Lagendijk 52-54 in Koog aan de Zaan

Het artikel van Simon Honig, gepubliceerd in Zaans Erfgoed nr. 18 uit 2006 is voor mij de leidraad geweest bij de speurtocht naar de geschiedenis van huis en bewoners. Het overzicht is niet geheel volledig en wij houden ons aanbevolen voor meer informatie omtrent de bewoners en het pand. Heeft u relevante informatie stuur deze dan door s.v.p. aan: .(JavaScript must be enabled to view this email address). De teksten over de bewoners worden in de kleur blauw weergegeven.

Het pand is geheel van hout opgetrokken en staat op een bakstenen basement. Het heeft een bijzonder fraaie, maar afwijkende vorm in de Zaanstreek. Als één van de weinige panden is het voorzien van 3 topgevels. Het is in een U-vorm gebouwd, met een lange “poot” aan de zuidzijde van de bebouwing.

Ong. 1880: Lagedijk 52-54 voor de verkoop van de boomgaard.
(1694-1710?) Gerbrand Eedam en op een later tijdstip Jacob Aamsz. Moen.
Volgens het Verpondingsregister (belastingregister) van 1733, benoorden het Pelikaanspad: ‘No. 264: Gerbrand Eedam een huys f 5.- .- (nu Cornelis Meyn)’ en ‘No. 265: Gerbrand Eedam een huys f 5.15.- (nu Jacob Aamsz)’. Dit betekent dat Gerbrand Eedam zowel nr. 264 als nr. 265 in bezit had en daarna Jacob Aamsz. Moen nr. 265 in bezit had. Later blijkt dat nr. 265 verdwenen (?) is: In ’t eerste Register Brandgereedschap 1735 staat: ‘No. 264: Cornelis Meyn (nu Walig Meyn) 1 emmer en 1 gieter en ‘No. 265: Jacob Moen 1 emmer (huys weg).’ Over deze allereerste bewoners is helaas nog geen verdere informatie gevonden. Daarna kwam de familie Meyn en deze bleven er een flinke tijd wonen.

Het oudste gedeelte, nr. 54, gelegen aan de linkerkant dateert uit 1694 heeft Lodewijk XV (1750-1770) ornamenten op de topgevel. Op de andere topgevel is een combinatie van Lodewijk XV en XVI (1770-1800) zichtbaar. Nr. 52 (de winkelruimte), dateert van na 1735. Voordat de winkelpui er werd ingezet heeft er zeer waarschijnlijk een gebogen raam met roede verdeling op de hoek van het Hellingpad/Lagedijk gezeten. Dit raam werd in 1966 bij herstelwerkzaamheden op de zolder gevonden.

(1710?-1845) De familie Meyn, bierhandelaren, reders en regenten, oude nr. 264-264, nu Lagendijk nr.52-54.
Cornelis Cornelisz Meyn (1687-1735), trouwde in 1708 met Maritje Pieters Sak (1685 -?) en was o.a walvisreder en bierhandelaar van beroep. In 1709 werd zoon Cornelis Cornelis geboren in Zaandijk en volgden er nog 9 kinderen. Moeder Maritje was Doopsgezind. Zo staat er bijvoorbeeld in het contract van Assurantie voor Saandijk en Coogh van Not. P. van Broek te Westzaan d.d. 24 oktober 1722: ‘Cornelis Cornelisz Meyn de Oude tot Coogh; woonhuys, pakhuys en bierstal (bewaarplaats van bier) f 1000, -. Op de Naamlyst van alle Commandeurs, voor de Hollandsche Groenlandsche Reedery naar Groenlandt en de Straat Davis op de Walvisch Vangst uitgerust staan de namen van Cornelis Cornelisz Meyn en Cornelis Meyn de Jonge vermeldt.

Cornelis Cornelis Meyn (1709-1777), trouwde in 1737 met Engeltje Cornelis Prins (1739-1786).
Hij was, net als zijn vader, walvisreder en biersteker (bierhandelaar) van beroep maar daarnaast ook burgermeester van Koog aan de Zaan. Zij kregen 3 kinderen: Neeltje (1742-1789), Guurtje (1749-1797) en Waligh Cornelis Meyn (1754-1820). Waligh Cornelis Meyn (1754-1820)), trouwde tweemaal: eerst in 1776 met Maritje Claas Gijzen (1750-?) en in 1804 met Niesje Gerbrandsdr. Swart (1772-1844). Waligh liet zich pas op bejaarde leeftijd dopen. Hij stierf kinderloos. Waligh was, net als zijn vader, walvisreder en burgermeester van Koog aan de Zaan. We kunnen aannemen dat Waligh de bierstekerij (winkel), die onderdeel was van het pand, heeft omgebouwd tot woonruimte. De drie gevels met het fraaie lofwerk en de prachtig met snijwerk versierde toegangsdeur zijn ook door hem aangebracht. Dat Waligh Meyn een genereus man was blijkt uit een artikel, gepubliceerd in De Zaanlander van 20 mei 1905, geschreven door G.J. Honig. Het verhaal gaat over een bijeenkomst van de gegoede burgers van Koog aan de Zaan op 8 maart 1804. Daarin wordt gewag gemaakt van oud burgemeester Waligh Meyn die besluit om een gedeelte van de schulden die de gemeente aan hem heeft kwijt te schelden. Dit echter op de voorwaarde dat zijn medeburgers Jan Haremaker en Claas Honig hetzelfde zouden doen en zo geschiedde. De entreedeur aan de zijgevel van nr. 54 is omlijst door pilasters en voorzien van een aantal gesneden versieringen die vaak duiden op het beroep van de eigenaar of zijn voorvaderen. Een gevulde geldbuidel, een rand met elkaar overlappende muntjes en de staf van Neptunes sieren de deur. In het bovenlicht kruisen twee harpoenen elkaar. De scheepsvaart en in het bijzonder de walvisvaart, maar ook de handel stonden hiervoor model.

De achtergevels van het pand met links de “zomerkamer”.
De gevel aan de straatkant (foto’s: Kelly Snel).
Er zijn in het huis twee marmeren schoorsteenmantels. De schoorsteen gelegen in de “zomerkamer” in het achterhuis van nr. 54 is van een bijzondere schoonheid en loopt boven de schouw geheel door tot aan het plafond. Deze schouw dateert uit ongeveer 1800. Het is ook bijzonder dat deze schouw direct aan de 3e kopgevel is geplaatst (gelegen aan de achterzijde van het huis), aan weerszijden van de schouw zijn twee ramen zichtbaar. De marmeren schouw gelegen in de kamer aan de wegzijde dateert uit ongeveer 1750. De smuiger in de keuken van nr. 52 dateert van ?

Links: marmeren schouw uit ong. 1750, rechts de schouw uit ong. 1800 (foto’s GAZ).
De ligging van het pand + de connectie met pakhuis Asia (1657).
Gelegen aan de Lagendijk, op de hoek van het Hellingpad, stond het pand op een grote kavel grond. Aan de achterkant grensde de grond aan een pad dat langs een smal watertje, genaamd het Nauw, of Koogsloot, naar pakhuis Asia liep. Het pakhuis maakte deel uit van de bezittingen van de eigenaar van het Lagendijk 52/54, evenals de boomgaard met exquise vruchtbomen die naast het huis te vinden was. Het huis Lagendijk 56 (eigendom van de firma P.M. Duyvis) werd in de 20e eeuw gebouwd in de boomgaard van Lagedijk 52-54. Het is niet bekend wie pakhuis Asia heeft gebouwd, wel is bekend dat het in 1845 werd verkocht, tezamen met de boomgaard en het huis nr. 52-54.

Na 1880 na de verkoop van de boomgaard.
De door machinefabriek P.M. Duijvis gebouwde directiewoning op nr. 56 in de voormalige boomgaard (afbeeldingen: GAZ).
Pakhuis Asia is van oorsprong een vleethuis. Hier werden o.a. de benodigdheden van de walvisvangst opgeborgen. Onder de begane grond vloer bevinden zich 2 gemetselde olie- of traanbakken (210 hectoliter). De traan, verkregen door het uitkoken van het spek, werd hierin bewaard. Soms was het uit financieel oogpunt gezien handig om de traan een tijdje op te slaan tot dat de prijzen van de traanmarkt waren gestegen.

Naspeuringen in de archieven leverden weinig kennis op over de verschillende eigenaren, behoudens een vermelding in het notarieel uit 1766. Hierin wordt het pakhuis ‘America en Asia’ genoemd, maar voorheen ‘de Spijker’. Het pakhuis behoorde lange tijd toe aan de firma Cornelis Meyn & Zoon die meerdere traanpakhuizen en vleethuizen in de Zaanstreek bezat. Dat het pakhuis zo weinig wordt vermeld is alleen te verklaren vanwege verervingen binnen één of twee families.

In 1760 staat het schip America in de analen als zijnde binnengevaren vanuit de Straat Davies, eigendom van Cornelis Meyn. In een lijst van 1785 wordt Walig Meyn als eigenaar genoteerd. In 1796 wordt het schip Asia, eigendom van de firma Cornelis Meyn en Zoon, ter verkoop aangeboden.

Links: de 1e verdieping voor de restauratie met links de schuiframen (foto: Zaans-Industrieel-Erfgoed).
Het gerestaureerde pakhuis Asia (foto: HVKZ)
Omdat het huis aan de achterzijde werd begrensd door slechts een smal watertje (de Koogsloot, of het Nauw) ontbrak hier de ruimte voor een luchthuis met uitzicht op de Zaan. Dit werd zodoende op de 1e verdieping van het pakhuis Asia gebouwd. Daar bevond zich een kamer, dat door de achttiende-eeuwse schuiframen uitzag op de Kogersluis en de Zaan. De wanden waren voorzien van ‘ge-eikenhout’ binnen schotwerk. Het is niet bekend wanneer de luchtkamer is aangebracht. Waarschijnlijk is dit gebeurd door Walig Meyn, ergens tussen 1750 en 1800, burgermeester van Koog aan de Zaan.

1845: Vermelding van verkoop.
De 1e gevonden vermelding van verkoop van Lagendijk 52-54 dateert pas uit 1845. ‘Een PAKHUIS, genaamd “Asia”, geteekend No. 267, waarin BOVENKAMER of LUCHTHUIS, ruim uitzicht hebbende langs de Zaan, met ERF, HAVEN en verdere AANHOORIGHEDEN, enz. Dit pakhuis heeft ruimte voor circa 1800 Hectoliters Zaad of Graan en circa 210 Hectoliters olie.’ Daarbij werd ook gesproken van een ‘Kapitaal, hecht en sterk Koopmanshuis, erf en tuin met exquise vruchtbomen en verdere aanhorigheden, staande en gelegen te Koog aan de Zaan aan de Weg en Koogsloot.’ Het huis behoorde tot de nalatenschap van Niesje Gerbrandsdr. Swart, weduwe van Waligh Cornelisz Meyn wiens familie het pand al heel lang in bezit had.

(1845-1870) De fam. Hendrik Baas, houtkoper en zager, oliefabrikant, oude nr. tweede wijk nr. 157, nu Lagendijk nr. 52-54.
Het bezit werd in 1845 aangekocht door Hendrik Baas (1803-1870), die in 1823 gehuwd was met Neeltje Honig (1802-1859). Zij hadden twee kinderen: Klaas Hendrik (1824-1889) en Aagje Hendrik (1834-1834), beiden geboren op een ander adres. Er woonden, na de dood van Neeltje, van 1861 tot 1871 een nichtje (Cornelia Baas, geb. 1849) en voor een paar maanden in 1864 een neef (Klaas Baas, geb. 1840) in het huis. Wellicht zorgde Cornelia voor het huishouden van haar oom. Na de dood van Hendrik Baas werd het huis in 1871 verkocht. Het nichtje Cornelia vertrok naar Edam.

1871: Vermelding van verkoop en opsplitsing van het bezit.
Tijdens een openbare verkoping te Koog op 18 februari 1871 is de datum waarop het bezit van pakhuis en huis voorgoed gescheiden werd. Het pakhuis Asia werd in 1871 gekocht door de firma Storm, van Bentem en Kluyver die een verfhandel hadden. Dit werd later de firma SBK. Het huis werd aangekocht door Jacobus Honig Cz.

(1871-1881) De fam. Jacobus Honig Cz., koopman en oliefabrikant, oude nummer tweede wijk nr. 157, nu Lagendijk nr. 52-54.
Het woonhuis werd in 1871 aangekocht door Jacobus Honig Cz.(1843-1919) die in 1869 getrouwd was met Henderika Keg (1843-1924). Zij kregen 4 kinderen van wie er 3 in leven bleven: Anna Geertruida (1871), Cornelia Petronella (1874) en Margaretha Maria ( 1876). Jacobus Honig was koopman en oliefabrikant. Hij verhuisde met zijn gezin naar Zaandam. Het pand wordt na hun vertrek verkocht aan Alewijn Brouwer.

(1881- 1906 & 1906- 1918) De fam. Alewijn Brouwer en zoon Alewijn Anne Brouwer, kappers, oude nummer Lagendijk E 142, nu nr. 52-54.
Door het aanbrengen van een winkelpui in de linker voorkamer kreeg het pand een gemengde bestemming: wonen en werken. Alewijn Brouwer (1844 –1906) verkocht ook kleine luxe artikelen en parfumerieën in de kapsalon. Hij begon zijn kapperscarrière al in 1861. Alewijn trouwde met Antje Avis (geb. Westzaan, 1845 – overl. 1918). Samen kregen zij drie kinderen: Gerard Pieter (1881), Klazina Eeuwke (1883) en Alewijn Anne (1887). De beide zonen volgden pa in het kappersvak: Gerard (Gerrit) in een eigen zaak gelegen naast de Koogersluis en Alewijn Anne in zijn geboortehuis. Alewijn Anne (1887- 1962) kwam na de dood van zijn vader in 1906 terug uit Hilversum om de zaak voort te zetten. Hij trouwde met Johanna Blaauw (1890-?) in 1912. Haar oudere zus, Maria Francina Blaauw, weduwe, heeft ook een periode in het huis gewoond. Het echtpaar vertrok in 1918 naar Beverwijk. Het pand bleef in eigendom van Alewijn Anne en werd verhuurd. Volgens T. Woudt, de auteur van de “wandeling door Koog aan de Zaan en Zaandijk” werd Brouwer in de volksmond de “dubbeltjeskapper” genoemd. Blijkbaar knipte hij de klanten voor 10 cent.

(1918 – 1922) De fam. Gerardus Lubertus Overman, kapper, oude nummer Lagendijk E 142, nu nr. 52-54.
Gerardus Overman (1888 - ?) kapper van beroep, trouwde in 1919 met Johanna Margaretha Nieuwenhuis in Koog aan de Zaan. In 1920 werd in het huis Gerardus Lubertus jr. geboren, in 1922 volgde Anna Maria. Zij verhuisden in 1922 naar Wormerveer alwaar hij in 1927 wederom een kapsalon, Maison Overman, begint op de Wandelweg nr. 136. In een adresboek uit 1920 wordt ook het nummer E 142 B genoemd. Op dat moment woonde daar de heer J.H. Visser, kantoorbediende/reiziger van beroep.

De kapsalon van Overman in 1920 (foto GAZ) en onder een advertentie van Overman, Zaanlander 23-11-1918
(1922-1929) Kapper Kat?
Volgens T. Woudt, auteur van “Wandeling door Koog aan de Zaan en Zaandijk” zat Kapper Kat voorafgaand aan de familie Moraal in het pand. Gezien de inrichting van het pand en de drie voorafgaande gevestigden is het aannemelijk dat dit waar is. Helaas heb ik hier geen bewijs van kunnen vinden. Wel heeft er in 1946 op het Stationsplein nr. 10 op de Koog een dameskapper gezeten met de naam N.C. Kat.

(1929 – 1946) Fam. Albert Moraal, tabak, sigaren, koffie, thee, klompen, brandstofhandelaar, Lagendijk 52-54.
In 1922 werd er een tabaksvergunning afgegeven aan Albert Moraal (1889-1961). Hij was getrouwd met Alida Apollonia De Louw (1891-?) en was eerder gehuisvest op o.a. Lagedijk 48. Zij hadden toen zij verhuisden al drie kinderen: Aaltje geb. 1917, Gesina geb. 1919 en zoon Hendrik geb. 1927. Hennie werd in wel in het huis geboren.

Jaren ’50: vader Albert en zoon Henk Moraal voor het oude bedrijf/woonpand, de firma Moraal is dan al verhuisd naar de Vioolstraat. Zij hadden hun opslagloodsen bij het station Koog-Zaandijk
1946: Theo van der Koogh (architect en bestuurslid van Zaans Schoon) schrijft brief aan Stichting Hendrick de Keyser.
In zijn brief pleit Theo ervoor bij de stichting Hendrick de Keyser om het pand aan te kopen om het zodoende veilige te stellen voor de toekomst. Hij benadrukt de uniciteit van het pand met zijn drie gevels, drie schoorstenen en het prachtige lofwerk op de gevels. Op dat moment is het pand in tweeën opgedeeld en bewoond. De eigenaar is op dat moment Alewijn Anne Brouwer, wonende te Beverwijk.

1947: Alewijn Anne Brouwer gaat niet akkoord met bod van Stichting Hendrick de Keyser.
Op het moment van het bod van € 6.000, - (door een taxateur opgesteld) was het pand verhuurd voor fl. 5,50 (links) en fl. 8, - (rechts) per week. Het was toen in een redelijke staat van onderhoud. Volgens Alewijn was alleen de grond al fl. 6.000, - waard en hij wilde het pand + grond verkopen voor fl. 20.000, - Hij was erg verknocht aan het pand want het was zijn geboortehuis. De koop ging dus niet door.

De muziekhandel van Tromp in 1955 (foto: GAZ.) onder een advertentie advertentie uit 1946
(1946 - 1959) Fam. Remmert Tromp, muziekhandel, Lagendijk 52.
Remmert Tromp (1907) was, naast het werk in de muziekhandel, zelf ook actief in de muziek met zijn viool. Hij was in 1928 getrouwd met Alberdina Böckman en zij woonden eerder in Zaandam, Wormerveer en op de Vioolstraat in de Koog (1943-1946). Zij hadden twee zonen: Pieter uit 1929 en Han uit 1940. Remmert was rond 1935 filiaalhouder van de AH op de Wandelweg in Wormerveer. In de winkel werden naast muziekinstrumenten ook bladmuziek, snaren, trommelstokken, grammofoonplaten en platenkoffers, radiokasten etc. verkocht. Zoon Han Tromp (W’veer 1940 - Z’dam 1970) stond regelmatig in de winkel. Hij was al op jonge leeftijd een zeer getalenteerde en succesvolle jazztrompettist. Vanaf het midden van de jaren ’50 speelde hij o.a. in het Zaans Rhythym Quartet, het Footlight Quartet en the Diamond Five.

1965 Stichting Frans Mars koopt Lagendijk 52-54.
De stichting Frans Mars maakte zich ernstige zorgen over een eventuele verplaatsing naar de Zaanse Schans of zelfs sloop. Voor fl. 20.000, - werd het pand aangekocht van de weduwe Alewijn Anne Brouwer. De grondwaarde bedroeg op dat moment 25 á 30.000 gulden. Het perceel mat toen 3 are en 71 ca. De stichting Frans Mars, onderdeel van de stichting Zaans Schoon die bedreigde panden opkocht en geschikte kopers zocht, was zelf niet bij machte om het pand te laten restaureren. Zowel in financieel opzicht als in ervaring met het restaureren beschikte men toen nog niet over voldoende kennis. Zodoende zocht men contact met Stichting Hendrick de Keyser die oftewel zou kunnen assisteren met raad en daad bij de restauratie of het pand over zou nemen ter restauratie. Deze laatste optie werd het.

1966 Stichting Hendrick de Keijser koopt Lagendijk 52-54.
Het pand werd aangekocht voor € 15.000, - k.k. van de stichting Frans Mars. Zij spreken daarbij de hoop uit om spoedig tot restauratie over te kunnen gaan. De huurovereenkomst met de heer Fontijn werd gesloten tegen een huur van fl. 120,85 per maand.

(1959-1976) Hans W.J. Fontijn, grammofoonplaten, & reparaties aan radio en tv, Lagendijk 52.
De heer Fontijn woonde op de begane grond, en sliep in de zomerkamer (aan de achterzijde). Ten tijde van zijn verblijf woonde er nog een huurder in het pand, een naam is hiervan niet bekend. Zoon Peter werd later bekend in de autoracerij. Menig Zaankanter heeft de zaak bezocht en daar zijn eerste singeltje of lp gekocht. Noodgedwongen moest Fontijn na de brand verhuizen naar Westerkoog. Na jaren van wachten kreeg hij, tot zijn grote spijt, uiteindelijk het bericht van Stichting Hendrick de Keyser dat hij niet als bewoner zou terugkeren.

08-12-1976 Verwoestende brand.
Door daadkrachtig optreden van de brandweer kon worden voorkomen dat het gehele pand in vlammen opging. De brand was in de werkplaats van de winkel ontstaan. Het prachtig beschilderde plafonddoek van de zomerkamer is daarbij ook verloren gegaan. Helaas is er nergens een afbeelding van dit plafonddoek te vinden. De aangerichte schade was groot. Het lofwerk van de gevels was al voor de brand verwijderd zodat dit bewaard is gebleven.

Vlak na de brand en de aanblik na vele jaren van wachten op restauratie (foto’s: Vereniging Hendrick de Keyzer)
(1982) Terugkoop door Stichting Frans Mars.
Bij de verkoop is door de Stichting Frans een voorkeursrecht van koop van het pand bedongen. Dit recht geldt nog altijd. Elke bewoner heeft de verplichting om het pand bij verkoop eerst aan de stichting aan te bieden. Na de verkoop in 1966 aan Stichting Hendrick de Keyser, de brand van 1976 en jaren van leegstand kocht de stichting Frans Mars, onderdeel van de stichting Zaans Schoon, in 1982 het pand weer terug van Vereniging Hendrick de Keyzer. De laatste heeft jaren getracht om geld voor de restauratie te verkrijgen bij o.a. de Provincie Noord-Holland en het Rijk. Helaas voor het huis en hen werden telkens weer de subsidieaanvragen voor de restauratieplannen niet gehonoreerd. Inmiddels had de stichting Frans Mars voldoende ervaring in het zoeken van geschikte kandidaat-kopers die, zonder subsidies, voldoende financieel draagkrachtig en gemotiveerd waren om hun aangekochte panden te willen laten restaureren. Zodoende besloot Stichting Hendrick de Keyser het pand voor fl. 1, - weer terug te verkopen aan de stichting Frans Mars. Ook de penningen van de uitgekeerde brandverzekering ging, als een soortement van bruidsschat, over naar de stichting Frans Mars voor de restauratie.

(1982-1987) Restauratie, uitbreiding en bewoning door fam. René Koenen.
René Koenen, verbonden aan de Stichting Frans Mars als bestuurslid, heeft het huis in 1983 voor het symbolische bedrag van fl. 1, - gekocht en kreeg de beschikking over de verzekeringsgelden. Hij verplichtte zich met de koop om het pand te restaureren voor 31 december 1984. Deze deadline werd niet gehaald. Na een restauratieperiode van drieënhalf jaar betrok de familie Koenen het pand begin augustus 1986. Rene Koenen heeft achter de keuken een gedeelte aangebouwd (de tegenwoordige hal, keuken en deel van de woonkamer van het appartement). Het woonplezier was slechts van korte duur, in 1987 werd het pand alweer verkocht. Er zijn op dit moment geen aanwijzingen gevonden wie de koper is geweest van de heer Koenen.

(19??- 1993) De uitbreiding en bewoning van de familie Lars Rassing Pedersen, waterbeddenhandelaar
De Deense familie Pedersen bouwde haaks op de laatste uitbreiding van Rene Koenen een tuinhuis (nu schuur, sauna, badkamer en deel woonkamer van het appartement).Met een haakse bocht is het verbonden met de huidige woonkamer van het appartement. De familie was eigenaar van een zaak in waterbedden. Op de ontwerptekening is ook een zwembad in de tuin ingetekend, dit is echter nooit gerealiseerd.

(1993 – 2001) De familie Timothy Chengadu, directeur.
Tim Chengadu, afkomstig uit Purmerend, was eigenaar en mede-eigenaar van diverse bedrijven bewoonde het huis met zijn vrouw, schoonheidsspecialiste van beroep, en twee kinderen.

(2001- 2002)? Geen gegevens van bekend

(2002 - 2007) De fam. Peter M.P. Peltzer, consultant.
Peter Peltzer bewoonde het huis met twee tienerdochters en vrouw. Zij waren afkomstig uit Heerlen. Mevrouw Peltzer heeft, na de scheiding van het paar, nog enige tijd alleen in het huis gewoond.

(2007 – heden) De fam. Fred en Kelly Snel, musicus, schrijfster en B&B
Fred, musicus, en zijn vrouw Kelly, schrijfster, zijn de huidige bewoners van het pand dat zij met veel toewijding verzorgen. In 2008 leidde een verzoek van vrienden om ‘hun’ interim manager voor één of twee nachten per week onderdak te verlenen tot de ongeplande start van een Bed & Breakfast. In een vleugel van het U-vormige pand bevindt zich een luxe gastenverblijf en op de verdieping een sfeervolle gastenkamer. Zij hebben door de jaren heen diverse prijzen gewonnen met de B & B.

JA, ik wil lid worden van de Historische Vereniging Koog-Zaandijk