Historische Vereniging Koog-Zaandijk

Tiptank

Het was in de zomer van 1944, dat mijn vriend Ger Hoorn en ik in het gras lagen langs de Spoorvaart en keken naar de vele formaties geallieerde bommenwerpers, die overvlogen in de richting van Duitsland.

De vliegtuigen waren bijna voorbij, toen wij een vreemd geluid hoorden. Een hoge fluittoon, die uit de richting van de vliegtuigen kwam. We zagen iets zwarts naar beneden komen, eerst recht naar beneden en daarna zwalkend en vreemde bochten makend. Hoe dichter het bij de grond kwam, des te groter werd het voor ons gevoel. Uiteindelijk kwam het in het Westzijderveld terecht en wij vermoedden in de buurt van de Gouw.

We besloten er naar toe te gaan met onze kano’s die bij Quo Vadis over de spoorlijn in het botenhuis lagen opgeslagen. Ons vermoeden bleek juist, want na zo’n half uurtje zoeken in de buurt van de Gouw, zagen we het ding op een weiland liggen.

Wij wisten in het geheel niet om wat voor voorwerp het ging; wel stonk het erg naar benzine of kerosine; het was zo’n 2 ½ meter lang en in het midden, een 40 cm breed. Zowel voor als achter liep het spits toe, zoals bij een sigaar. We sleepten het naar de sloot, het bleef drijven en tussen onze kano’s in peddelden wij richting het botenhuis.

Later hoorden wij, dat het ging om een brandstoftank, die, vol met brandstof, aan het uiteinde van een vleugel kon worden gehangen en kon worden afgeworpen als ze leeg was. Zo’n ding werd een ‘tip-tank’ genoemd. We durfden er niet mee over straat te gaan en besloten hem in de spoorberm te leggen. Een paar dagen later was hij weg!