Lagedijk 96 in Zaandijk

Het huis is nauw verbonden met de historie van de Zaandijker papierindustrie. In het artikel wordt er daarom dieper ingegaan op de papiergeslachten van der Ley, van Vleuten en Honig.

Lagedijk 96 (foto: GAZ).
Links: de kadastertekening van Lagedijk 96. Rechts: Het huidige bovenlicht van Lagedijk 96, gesneden door A.O. Brucker in opdracht van Jan W.A. Honig. Vrouwe Fortuna met daarboven de molen “Het Fortuin” (tek. en foto: GAZ).
Het geslacht van der Ley
De bouwer van het huis Aris van der Ley (Zaandijk, 1707-1800), stamde uit een familie van Zaandijker papiermakers en koopmannen. Hij bewoonde het huis van 1752-1800. Hier een kort overzicht van zijn voorvaderen:

Betovergrootvader Pieter Jansz Stijfselmaker (?-?) verbouwde zijn door hem in 1600 opgerichte oliemolen tot de eerste papiermolen van de Zaanstreek voor 1605. Hij was daarmee de grondlegger van de Zaanse papierindustrie. Deze molen was genaamd ‘De Witte Gans”, of ook wel “De Zaandijker Grauw”. Hij stond in het veld achter het Verlanenpad, dicht bij de huizen. In 1615 kwam daar “De Kauwer”, bijgenaamd “De Grauwe Papierbaal”, bij. Deze stond ongeveer op de plek van de huidige papiermolen “De Schoolmeester” maar dan ten oosten van de Watering.

Pieter Jansz was eerst stijfselmaker van beroep en hij bezat daarnaast ook een Braziliëmolen of Parseleimolen. Deze laatste werd in 1601 gebouwd ter hoogte van de Beeldentuin in de Gortershoek te Zaandijk (misschien wel op de plek van Lagedijk 96, de meningen zijn daarover verdeeld…) Deze molen maalde rood hardhout uit Afrika en later uit Brazilië dat gebruikt werd bij de verffabricage van wol, zijde en laken. Vanwege de Amsterdamse monopolypositie (in de gevangenis, Rasphuis genaamd, werd met de hand roodhout geraspt) moest deze molen worden ontmanteld en werd hij verkocht. Hij was getrouwd met Grietje Jans ( ?-1619) en zij hadden samen drie zonen: Aeriaen, Gerrit (noemde zich Noom, naar een uitgestorven familietak) en Pieter. De drie zonen erfden zijn bezit.

Overgrootvader Gerrit Pietersz van der Ley-Noom (?-1674)
Hij woonde, net als zijn broer Aeriaen, naast de papiermolen “De Kauwer”, de één links, de ander rechts. Wanneer de papiermolen “De Kauwer” exact is verdwenen is niet bekend, de laatste acte van overdracht dateert uit 1636. In 1634 kochten de beide broers een stuk land aan het eind van het huidige Hazepad. Op dit stuk grond werd een oude oliemolen uit Wormerveer geplaatst die vervolgens de naam “De Haas” of “De Oude Haas” kreeg. De gebroeders van der Ley stonden ook aan de wieg van meelmolen “De Bleke Dood”.

Grootvader Pieter Gerritsz van der Ley (?-1692).
Het papierbedrijf van de firma van der Ley werkte vanaf 1674 met “De Zwarte Bonsem” (einde Stationsstraat Koog) en “De Wever” (ten westen van station Zaanse Schans, ten zuiden van de Guisweg. De firma verbouwde de beide molens tot wit-papiermolens (voor schrijfpapier en drukpapier) hetgeen voor die tijd nog niet in de Zaanstreek kon worden gemaakt. De doorbraak voor wit papier productie betrof het vervangen van de ijzeren platen en messen in de maalbak door platen en messen van een geel- en rood koperen legering. Deze maalbak, ook wel genaamd “Hollander”, was een Nederlandse vinding. Het betreft een gesloten ovale bak gevuld met schoon water waarin een rol met scherpe messen de witte lompen voor de papierfabricage tot pulppap maakt. In de molens van Pieter Gerritz van der Ley werd vanaf 1673 gebruik gemaakt van deze verbeterde maalbak. D.m.v. het aanleggen van waterzuiveringskanalen werd het opgepompte grondwater water ontdaan van zwevende vervuiling en ijzerdeeltjes. Hierdoor had men de beschikking over het voor witpapierfabricage benodigde heldere water.

Links: papiermolen “De Zwarte Bonsem” rond 1800, rechts: witpapiermolen “Het Fortuijn” ( afb.: GAZ)
Vader Jan Pietersz van der Ley (1660-1750).
Pieter Gerritsz deed zijn belangen over aan zijn zoon Jan. Jan was getrouwd met Maritje Caeskoper (1672-1750). Jan kocht in 1720 benoorden het Guispad de grond waar voorheen molen “De Ster” (verplaatst in 1709 naar Zaandam) stond. Jan liet op de plek van “De Ster” in eigen beheer de witpapiermolen “Het Fortuin” (naast het huidige politiebureau) bouwen. Tezamen met twee zonen, Claes (?.-1773) en Aris van der Ley (1707-1800), werd in 1734 de firma Jan, Claes & Aris van der Ley opgericht.

Behalve “Het Fortuin” waren ook de papiermolens “De Zwarte Bonsem” en “De Wever” (beiden te Koog aan de Zaan) al in het bezit van vader en zonen. Na het overlijden van vader Jan (1750) zetten de zonen het werk voort. Na het overlijden van Claes in 1773 werd de rederij opgeheven en werden zowel de “Zwarte Bonsem” en “De Wever” verkocht. Alleen “Het Fortuin” bleef over. Aris was voor de helft eigenaar, de andere helft was van de kinderen van zijn overleden broer. Hun erfdeel werd echter door Aris aangekocht voor fl. 5.000,- zodat hij geheel eigenaar werd van de molen.

1752: Aris van der Ley bouwt het huis op Lagedijk 96.
Aris (ver?)bouwt, na de dood van zijn vader, het huis op Lagedijk 96. Het is niet bekend wat er eerder op die plek heeft gestaan maar, gezien de grootte van de kavel van 20 x 20 meter is het mogelijk geweest dat er meerdere huizen hebben gestaan. In het boek van 'De foto's van Breebaard. De Zaanstreek belicht 1863-1878' wordt geopperd dat op deze plek de eerste Parseleimolen (Braziliëmolen, deze maalde verfhout) heeft gestaan. Tot op heden is er geen nader onderzoek hiernaar gedaan. Het huis is misschien ouder dan 1752 vanwege het feit dat er aan de noordgevel op de 1e etage bouwkenmerken aanwezig zijn die ouder zijn dan het midden van de 18e eeuw. Het zou kunnen dat men gebruik heeft gemaakt van al bestaande houten componenten uit een eerder aanwezige woning.

Aris had geen kinderen uit zijn huwelijk met Grietje Gerrits Vis (Zaandijk, 1705-1781). Op het moment van hun huwelijk in 1756 was Aris 48 jaar en Grietje 50 oud. Uit onderzoek is gebleken dat de wanden van de linker voorkamer betegeld waren met zg. “witjes” (tegeltjes). De rechter voorkamer was bekleed met goudleer. Aris blijft tot aan zijn dood in 1800 in het huis wonen.

Vanaf 1776 werd het bedrijf van Aris versterkt met een 14-jarige aangetrouwde neef: Jan van Vleuten. Met het overlijden van Aris in 1800 kwam er een einde aan de mannelijke stam van het geslacht van der Ley. Deze familie, net als de fam. Vis, stamde af van de stichter van Zaandijk, Oudt-Heijn, en was zodoende één van de oudste geslachten van Zaandijk. Jan van Vleuten erfde het huis en de molen van zijn oom. Hij zette het bedrijf voort onder de oude naam: “Jan, Claes & Aris van der Ley”, tot aan zijn dood in 1835. In Rooswijk is een straat vernoemd naar Aris van der Ley.

1800-1835: Jan Adriaansz. van Vleuten (Zaandijk, 1762-1835) papierfabrikant, burgermeester van Zaandijk, huis nr. 107
Jan van Vleuten erfde van oom Aris in 1800 de papiermolen “Het Fortuyn” en het huis aan de Lagedijk 96. Hij trouwde in 1784 op 22-jarige leeftijd met de even oude Aagje Jansd. Honig (Zaandijk, 1762-1807). Samen hadden zij vijf kinderen: Maartje (1785-1817), Guurtje (1786), Adriaan (1790-1826), Lijsje (1792-1864) en Trijntje (1797-1868). Na de dood van Jan in 1835 werd de molen door de erfgenamen verkocht voor fl. 11.000,- aan de firma van Gelder, Schouten en comp.

Jan was in 1788 medeoprichter en secretaris van de “Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen” departement Koog Zaandijk. Hij bleef deze functie uitoefenen tot aan het einde van zijn leven. Van Vleuten was samen met K. Kuyper ook eigenaar van een “lusthof”, een overtuin. Deze lag op de plek waar later bloemist Schipper (Lagedijk nrs. 45/47) zich vestigde.

Toen de Fransen in 1795 Amsterdam binnentrokken en de Bataafse Republiek werd uitgeroepen, was het Jan van Vleuten die de mannen van Zaandijk bijeen riep in herberg De Zwaan om ze van dit heuglijke feit op de hoogte te stellen. Van Vleuten was één van de afgevaardigden van de Zaanstreek naar Den Haag, ter ere van de nieuwe koning, Lodewijk Napoleon. Helaas bleek het Franse avontuur geen succes, maar hij was zeer verheugd toen hij als één van de afgevaardigden van de Zaanstreek, de teruggekeerde Prins van Oranje, de latere koning Willem I, mocht gelukwensen. Tijdens het grote Oranjefeest in 1814 las men op zijn illuminatie: “Ik ben, geloof mij vrij, voor een uytheemse franje, maar wel opregt gezind voor Neerland en Oranje”.

Jan van Vleuten heeft een schat van gegevens achtergelaten over de Franse tijd. Hij schreef over de loting van conscripts (dienstplichtigen) in Zaandijk en hield een dagboek bij, waarin voornamelijk politieke gebeurtenissen werden beschreven. Deze dagboeken beslaan de gehele periode van de Bataafse Republiek, de Franse Tijd en verder. Hij was ook één van de Zaanse kooplieden die in 1799 naar het slagveld in het Noorderkwartier (Engels-Russische invasie tussen Petten en Callantsoog) afreisden. Zijn verslag daarvan berust, zoals ook zijn andere notities, bij het Gemeente-archief van Zaanstad. Zijn leven lang bleef hij koopman-fabrikant. Hij was een ontwikkeld man met grote belangstelling voor politiek. In Rooswijk houdt men zijn herinnering levend met de Jan van Vleutenstraat.

Links: de originele voorgevel met uitbouw en hekken, deze werden helaas verwijdert door eigenaar Jan Cornelisz Honig.
Rechts: het naast gelegen papierpakhuis De Bijkorf (zwarte pijl) dat door Jacob Cornelisz Honigh werd gebouwd. De deur uiterst rechts (witte pijl) was de toenmalige steegdeur. Deze steeg werd later bij het huis getrokken (foto’s: GAZ).

1835-1868: Guurtje (1786-1865) en Trijntje van Vleuten (1797-1868), huis nr. 107
De ongehuwde zussen Guurtje en Trijntje van Vleuten bleven na de dood van vader Jan in het huis wonen. Zij vulden de annotaties van vader Jan (zijn notitieboeken) na zijn overlijden verder aan tot aan de dood van Trijntje in 1868.

Foto van Breebaard uit 1864, achterzijde van Lagedijk 96, geheel links het luchthuis van nr. 94. De boeier ligt in de insteekhaven. (foto GAZ).
Guurtje (links) en Trijntje van Vleuten (foto’s: St. Archief Honig(h), tek. GAZ) en de werktekening van de boeier van de zusters van Vleuten. Het schip werd tegelijk met het huis verkocht aan Jan Cornelisz Honig en droeg de naam “de Vlinder”.

Later meer.
JA, ik wil lid worden van de Historische Vereniging Koog-Zaandijk