Restauraties

Visie Zaan & Dijk op plan Lagedijk 270-276

In 2005 deden de plannen voor de bebouwing van Lagedijk 270-276, het terrein waar de vroegere mayonaisefabriek van Wijngaarden stond, onderwerp van veel discussie. Stichting Zaan & Dijk schreef zijn visie aan B&W van Zaanstad.

Aan het college van
Burgemeester en Wethouders
van de gemeente Zaanstad

Betreft: Zienswijze aanvraag bouwvergunning nummer 42841v.m. terrein van Wijngaarden, Lagedijk 270-276 te Zaandijk, voor een woongebouw met 28 appartementen.

Geacht college,

Algemeen
Het bouwplan is gesitueerd op een terrein dat ligt in het oude Zaandijk. Dit is het enige gebied in de Zaanstreek waarin de historische samenhang tussen landschap en bebouwing nagenoeg behouden is. Dat gebied omvat een authentiek slagenlandschap en karakteristieke houtbouw gelegen aan een historisch belangrijke vaarweg. De doelstelling van de stichting Zaan en Dijk is het ontwikkelen van een visie die de structuur van dit gebied op langere termijn waarborgt. De werkwijze van Zaan en Dijk is door middel van een zakelijke aanpak vroegtijdig te signaleren, belanghebbenden te attenderen en betrokkenen te adviseren om tot de juiste besluitvorming te komen.

Daartoe heeft Zaan en Dijk haar aandachtsgebied laten analyseren door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg die in een Cultuurhistorische Verkenning de kansen en risico`s van het betrokken gebied in kaart heeft gebracht. Kansen duiden op ontwikkelingsmogelijkheden die de essentie van de cultuurhistorische identiteit sterker naar voren kunnen laten komen. Als risico`s worden die delen van het gebied benoemd waar cultuurhistorische waarden in sterke mate aanwezig zijn. De bestaande identiteit kan tengevolge van ondoordachte ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetast. Bebouwing tussen de Zaan en de spoorlijn behoeft aandacht. Ontwikkelingen zijn zeer wel mogelijk, maar daarbij dient de schaal goed in acht te worden genomen. Voorts stelt de C.V.: te denken is daarnaast aan het stimuleren van detailhandel en andere,. bijvoorbeeld op toerisme gerichte activiteiten. Door op strategische punten mogelijkheden te scheppen om bij de Zaan zelf te komen, kan de aantrekkelijkheid van de zaandijken (bijvoorbeeld de Lagedijk) voor bezoekers worden vergroot.

Voorts heeft mevrouw W.Gribnau in het kader van een stage Van de Universiteit van Amsterdam in opdracht van Zaan en Dijk in 1995 een studie naar het juridische planologische instrumentarium, waaronder zeer verouderde bestemmingsplannen, verricht. Uit het onderzoek en de forumdiscussie over de hierboven genoemde in 1996 aan Zaanstad gepresenteerde rapporten is naar voren gekomen dat het beste juridische instrument voor het beschermen van de historische karakteristieken de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht zou zijn.

Vervolgens heeft Zaan en Dijk een Beeldkwaliteitsplan over het betrokken gebied doen opstellen dat door B.en W. en vervolgens door de Raad is aanvaard als instrument bij welstandstoetsing en opgenomen is in de welstandsnota van Zaanstad. Inzet voor het welstandsbeleid voor de Lagedijk met zijpaden is het behoud van het karakter. De Lagedijk en de zijpaden zijn bijzonder welstandsgevoelig. Het welstandstoezicht richt zich met name op de bewaking van de ruimtelijke kwaliteit met vrijstaande huizen met kleine doorkijkjes en op het bewaren van de rijke afwisselingen in massa en detaillering.(pag.72) Ligging: per erf is er een hoofdmassa ,de voorzijde van de hoofdmassa is gericht naar de (belangrijkste)weg,en: schaalvergroting door samenvoeging of grote gebouwen is ongewenst.

Kansen voor Zaandijk
Op enkele plaatsen is de gave ruimtelijke structuur van het oude Zaandijk helaas verloren gegaan doordat zich industrieën tussen de woonhuizen hebben gevestigd.Die bedrijven hebben zich alsmaar uitgebreid door de naastliggende woonhuizen op te slokken. Deze industrieën verdwijnen nu successievelijk, zodat op de vrijkomende gronden een unieke kans ontstaat om de ruimtelijke structuur te herstellen en het oorspronkelijk dorpse karakter aan Zaandijk terug te geven. De vraag is nu of deze bouwterreinen moeten worden opgevuld met stedelijke bouwmassa’s of met gebouwen met een meer dorpskarakter. Zaan en Dijk staat het laatste voor.

Procedure
Indien het bouwplan voor 28 appartementen waarvoor vergunning is aangevraagd wordt gerealiseerd met gebruikmaking van een planologische vrijstellingsprocedure werpt dit uiteraard zijn schaduwen vooruit. Andere plannen met vrijgekomen industriegronden zullen dan op dezelfde wijze worden gerealiseerd, zonder dat de bevolking zich over de keuze van de invulling heeft kunnen uitspreken. Gezien het ingrijpende karakter is Zaan en Dijk van mening dat eerst maar eens een nieuw bestemmingsplan ( waar aan wordt gewerkt ) ter visie moet worden gelegd, zodat de bevolking zich hierover kan uitspreken. Dan zal moeten blijken wat de gemeente met het motto “De dorpen :dorps “werkelijk bedoelt. Ook komt dan tot uitdrukking wat gedaan wordt met de belofte in de structuurschets “Dansen op het veen”: de dorpen,(oude) kernen en buurtjes houden hun vertrouwde karakter.

Zienswijze op het bouwplan
Eerder heeft Zaan en Dijk in haar brieven van 8 juni en 24 november 2004 aan het gemeentebestuur van Zaanstad zorgen geuit over de planontwikkeling op het terrein van Van Wijngaarden.Het antwoord van18 augustus 2004 en de latere mondelinge toelichting van de gemeente heeft deze zorgen niet weg kunnen nemen.

De plannen zijn van bureau FKG te Zaandijk d.d. 21 december 2004 gemaakt in opdracht van BGH vastgoed zaandam b.v. De plannen wijken niet af van het eerdere schetsplan d.d. 3 september 2004, waarover Zaan en Dijk haar zorgen had uitgesproken.

Het plan betreft een wooncomplex van 28 woningen. Het materiaal is voornamelijk baksteen, veel zinkbeplating in de gevels en glas. De maximale hoogte is 16meter60. Aan de Lagedijkzijde 4 bouwlagen en aan de Zaanzijde 5 bouwlagen. Het trappenhuis is vijfde bouwlaag. De opbouw van het plan bestaat uit een volledig bebouwd grondoppervlak (twee bouwlinten en parkeergarage) met op de eerste verdieping splitsing in een bouwlint aan de Lagedijkzijde en de Zaanzijde gescheiden door een open binnengalerij.

Het bouwplan omvat niet alleen het gehele bouwterrein, maar nog vijf meter door de Zaanoevernormaallijn richting open Zaan met zaagtandgewijs bouwvolume en steigers. Steekt dus ook in de Zaanrichting met vijf bouwlagen echt in het water!

In de bovengenoemde brieven hebben wij gewezen op het beeldkwaliteitsplan in samenhang met de welstandsnota. Wij hebben het ontwerp behalve aan deze plannen en nota nu ook getoetst aan de vigerende bestemmingsplannen. Ter plaatse is van kracht het bestemmingsplan “Omgeving Berkenweg‘, goedgekeurd op 9 november 1971. Aan een nieuw plan wordt gewerkt. Een deel van het bouwterrein heeft de bestemming : Gemengde bebouwing, klasse A, met bijbehorende erven. Uitgangspunt is dat hoofdgebouwen uitsluitend mogen worden opgericht binnen de op de kaart aangegeven bebouwingsstroken. Alleen bij een bedrijf of kantoor mag de achtergevelbouwgrens worden overschreden door bijgebouwen.

In het geldende bestemmingsplan is dus een duidelijke beperking opgenomen ten aanzien van het bebouwen van het erf!

Ook het bestemmingsplan Gortershoek dat geldt voor het zuidelijker gelege gedeelte van de Lagedijk kent stringente beperkingen ten aanzien van het bebouwen van het achtererf.

Deze beperking van het gebruik van het achter het hoofdgebouw dat aan de Lagedijk staat liggende achtererf tot aan de Zaan vind men ook terug in het Beeldkwaliteitsplan en de welstandsnota (Zaandijk Lagedijk en zijpaden gebied 3A)

Verdere toetsing:
Netwerk

De in het beeldkwaliteitsplan genoemde en inde cultuurhistorische verkenning geadviseerde doorzichten worden helemaal niet gerealiseerd.De dubbele aaneengesloten bebouwing op de begane grond en de eerste verdieping ontneemt het zicht op de Zaan volledig. Een vergelijking met de Factorij in de Westzijde te Zaandam ( dat toch in tegenstelling met de dorpen stadser moest worden is hier op zijn plaats ).De in de brief van 24 november j.l. geadviseerde padstructuur heeft dit zicht wel en sluit ook beter aan op de bestaande Zaandijkse bebouwing aan de Lagedijk en het Zaanerf.

Kavels
Volgens het beeldkwaliteitsplan is het ongewenst de kavels zo vol te bouwen dat het Zaanerf wordt aangetast.
Het benodigde oppervlak voor dit plan is dermate groot dat er zelfs een stuk Zaan wordt opgeëist door de oeverlijn op te schuiven. In het beeldkwaliteitsplan is gewezen op het gevaar van een monocultuur met allen woningen, welk gevaar zich nu dreigt te realiseren. Aan een combinatie van wonen en werken dient de voorkeur te worden gegeven. Indien op alle vrijkomende industrieterreinen wooncomplexen worden gerealiseerd ontstaat een monocultuur die ongewenst is.

Samenhang met de omgeving
De massaliteit van het gebouw, de vormgeving, het materiaalgebruik dissoneren helmaal met de gebouwde omgeving. Vanaf de Zaan gezien doet dit gebouw denken aan Manhattan. Het gebouw heeft geen enkele relatie met zijn omgeving!

Wij adviseren u dan ook aan dit bouwplan uw medewerking te onthouden.

Hoogachtend,
Stichting Zaan en Dijk
Voorzitter Secretaris