1. Inleiding
In het voorjaar van 2026 ontvingen wij enkele foto’s van het voormalige Stationskoffiehuis te Koog aan de Zaan voor plaatsing op de website. De foto’s waren afkomstig uit de nalatenschap van de heer J.W. (Wim) de Boer, van de vroegere zakkenhandel De Boer in Koog aan de Zaan. Het betrof foto’s die waren gemaakt in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw. Het bleek dat de ouders van de heer J.W. de Boer, de familie K. de Boer Jzn., het voormalige Stationskoffiehuis in Koog aan de Zaan hadden bewoond in de tijd toen het al geen koffiehuis meer was. Het koffiehuis had gestaan tegenover station Koog-Zaandijk. Maar hoe lang de familie De Boer daar heeft gewoond en/of hoe lang het gebouw als koffiehuis in gebruik is geweest, was niet bekend.
Binnen de familie De Boer circuleert wel de anekdote van lang geleden dat op zekere morgen een keurige heer zich bij mevrouw De Boer in de keuken van het voormalige Stationskoffiehuis vervoegde en om een kopje koffie vroeg. Mevrouw De Boer begreep direct dat de bezoeker die kennelijk op de trein moest wachten, niet wist dat het huis inmiddels geen koffiehuis meer was. Ze zette de bezoeker een heerlijke verse kop koffie voor. Pas toen de bezoeker wilde afrekenen en dat niet behoefde te doen, werd hem de situatie duidelijk.
Nadere beschouwing van de foto’s leerde dat op het moment dat ze werden gemaakt er in de omgeving grote veranderingen gaande waren. Zo zien we fragmenten van de bouw van het nieuwe station Koog-Zaandijk en van de aanleg van de Provincialeweg. Er bleek sprake te zijn geweest van verschillende grote bouwprojecten, waardoor in korte tijd het aanzien van de omgeving totaal veranderde. Voor de bewoners van het koffiehuis waren dat natuurlijk ingrijpende gebeurtenissen die ook moesten worden vastgelegd.
Om de foto’s op de site in een context te plaatsen, heb ik de veranderingen van het stationsgebied nader verkend, met gebruik van diverse Zaanse bronnen en naslagwerken*. Voor het navolgende verhaal heb ik het voormalige Stationskoffiehuis als uitgangspunt genomen, als middelpunt van het stationsgebied in transitie. De grens van het verhaal leg ik ergens begin jaren ’70 van de vorige eeuw, omdat de ontwikkelingen en veranderingen van daarna bij velen nog behoren tot het collectieve geheugen.
2. Het Stationskoffiehuis
Onderstaande foto’s tonen het voormalige Stationskoffiehuis nabij station Koog-Zaandijk in de tijd dat het werd bewoond door de familie De Boer.


De tweede foto is van latere datum dan de eerste foto. De rechte daklijst van de voorgevel op de eerste foto is op de tweede foto teruggebracht tot de contouren van het puntdak. Latere foto’s bevestigen dat ook. De houten schuur links op de tweede foto is nog niet aanwezig op de eerste foto.
Zoon J.W. (Wim) de Boer die met zijn moeder en beide zusjes op de tweede foto poseert, zal een jaar of acht zijn geweest. Dat dateert de tweede foto op ca. 1925.
3. Couranten
Het leek logisch eerst op zoek te gaan naar nadere informatie in het digitale archief van Zaanstad.
In de Zaanse couranten vond ik de volgende advertenties.

Dat leek hoopgevend, maar dat bleek al snel ten onrechte.

Het ging hier om een “Stations-Koffiehuis” van de ‘Alkmaar Packet’. Deze uitspanning was gelegen aan de Zaan, nabij de opstapplaats van de bootdienst Alkmaar Packet, ter hoogte van ongeveer waar thans de winkel van Woudt is gevestigd. Dat is dus niet het koffiehuis waarnaar we op zoek zijn.
4. Kadaster
Toen heb ik een andere weg bewandeld. Uitgaande van het gegeven dat het voormalige Stationskoffiehuis zich bevond nabij station Koog-Zaandijk, ongeveer tussen de huidige Museumlaan en de Stationsstraat, heb ik de tegenwoordige bebouwing Stationsplein 2-4 als startpunt genomen. Van daaruit heb ik het kadastrale verleden verkend tot aan de bouw van station Koog-Zaandijk. Zo kwam de navolgende tijdlijn in beeld.
5. De spoorlijn Uitgeest-Zaandam
We beginnen in de tijd van de aanleg van de spoorlijn Uitgeest-Zaandam. De spoorlijn die in 1867 langs Koog aan de Zaan werd aangelegd, was onderdeel van “Staatslijn K”, die bestond uit het tracé Amsterdam- Alkmaar-Nieuwediep. Maar ten tijde van de aanleg was het IJ nog steeds open water. Daardoor werden van de spoorlijn eerst het traject Alkmaar – Uitgeest en het traject Haarlem – Uitgeest tot stand gebracht en volgde pas daarna, vanuit het noordwesten, de aanleg van het traject Uitgeest – Zaandam. Zaandam was toen een eindstation. Nadat enige jaren later het IJ was drooggemaakt en in 1876 het Noordzeekanaal was geopend, kon met een spoorbrug de verbinding naar Amsterdam worden doorgetrokken.
De aanleg van het spoor in 1867 kan als volgt in beeld worden gebracht.

Het grote gele middengebied op het linker fragment is het gebied dat door de Staat (“het departement van Binnenlandsche Zaken”) was aangekocht ten behoeve van de spoorwegen. Door de massale aankoop van percelen weiland zijn bestaande sloten tussen de Lagedijk en Westzaan gewoon doorsneden en gedempt om de aanleg van een enkele meters hoge spoordijk mogelijk te maken. Daarop werd de spoorlijn Uitgeest-Zaandam aangelegd.
Die doorsnijding heeft ook plaatsgevonden bij de twee blauw omlijnde percelen op het linker fragment. Vòòr de aankoop door de Staat vormden die twee percelen nog één geheel. Het bovenste (oostelijk gelegen) perceel werd na de splitsing kadastraal hernoemd tot sectie B1099. Dat perceel was in 1868 samen met nog een aantal andere percelen weiland in eigendom bij Jan Dirkzn. Dil, vischkooper te Zaandam. Voor ons verhaal is sectie B1099 in zoverre van belang omdat daarop, na verschillende splitsingen en samenvoegingen, later het Stationskoffiehuis is gebouwd.
6. Station Koog-Zaandijk
De dorpen Koog aan de Zaan en Zaandijk kregen in 1868 samen één station, dat door de spoordijk enkele meters hoger kwam te liggen dan de directe omgeving. Het station kreeg de naam Koog-Zaandijk. Maar omdat het station ook bedoeld was voor Westzaan, werd het gebouwd nabij de nieuwe spoorwegovergang in het Zaandijker Guispad. Het station was gebouwd volgens hetzelfde ontwerp als de stationsgebouwen in Wormerveer en Krommenie-Assendelft.
Tegelijkertijd met de bouw van het station werd in Koog de sloot tussen het Bonsempad en het Vriesepad gedempt om een nieuwe straat van 400 meter lengte aan te leggen van de Lagedijk naar het nieuwe station. Die straat kreeg de naam Spoorstraat, later hernoemd tot Stationsstraat. In 1868 werden ook twee wachtershuisjes aan de spoorlijn gerealiseerd. En in 1869 werd een weg aangelegd vanaf het Guispad in Zaandijk naar het nieuwe station, zodat ook Zaandijk een rechtstreekse verbinding kreeg met het nieuwe station. Die verbinding heette eveneens Spoorstraat.
Op zaterdag 30 oktober 1869 werden de spoorlijn en het station Koog-Zaandijk in gebruik genomen. De burgemeesters van Koog aan de Zaan en Zaandijk waren bij de opening van het station aanwezig en door schoolkinderen uit beide gemeenten werd een feestlied gezongen.

7. Het Stationskoffiehuis en de Spoorstraat
Na de opening van het nieuwe station Koog-Zaandijk in 1868 was er in de directe omgeving nog nauwelijks bebouwing. Sectie B1099 lag in de directe nabijheid van het station, maar het was niet meer was dan een stuk weiland. Op zeker moment verkoopt Jan Dirkzn. Dil dit stuk weiland aan Cornelis Jansz. de Boer, een veehouder en stalhouder uit Zaandam.


In het kadastrale dienstjaar 1892 zien we dat op perceel B1099, het stuk weiland van Cornelis Jansz. de Boer, een ‘stichting’ wordt vermeld, wat zoveel betekent als de oprichting van een gebouw. Vanaf dat moment staat het perceel kadastraal te boek als “weiland en koffiehuis”! Spoedig daarna, in 1893, wordt het perceel ‘met koffiehuis’ verkocht aan Klaas Smit Czn. die er zich ook daadwerkelijk vestigt als “Koffiehuishouder te Koog aan de Zaan”.



Links de Zaanlandsche Stoomdrukkerij E.N. Smit Ez. die in 1881 is gebouwd. In het midden de witte wachtershuisjes nabij station Koog-Zaandijk. Na de brug buigt de Dors rechtsaf naar de Bagijnensloot, de gemeentegrens tussen Koog en Zaandijk. Vooraan zien we een gedeelte van het weiland van perceel B1099 waarop in 1892 het Stationskoffiehuis is gebouwd (NL-Zd_82_02198)
In 1899 vindt een kadastrale hermeting plaats van het perceel, waarna het wordt hernoemd tot sectie C100. In 1900 gaat dit perceel C100 over naar Elsje Pet, de “weduwe van Klaas Smit Czn”. In 1918 wordt het perceel met koffiehuis verkocht aan Evert Smit Klaaszn., die zich eveneens vestigt als “Koffiehuishouder te Koog aan de Zaan”. Het ziet er dus naar uit dat na het overlijden Klaas Smit Czn – omstreeks 1899 – het koffiehuis is voortgezet door zijn weduwe en daarna, vanaf 1918, door zijn zoon Evert Smit Kzn.
Gosse Oosterbaan vermeldt in zijn historische overzicht ‘De Tweeling in de Ban’ het volgende: “16 oktober 1910: Korfbalvereniging “Tavenu” heet nu K.Z. Het eerste veld dat wordt bespeeld ligt aan het einde van de Stationsstraat te Koog bij Café Smit.” Dat betreft dus het weiland aan de Dors achter Stoomdrukkerij E. Smit Ez. waarvan we zojuist een stukje op de foto zagen.


In 1921 verkoopt Evert Smit Kzn. zijn koffiehuis aan Klaas de Boer Jzn. die al elders op de Stationsstraat woont, op G130. Klaas de Boer verhuist dan naar het adres G162, op perceel C100. Blijkens het kadaster vond er toen een “vereeniging” plaats met het grondstuk (ook met ook bebouwing?) van een buurman en er was tevens sprake een verbouwing. Na al deze wijzigingen wordt het perceel kadastraal hernoemd tot C1920. Het kadaster maakt daarop melding van “Klaas de Boer Janszoon, koopman te Koog aan de Zaan” als eigenaar van perceel en bebouwing op de locatie “Stationsstraat, hoek Museumlaan”. Zoals we thans weten, heeft de familie De Boer in 1921 het Stationskoffiehuis na de verbouwing en uitbreiding in gebruik genomen als woonhuis.
8. De omgeving van het voormalige Stationskoffiehuis
De plek aan het eind van de Stationsstraat waar de familie De Boer in 1921 terecht kwam, was eigenlijk een idyllische plaats om te wonen. Aan de kop van de Spoorstraat, nabij het station, bevond zich sedert 1887 alleen de drukkerij van E.N. Smit Ez. Schuin voor het Stationskoffiehuis lag het station; langs het spoor ten noorden van het koffiehuis bevonden zich de twee dienstwoningen/wachtershuisjes van de spoorwegen uit 1868 en nog verder, aan de Zaandijker kant van de gemeentegrens, torende het grote witte kantoorgebouw van Kunstdrukkerij Bakker. Daarachter nog tien kleine woningen aan de Zaandijker Spoorstraat tot aan het Guispad. Maar dat was allemaal ‘ver weg’.

De enige verandering in de directe nabijheid van het huis van de familie De Boer vindt plaats in 1924 als aan de overkant van de straat – de Spoorstraat is inmiddels hernoemd tot Stationsstraat – een dubbel woonhuis wordt gebouwd voor de weduwe Van Delft (later: Stationsstraat 88-90). In het gele kader op de foto hieronder is de Stationsstraat en het huis van mevrouw Van Delft is nog net zichtbaar. Het rode kader betreft de foto erna.


Afgezien van de bouw van het huis van mevrouw Van Delft is er in de jaren rond 1925 voor de bewoners van het voormalige koffiehuis nog niet veel aan de hand.

Het leven was er onbezorgd. Vanuit het huis van de familie de Boer gezien was Koog aan de Zaan tot aan de Kogerkerk nog vrijwel onbebouwd. We zien alleen molen ’t Pink en de stenen huisjes aan de sloot waar de familie Kaper woonde, recht achter wat nu Leeghwaterstraat 25 is. Rechts zien we de schuur van oliemolen De Kieft. De Kieft was in 1901 gesloopt. Kaper was er de laatste blokmaler.
Hierna ter vergelijking een fragment van een luchtfoto uit 1960 van hetzelfde gebied. Geel omcirkeld is de plaats van het koffiehuis, rood aangestipt is het dak van het huisje van de familie Kaper, blauw omcirkeld is molen ‘t Pink.

9. Museumbuurt
Maar inmiddels begonnen de contouren van de vooruitgang zich langzaam af te tekenen.

We zien hier station Koog-Zaandijk en het Stationsplein in het voorjaar van 1930 vanaf de Zaandijker Spoorstraat. Eigenlijk een prachtige en sfeervolle foto uit vervlogen tijden, bijna idyllisch. Het is ook de foto van de home page van deze website. Maar schijn bedriegt. De foto toont meer dan wat we in eerste instantie zien.
Door de gemeente Koog aan de Zaan waren in de jaren ’20 van de vorige eeuw plannen ontwikkeld voor de bouw van een nieuwe buurt rondom het molenmuseum: de Museumbuurt. Met als blikvanger een te bouwen ‘Villapark Koog aan de Zaan’, evenwijdig aan en met zicht op de spoorlijn. Met de realisatie van plan Museumbuurt zou het vrije blikveld vanuit het koffiehuis in zuidelijke richting straks volledig verdwijnen.
Op 28 maart 1929 heeft de heer P. Dil van de Parklaan 32 te Zaandijk bij het gemeentebestuur van Koog aan de Zaan een plan ingediend voor het bouwen van “een villa aan het Villapark te Koog aan de Zaan” op de hoek van de Museumlaan en de Parallelweg (later: Pellekaanstraat 46). Op 21 november 1929, diende ook de heer P. Herman uit Zaandam een plan in voor het bouwen van een “landhuis aan de Primaire weg in Koog aan de Zaan” (later Pellekaanstraat 44). En op 4 december 1929 heeft de directie van de N.V. Hollandsche Spoorweg Maatschappij te Utrecht een aanvraag ingediend voor de bouw van een chefswoning aan het Stationsplein.
De gemeente Koog aan de Zaan heeft alle bouwvergunningen binnen twee weken verleend, waardoor er voor de bewoners van het voormalige Stationskoffiehuis ‘bij de buren’ in korte tijd verschillende bouwactiviteiten een aanvang namen.
De weilanden ten zuiden van het koffiehuis werden flink opgehoogd met zand. En op dat nieuwe terrein verschenen begin 1930 de nieuwe villa’s van P. Dil en van P. Herman, en ruimte voor de beoogde toekomstige Museumlaan.


Op 26 juli 1929 diende architect Jan Bas van het Noordschebos in Zaandam een plan in voor het bouwen van drie middenstandswoningen aan de “Parallelweg, hoek Leeghwaterstraat” in Koog aan de Zaan. Dat bouwplan werd goedgekeurd op 6 augustus 1929. Ook die bouw ving meteen aan. In de loop van 1930 werden ook de drie middenstandswoningen opgeleverd.

In het midden is het voormalige Stationskoffiehuis van de familie De Boer nog duidelijk zichtbaar. Links daarvan staat de nieuwe chefswoning. Station Koog-Zaandijk in de verte staat nog onaangeroerd (NL-ZdGAZ_ 21_01276).
Zo zien we dat er in het jaar 1930 in de omgeving ten zuiden van het Stationskoffiehuis plotseling al veel is veranderd. Dat was nog niet het geval aan de westkant, bij het stationsgebouw en het Stationsplein. Maar dat zou niet lang meer duren.

10. Nieuw stationsgebouw
Want er staan meer bouwactiviteiten op stapel. Op 30 juni 1929 heeft de N.V. Hollandsche Spoorweg Maatschappij de electrificatie van het baanvak Amsterdam – Alkmaar ter hand genomen. Dat betekent dat er na de voltooiing ervan geen directe oversteek meer mogelijk is van het station Koog-Zaandijk naar de perrons. Er moet naar de perrons dan een ondertunneling of een overbrugging komen. Bovendien was inmiddels bekend geworden dat het huidige stationsgebouw Koog-Zaandijk volgens plannen in de weg zou komen staan voor de aanleg van een nieuwe, provinciale weg. Daarom werd besloten tot de bouw van een nieuw stationsgebouw voor Koog en Zaandijk met een ondertunneling naar de perrons.
De aanvraag van de directie van de N.V. Hollandsche Spoorweg Maatschappij te Utrecht voor een vergunning voor “de bouw van een nieuw stationsgebouw en een lampisteriegebouwtje en na gereedkomen het oude station af te breken” is bij het gemeentebestuur van Koog aan de Zaan ingediend op 19 februari 1930. De vergunning is verleend op 25 maart 1930, waarna ook hier de bouw snel van start gaat. Het nieuwe station komt enkele tientallen meters zuidelijk van het oude station te staan, recht tegenover het voormalige Stationskoffiehuis!

11. Provincialeweg
Voor de bewoners van het voormalige Stationskoffiehuis bleef het niet bij de bouw van het villapark ten zuiden van hun huis en van het nieuwe stationsgebouw recht voor hun huis. Inmiddels was ook meer bekend geworden over de plannen voor de aanleg van een nieuwe verkeersweg, de Provincialeweg. Deze weg was geprojecteerd evenwijdig aan de spoorlijn en zou ter hoogte van station Koog-Zaandijk precies tussen het station en het Stationskoffiehuis komen te liggen.
Tot de aanleg van de Provincialeweg was al besloten in 1925. Provinciale Staten van Noord-Holland wilden een netwerk van provinciale wegen aanleggen omdat de bestaande infrastructuur in steden en dorpen in Noord-Holland van oudsher was ingericht op lokaal verkeer en inmiddels niet meer voldeed door het toenemende autoverkeer.
Voor Koog en Zaandijk betekende dat nogal wat. Twee van de nieuwe provinciale wegen zouden elkaar gaan kruisen in Zaandijk, bij de spoorwegovergang in het Guispad:
1. van zuidwest naar noordoost het wegtracé van Haarlem via Pont Buitenhuizen, Westzaan, Zaandijk en Wijde Wormer naar Purmerend, ten behoeve waarvan in 1930 het Guispad werd verbreed en waarvoor later ook de Julianabrug zou worden gebouwd (het wegtracé tussen Westzaan en de Wormer is thans de N515), en
2. van zuid naar noord-west het wegtracé van de Hempont, via Wormerveer, Limmen en Bakkum naar Castricum aan Zee. Het traject vanaf de Hempont naar het noorden zou grotendeels evenwijdig aan de spoorlijn Amsterdam-Alkmaar worden aangelegd (het weggedeelte van de Hempont tot Krommenie is thans de N203). In 1928 werd begonnen met de aanleg van beide trajecten.
12. Aanvoer van zand via een smalspoorbaan
Voor de aanleg van de provinciale wegen was natuurlijk veel zand nodig. Het zand werd gewonnen o.m. in het Noorder-Spaarne en werd daarna met schepen via het Noordzeekanaal en via de Zaan tot een steiger bij molen ‘De Bleeke Dood’ aangevoerd (de Julianabrug was er toen nog niet). Ten behoeve het verdere zandtransport ter plaatse werd begin 1930 de Guispadsloot gedempt. Vervolgens werd daarop een smalspoorbaantje aangelegd vanaf Molen de Dood naar beide wegtracé’s in aanleg. Bij Molen de Dood werd het zand door een stoomkraan overgeladen op kipkarren, die op de smalspoorbaan klaar stonden. Vervolgens werden de volgeladen kipkarren door een smalspoorlocomotief getrokken naar de plaatsen waar het zand moest worden gestort.

Het smalspoor voor de aanleg van de Provincialeweg Hembrug – Wormerveer liep vanaf Molen de Dood eerst tot aan Station Koog-Zaandijk. Vanaf daar werd het smalspoor doorgetrokken langs het beoogde wegtracé.


(NL-ZdGAZ_21_18017)

Voor de familie De Boer betekende de aanleg van de Provincialeweg dat ook de tuin aan de westzijde van het voormalige koffiehuis moest worden opgeofferd. De tuin werd vrijwel geheel met zand opgehoogd, waardoor het koffiehuis letterlijk in een diepte kwam te liggen.

Na het storten van de kipkarren werd het zand met de schop daarna verder verspreid. Op deze wijze ontstond langzaam maar zeker het nieuwe wegtracé. Naarmate het talud breder werd, moest het smalspoor ook steeds een beetje worden verlegd.




13. Stationsgebouw en Stationsplein
Het nieuwe stationsgebouw Koog-Zaandijk wordt al in gebruik genomen op 1 november van datzelfde jaar 1930. De bouw van de noordelijke vleugel van het nieuwe stationsgebouw was nog niet helemaal voltooid, omdat het oude stationsgebouw daarvoor deels nog in de weg stond.


De electrificatie van de spoorlijn naar Alkmaar die was aangevangen in 1929, naderde ook zijn voltooiing. De eerste electrische trein van Amsterdam naar Zaandam reed op 25 maart 1931.

Ten tijde van de ingebruikneming van het nieuwe stationsgebouw is het Stationsplein echter nog niet klaar. Reizigers moesten zich tijdelijk door het zand een weg banen om het station te bereiken.

(foto: familie De Boer).





Januari 1932 (foto: familie De Boer)
14. Kiosk
Op 28 juli 1931 wordt door de heer Joh. Schouten van de P.L. Takkade 2 in Zaandijk vergunning gevraagd voor het oprichten van een kiosk op het Stationsplein. Vermoedelijk op 9 augustus 1931 wordt de vergunning verleend, al werd op de vergunning 9 augustus 1932 getypt. De kiosk is jarenlang beeldbepalend geweest op het Stationsplein. De kiosk wordt blijkens de foto gerund door C. Breeuwer.

15. Openstelling van de Provincialeweg en het Stationsplein
De aanleg van de Provincialeweg en van het nieuwe Stationsplein gaat onderwijl gestaag voort.
Het laatste beschikbare perceel aan de ‘Primaire weg tussen Museumlaan en Leeghwaterstraat’ is inmiddels ook bebouwd. In 1931 heeft N.V. Cacaofabrieken v/h Kamphuijs & Oly voor haar directeur M. Kamphuijs een woning laten bouwen “aan de Pellekaanstraat” te Koog aan de Zaan (thans: Pellekaanstraat 42).

De garage met bovenwoningen van de fa. Kaat en Wezel is er in 1932 nog niet. Die komt pas in 1933, op de andere hoek van de Pellekaanstraat en de Leeghwaterstraat.




Op 18 augustus 1933 wordt van de nieuwe Provincialeweg het traject Hembrug-Wormerveer opengesteld. Vanaf dan rijdt het autoverkeer vlak voor het station langs en direct voor het voormalige koffiehuis.
De familie De Boer, die in de afgelopen drie jaar vanuit het Stationskoffiehuis alle veranderingen in de directe omgeving van zeer dichtbij heeft meegemaakt, heeft de opening van de Provincialeweg niet meer afgewacht en verhuist op 21 juli 1933 van het ‘Stationspad’ naar een nieuwgebouwd huis aan de Boschjesstraat 105, vlak naast de R.K. kerk “H.H. Martelaren van Gorcum”.
Het voormalige koffiehuis wordt in de jaren daarna afgebroken. De heer De Boer houdt het terrein van het koffiehuis in eigendom en doet dat pas in 1939 van de hand.
16. Periode 1933 – 1972
Het terrein tussen Museumlaan en Stationsstraat waarop het Stationskoffiehuis heeft gestaan, wordt in de loop van de jaren ’30 opgedeeld in diverse kadastrale secties, waarop nadien nieuwe huizen zijn gebouwd.
Op 23 april 1938 wordt een bouwaanvraag ingediend door de weduwe A. Sombroek-Spaans uit Koog aan de Zaan voor de bouw van een dubbel woonhuis dat het adres Stationsplein 8-10 krijgt. In de jaren na de oorlog had fotograaf N.C. Kat op de begane grond van dit dubbele woonhuis zijn fotostudio. In de bovenwoning had kapper Koning zijn kapperspraktijk. Het dubbele woonhuis is in 1972 alweer afgebroken wegens de herinrichting van het Stationsplein ten behoeve van de verlenging van de stationstunnel naar de Stationsstraat.
Op 3 mei 1939 wordt een bouwaanvraag ingediend door C. Zemel van de Stationsstraat 72 voor de bouw van een dubbel woonhuis op het “Stationsplein, hoek Museumlaan”, dat het adres Stationsplein 2-4 krijgt. Dit huizenblok is thans nog steeds aanwezig.



Aangekomen bij Stationsplein 2-4 zijn we weer beland bij het adres waarmee we deze speurtocht naar het verleden zijn begonnen. De ontwikkelingen en veranderingen op het Stationsplein na 1972 laat ik verder buiten beschouwing. Die behoren bij velen nog tot het collectieve geheugen.
Tekst: Frank Obertop, juli 2026.
Met dank aan de familie De Boer en aan Jan Leguijt
* Geraadpleegde bronnen:
G. Oosterbaan – De Tweeling in de Ban
J. van der Male – 150 jaar railvervoer in de Zaanstreek
K. Woudt ed. – Encyclopedie van de Zaanstreek
R. Couwenhoven – 1100 Zaanse molens
GAZ – Beeldbank, Bouwdossiers, Kadaster, BS