jonge Zwaan”, of ook wel genaamd: “De Koogher Oud” (stond in het huidige Koogerpark, ter hoogte van de Jonge Zwaanstraat).

De vader van Jan, Cornelis Jansz Honig (1817-1894), was de jongste zoon van Jan Cornelisz Honig en Neeltje Leegwater. Hij trouwde in 1839 met Maartje Kop (1817-1843), en kreeg met haar samen 3 kinderen waaronder Jan (1840-1925). In 1861 trouwde hij met Eefje Bakker (1832-1915) Uit dit huwelijk werden nog 6 kinderen geboren. Cornelis was papierfabrikant en handelaar voor de firma Jan Honig & Comp. Hij werkte met papiermolen “De Jonge Zwaan” tot 1855. In datzelfde jaar kocht hij van de Firma van Gelder, Schouten en Comp. de verstoomde papiermolen “Het Fortuin”. Hij haalde de stoommachine eruit en ging grauw papier fabriceren.

(1870-1955) Fam. Jan Cornelisz Honig (1840-1925) Lagedijk 1.102, het huidige nr. 96.
Jan Cornelisz. Honig is de overgrootvader van de huidige bewoonster, Welmoet Honig. Jan werd geboren uit het eerste huwelijk van Cornelis Jansz Honig met Maartje Kop.

Boven: v.l.n.r.: Cornelia en haar ouders Aagje en Jan Cornelisz Honig en het door Jan Cornelisz. vervaardigde schilderij van papiermolen Het Fortuijn dat bij westenwind een bewegend wiekenkruis vertoonde. (foto St. Archief Honig(h) & A. Steemers). 

Jan Cornelisz. trouwde in 1864 met Aagje Willemsd Honigh.
Zij kregen samen 6 kinderen: Maartje, Aagje, Willem, Johanna Cornelia, Johanna en Cornelia. De eerste drie kinderen werden op het adres Lagedijk 3.302 geboren, de anderen op Lagedijk 1.102 Hij kocht het huis van de dames van Vleuten in 1868. Hij verbouwde het huis en trok er uiteindelijk in 1870 in. In het huis werd o.a. de schouw in de linker voorkamer versierd met een bijenkorf. De insteekhaven van de boeier werd gedempt en op deze plek werd later een papierpakhuis gebouwd.

Het door Jan Cornelisz. gebouwde zomerhuis met de afluifing (foto: GAZ)
De met de bijenkorf getooide schouw in de linker voorkamer (foto: A. Steemers) en het pakhuis van de firma Jan Honig & Co. (foto: St. archief Honig(h)).

Het prachtige luchthuis met verdieping aan de rechterzijde werd rond 1894 verwijderd, daarvoor in de plaats kwam er een zomerhuis met een overkapte zitplaats aan de Zaan. De uitbouw van de middelste voordeur en de daarboven geplaatste versierde topgevel werden verwijderd, evenals de ijzeren tuinhekken. Daarna had het huis een vlakke voorgevel. Jan heeft van het slopen van het luchthuis en de uitbouw aan de voorkant, naar verluid, later spijt gehad. De reden van zijn sloopwoede was de belasting die toentertijd (vanaf 1812) werd geheven op vensters die daglicht toelieten in de woning. Hoe zuur moet het voor hem geweest zijn toen in 1896 de vensterbelasting werd opgeheven…… Jan was ook maar heel even eigenaar van molen “Het Fortuin”, welgeteld 4 dagen, toen deze in 1894 in brand vloog. “Het Fortuin” werd niet herbouwd. Jan was, net als zijn vader, werkzaam voor het bedrijf dat werd opgericht door zijn grootvader: Jan Cornelisz Honig. Na de brand ging hij zich toeleggen op de papiergroothandel “Jan Honig en Co.” Zijn oudste dochter Maartje (1865-1944) trouwde in 1887 met oliefabrikant Teunis Crok (oliemolen en later oliefabriek “De Wachter”). Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. Maartje Crok-Honig was actief als regentes bij de Johanna Elisabeth Stichting vanaf 1894. Na de dood van haar man in 1922 verhuisde zij terug naar haar ouderlijk huis op Lagedijk 96. Haar ongetrouwde jongste zus Cornelia (1881-1955) heeft nooit het ouderlijk huis verlaten.

Verbouwingen door de dochters Maartje en Cornelia Honig
In 1927 gaf Cornelia architect Piet van Wort (van N.V. van Wort’s bouwbedrijf) opdracht de voorgevel te verbouwen en een totaal nieuwe aanbouw aan de rechter achterzijde te plaatsen. Om ruimte te maken werd het papierpakhuis van vader Jan gesloopt. De rechterzijde van het huis werd het verblijf van zus Maartje, Cornelia woonde aan de linker zijde. De voorgevel kreeg een inverdan geplaatste entreedeur aan de rechterzijde van de gevel en een gebogen raam op de hoek. Op de eerste verdieping werd een dakkapel geplaatst en er verscheen bij het linker raamkozijn een klein raampje. Daarmee kwam er iets van de oude grandeur van het huis terug.

De oude voorgevel, onder de nieuwe voorgevel met de inverdan geplaatste rechtervoordeur, het gebogen hoekraam en dakkapel op de 1e verdieping (tek.: GAZ). 
De voorgevel vóór en na de verbouwing van eind jaren ’20 (foto’s : St. archief Honig(h) en GAZ.)

In de nieuwe aanbouw achter de rechtervoorkamer werd op de begane grond een eetkamer gerealiseerd met dubbele schuifdeuren tussen de voorkamer en de aan de Zaanzijde gelegen woonkamer. Ook werden er openslaande tuindeuren aangebracht in de eetkamer. Aan de straatzijde werd de voordeur “inverdan” geplaatst met daarachter een tochtportaal dat toegang gaf tot de lange gang en een trapopgang. Boven werd een grote slaapkamer met inloopkast aan de Zaanzijde gemaakt, een badkamer, en een kleine kamer met dakkapel aan de kant van de binnentuin. In 1928 liet Cornelia het achterste gedeelte van haar gedeelte van het huis verbouwen. Het zomerhuis werd anders ingedeeld en verkleind t.b.v. een overdekte galerij aan de Zaan.

Links: begane grond, de oude situatie van voor 1927, midden de nieuwbouw en rechts de 1e verdieping,
De achtergevel en de nieuwe indeling van de linker aanbouw met het zitje aan de Zaan (foto’s GAZ).

De zus van Maartje en Cornelia, Aagje Honig (1866-1956), trouwde in 1892 met Gerrit Jan Honig (1864-1955). Hij was de zoon van Jacob Honig Jansz. junior, papierfabrikant, makelaar, directeur van een door hem opgerichte assurantiecompagnie, en later ook burgemeester van Zaandijk. Grote en blijvende bekendheid verkreeg Honig door zijn geschiedkundige onderzoekingen en door vele publicaties.

Gerrit Jan Honig (foto: GAZ)

Zoon Gerrit Jan Honig was een veelzijdige man. Hij was de zoon van Jacob Jansz Honig en Neeltje Mulder. Vader Jacob Jansz Honig bracht een grote oudheidkundige verzameling over de Zaanstreek bijeen. Zijn moeder Neeltje, de zus van de Zaandijkse arts Dr. Jan Mulder, schreef o.a. een boek: “Uit den goeden ouden tijd”. Gerrit Jan kreeg zodoende de liefde voor de streekgeschiedenis met de paplepel ingegoten. Hij was o.a. mededirecteur van het Genealogisch- Heraldisch Bureau Vorsterman van Oijen, directeur en later president-commissaris van de Fa. P Out, later N.V. P. Out, te Koog aan de Zaan, genealoog en historicus te Zaandijk, conservator en bibliothecaris van de Zaanlandse Oudheidskamer te Zaandijk (1892-1953), diaken en secretaris van de kerkenraad der Doopsgezinde Gemeente van Koog en Zaandijk en voorzitter van de Rijper Sociëteit. In dit huwelijk werden 6 kinderen geboren: Jacob, Agatha Maria Cornelia, Cornelia Welmoet, Jan Willem Adriaan, Cornelia Welmoet, en Johanna Jacoba. Het gezin woonde op de Lagedijk 238-240 in koopmanshuis “De Mol”. In 1970 werden “Het Noorderhuis” (ook eigendom van Gerrit Jan Honig) en “De Mol” door de erfgenamen aan de Zaanse Schans geschonken en verplaatst.

1946-heden: Fam. Jan W.A. Honig, Lagedijk 96.
De zoon van Aagje en Gerrit Jan Honig, Jan Willem Adriaan (1899-1967). Jan W.A. werd “Jan weet alles” genoemd . Hij trouwde in 1929 met Alida Maria Bakker (1908-2001). Alida was de dochter van de oprichter van Kunstdrukkerij S. Bakker te Koog aan de Zaan. Zij kregen samen 5 kinderen: Gerrit Jan, Dieuwertje Aagje, Aagje Maartje Cornelia, Simon en Cornelia Welmoet. Het gezin woonde met 4 kinderen boven de zaak van P. Out op de Hoogstraat 32 te Koog aan de Zaan. Bij de geboorte van Cornelia was het gezin inmiddels verhuisd naar de Lagedijk. Jan W.A. was al eerder in dienst maar vanaf 1932 werkzaam als directeur bij de kantoorboek- en boekhandel uitgeverij P. Out N.V., en de N.V. Electrische Drukkerij voorheen P. J. Out te Koog aan de Zaan. Ook was hij actief als conservator bij het Zaanse Molenmuseum en de Zaanlandsche Oudheidskamer, diaken bij de Doopsgezinde Gemeente van Koog en Zaandijk en voorzitter van de Rijper Sociëteit. Hij trad in menig opzicht in de voetsporen van zijn vader. Vanaf 1946 bewoont het gezin de rechterhelft van Lagedijk 96, het voormalige woongedeelte van tante Maartje. Tante Cornelia woonde tot haar overlijden in de linkerhelft. Het is momenteel niet bekend wanneer Jan het huis heeft gekocht van zijn tante Cornelia. Aan de Zaanzijde werd naast de woonkamer een keuken geplaatst en er werd door het gezin het een en ander geschilderd en opnieuw gestoffeerd.

Boven: verbouwtekening uit 1955 t.b.v. het creëren van een eigen entree voor de linker aanbouw (tek.: GAZ). Onder: Jan W.A. Honig met een makelaar van een zaagmolen (foto: GAZ). 

Verplichte inwoning
Na het overlijden van tante Cornelia in 1955 kon het gezin de woning nog steeds niet geheel in gebruik nemen. Tussen 1956 en 1967 werd het gezin namelijk verplicht de achterste vertrekken van tante Cornelia te delen met wijkverpleegster zuster Brinkman. De burgemeester had de familie Honig als enige fam. in het dorp aangewezen om een gedeelte van het huis af te staan i.v.m. de toenmalige woningnood. Het in 1927 door Cornelia geplaatste raam in de linker voorgevel werd in 1955 door Jan W.A. vervangen door de huidige linker voordeur. Hij wilde dat zuster Brinkman een eigen entree had en zodoende had het gezin de nodige privacy. Achter deze voordeur werd t.b.v. de nieuwe bewoonster een keuken geplaatst. Uiteindelijk kreeg zuster Brinkman zelf een huis aangeboden en had het gezin de beschikking over het gehele pand.

Links: na 1955, voorgevel met gebogen hoekraam, dakkapel en de inverdan geplaatste deur, rechts: de voordeur van het linker woongedeelte waar zuster Brinkman tijdelijk inwoonde (foto’s: GAZ). 

Met grote dank aan: Mevrouw Cornelia Welmoet Honig en de heer Pier van Leeuwen.
Bronnen: archiefzaanstad.nl, zaanwiki.nl, molendatabase.nl, Vis á Zaandijk, honigbreethuis.nl, molendatabase.nl, deorkaan.nl, zaansepapiergeschiedenis.nl, historischeverenigingkoogzaandijk.nl, de parenteel van Simon Honig, de stichting Archief Honig(h), het boek: ‘De foto’s van Breebaard. De Zaanstreek belicht 1863-1878′