Van weiland naar parkland
Een deel van de grond van het Koogerpark is lange tijd in gebruik geweest als erf van molen ‘De Jonge Zwaan’ en weiland. ‘De Jonge Zwaan’ (ook wel ‘de Kooger Oud’ genaamd) was de oudste grauw papiermolen (1616-1855) van de Koog. De molen (nr. 96 op de kadastertekening) was gesitueerd aan de noordzijde van het huidige park, ter hoogte van de Jonge Zwaanstraat. De straat genaamd Koogerhout bestond nog niet, dit was vroeger de Jan de Wittepadsloot. Deze liep van oost, vanaf de dijksloot in de Hoogstraat, door naar west, en mondde uit in de Dors, de sloot die nog steeds aanwezig is aan de westkant van het park.


De familie Wit was van 1716 tot en met 1832 eigenaar. In 1842 werd de molen gekocht door Cornelis Jansz. Honig, van ‘Jan Honig en Comp.’. Deze liet hem in 1855 slopen en het erf werd daarna weiland.
Olieslager Klaas Honig Klaaszn. (1844-1887) werd in 1884 eigenaar van deze grond en het huis met de ijzeren brug (in 1790 gebouwd), na zijn overlijden werd zijn vrouw, Machteldje Honig-Kluyver (1844-1929) eigenaar. Zij woonde vanaf 1924 in Heemstede.
De schenking
Dankzij de schenking van Machteldje Honig-Kluijver is het Koogerpark ontstaan. Zij schonk in 1925 de grond en haar huis, tuin en de achterliggende weilanden, ter waarde van fl. 13.000, – aan de gemeente Koog aan de Zaan. Dit gebeurde dankzij de suggestie daartoe gedaan door een neef van haar man: Klaas Cornelis Honig, directeur van de NV. Stijfselfabriek ‘De Bijenkorf’.
Dit met het doel om er een wandelpark voor de Kogers én Zaandijkers van te maken. Strenge bepaling: de grond moest te allen tijde parkgrond blijven!
De benodigde financiering van de aanleg, groot fl. 35.000, -, werd bijeengebracht door inzamelingsacties onder de burgers en bedrijven. De heer Ir. J.R. Koning (Amsterdam) tekende voor het ontwerp, de firma H. Copijn en Zn. (Groenekan) legden het park aan.
De ‘architectonische stijl’ van het park is voor die tijd modern. Strakke graskanten, bloemborders, brede paden met grof grind en veel open ruimte. De muziektent en het theehuis zijn ook modern van vormgeving: ontworpen in de ‘Amsterdamse School’ -stijl.
In navolging van Wormerveer (Wilhelminapark, in 1898 geschonken door fabrikant D. Laan) en Zaandam (Volkspark, 1889 geschonken door C.C. van Wessem) kreeg de bevolking van Koog en Zaandijk zo ook haar eigen park. Een prachtige daad, we zijn de fam. Honig en de burgers die geld gaven voor de aanleg, nog steeds dankbaar. Dankzij hen hebben Koog én Zaandijk een park, het enige stuk openbaar groen tussen Wormerveer en Zaandam.



De opening op 23 juli 1926
Na een half jaar was het zover: het park werd geopend door de heer K.C. Honig. Burgemeester Driessen bedankte in zijn toespraak de firma Copijn voor de vlotte aanleg, de heer Koning voor zijn belangeloos geschonken ontwerp en begeleiding, en de heer Honig en mevrouw Honig-Kluijver voor hun gulle gaven. Als openingshandeling werd door de heer Honig een 175 cm. hoge, monumentale stenen bloemenvaas onthuld met daarop onder andere het familiewapen van de familie Honig. Ook het gemeentelijk wapen van Koog aan de Zaan was erop te zien. Op de rand van de vaas een tekst: ‘Water, Vuur en Aard hebben mij Gebaard’.
De heer Honig bedankte de burgemeester voor zijn voortvarende aanpak. Onder het zingen van het ‘Wilhelmus’ werd de vlag gehesen. Met het voorlezen van het voor de opening geschreven gedicht van Dominee T. Boot werd de opening voltooid.
‘Zaanlandsch Kapel’ speelde haar muziek, het startsein voor een weekeinde vol feestelijkheden en concerten. Het feestweekend werd afgesloten met vuurwerk.
De Koger en Zaandijker bevolking kon voortaan genieten van natuur en cultuur. Een bijzonder waardevolle bijdrage aan het algemeen belang is deze gift geweest. 100 jaar later mogen wij er nog steeds van profiteren!
Culturele voorzieningen
Het huis van de weduwe Honig, het Huis met de IJzeren Brug aan de Hoogstraat, moest worden verwijderd om een bredere toegang te kunnen maken naar het park. De naastgelegen pastorie schonk een strook grond om meer ruimte voor de entree te maken. Protesten hebben ervoor gezorgd dat het Huis met de IJzeren Brug in 1927 niet gesloopt, maar verplaatst werd naar de westkant van het park. In 1928 werd het geopend door Prins Hendrik en kreeg het de bestemming Molenmuseum.
In 1927 werd de muziektent opgeleverd. Ontworpen door de heer J. Meijer, de gemeentelijke architect. Hier vonden talloze concerten, bijeenkomsten en uitvoeringen plaats. In vroeger tijd had men nog geen televisie of computers en trokken de diverse optredens honderden, soms wel duizenden bezoekers! Er werden tijdens deze activiteiten consumpties verkocht. Dit gebeurde vanuit een door leerlingen van een ambachtsschool vervaardigd Theehuisje. Het bouwjaar is niet bekend maar dateert, gezien de Amsterdamse School Stijl waarschijnlijk uit eind jaren ’20. Het stond op een iets andere plek als waar het nu staat. Tot de Tweede Wereldoorlog was de eigenaar van herberg ‘De Waakzaamheid’, de heer H. Ero, de exploitant. Daarna werd de heer H. Breeuwer zijn opvolger, zowel in het park als in de herberg.


Muziek- en theateruitvoeringen
De muziektent was befaamd om zijn geweldige akoestiek. Vanaf 1927 was er tientallen jaren, tussen mei en eind september, een concertseizoen.
Vrijwel alle lokale muziekverenigingen gaven ‘acte de presance’. De gemeenteraad besloot in 1927 dat de faciliteiten van het park altijd gratis ter beschikking moesten worden gesteld, zodat men daarmede zou handelen in de geest van de schenkers van het park.
De grootschalige gekostumeerde producties aan het eind van de jaren ‘30 trokken duizenden bezoekers. Producties als de door de V.V.V.-georganiseerde ‘Midzomernachtsdroom’ (1937) hadden bijvoorbeeld 120 deelnemers van 8 toneel-, 5 zang- en één gymvereniging, o.b.v. het Zaans Symfonieorkest.
De uitvoeringen van ‘In naam van Oranje’ (1938), ‘Peer Gynt’ (1939), het ‘Faust Ballet’ (1942) en ‘Hotel in ‘t Witte Paard’ (1951) waren weliswaar kleiner van bezetting maar trokken minstens zoveel publiek.
Uitgedrukt in inwonersaantallen trokken de muziektheaterproducties meer dan een kwart van de bevolking, kom daar nu nog eens om! Hier moest men echter wel entree voor betalen. De kosten voor de te maken decors en kostuums zorgden daar wel voor….
Sport- en spel evenementen
Vanaf begin jaren ‘30 organiseerde de Koger gymnastiekvereniging Simson (opgericht in 1878) menig uitvoering in de open lucht, op de grasmat.
Bij slecht weer kon men uitwijken naar de zalen van de nabijgelegen herberg ‘De Waakzaamheid’.
Er zat aardig wat talent in de vereniging waardoor in 1938 zelfs de landelijke turncompetitie in het Koogerpark mocht plaatsvinden. In de landelijke pers werd het park geprezen als zijnde ‘een ideaal wedstrijdterrein’ (De Telegraaf) en ’een bij uitstek daartoe geschikt veld’ (Dagblad voor Noord-Holland).
In 1942 vond de meest bijzondere ‘Simson’ uitvoering plaats. Begeleid door ‘Zaanlands Kapel’ voerde een selectie van de leden een vrije bewerking van het ‘Faust’ verhaal op, met meer dan 3.000 bezoekers waarvan zelfs op de landelijke radio gewag werd gemaakt.
In 1950 werden door ‘Simson’ opnieuw de Nederlandse Turnkampioenschappen georganiseerd. Helaas werd er ditmaal geen eremetaal behaald door de leden van Simson.
Ook als er geen grote evenementen waren vermaakten jong en oud zich in het park met wandelen, fietsen, sleeën, schaatsen, stenen gooien, enzovoorts.
Politieke- en vredesidealen
In 1935 hield de afd. Koog-Zaandijk van de S.D.A.P. haar 35-jarig jubileum met een vermaard redenaar van de partij.
Vanaf eind jaren veertig waren er ook grote, landelijke manifestaties. Goede bereikbaarheid met de trein en/of via de boot was een pluspunt van het park!
Hieronder volgt een kleine opsomming:
-in 1946 een grote betoging tegen alcoholgebruik,
-in 1946 jaar een grote ‘antimilitaristische openlucht meeting’,
-in 1947 een bijeenkomst met als thema ‘Wereldvrede’,
-in 1949 bijeenkomst van het Zaans Vredescomité met tussen de 2.000 en 3.000 bezoekers,
-in 1950 tuinfeest van Vereniging Nederland-U.S.S.R. met 5.000 (!) bezoekers,
-in 1955 opnieuw een grote vredesbijeenkomst,
-in 1956 organiseerde de K.V.P. een bijeenkomst,
-in 1961 organiseerde de C.P.N. de laatste grote vredesbijeenkomst met als spreker het Zaandams Tweede Kamerlid Marcus Bakker.


Het onderhoud van het park
Voor de oorlog was het ‘not done’ om op het gras te lopen. Deed je dat wel, dan kreeg je een reprimande van de tuinman! Minimaal één, maar liever twee tuinlieden waren dagelijks in het park aanwezig om onderhoud te plegen. Het zag er dan ook keurig netjes verzorgd uit. De bezoekers lieten het wel uit hun hoofd om er een zooitje van te maken!
Verschillende ‘vaste’ tuinlieden deden jaren hun werk in het park: o.a. de heren Busbroek, Gobielje, Haan (van 1956 tot 1991), en op het laatst Piet van Wijngaarden.
Drassigheid is een probleem waar allen mee te maken hebben gehad. Oorspronkelijk werden de weilanden, waarop het park werd aangelegd, afgewaterd via sloten. Deze sloten werden echter één voor één gedempt en het inklinken van het veen zorgde voor een steeds lagere ligging van het park. De drainagesystemen konden het wateroverlast probleem verhelpen, maar alleen als zij regelmatig werden geïnspecteerd en doorgespoten. In 1968, 1978 en 1999 werd er flink geïnvesteerd in het vernieuwen van drainagesystemen.
Tot zover een stukje geschiedenis van het park. Meer kunt u lezen bij de viering van 100 jaar Koogerpark op 21 juni a.s. in het Koogerpark.
Anneke Steemers


