Spoorwegen

Willem Hoogkamer: van spoor naar water

De meeste Zaandijkers kennen hem als sluiswachter van de Zaandijkersluis, daarnaast is hij ook nog lid van de onderhoudsploeg van voetbalvereniging ZVV Zaandijk.

Samen met zijn maatje Wolter van der Meij neemt Willem Hoogkamer het er even van. Zij zitten op een bankje en kijken voldaan over de Zaan. Enkele bootjes zijn net door de ‘Gerrit Jan Honigluis’ – Zaandijkersluis – gevaren. Het voetveer brengt intussen toeristen naar de overkant. De wieken van enkele molens op de Zaanse Schans draaien. Het is een prachtig schouwspel.


Wolter van der Meij (links) en Willem Hoogkamer op het leugenbankje bij de Zaandijkersluis

Sinds de heropening van de Zaandijkersluis in 1996 is Willem Hoogkamer één van de achtentwintig sluiswachters. Voor die klus werd hij gevraagd door initiatiefnemer Luc Ooms. ,,Het leek mij wel wat. Je moet wat te doen hebben na pensionering. Ik heb meer mensen leren kennen in Zaandijk door dit werk, waardoor ik mij meer betrokken voel bij het dorp.”

In de kost
Door toeval is Willem Hoogkamer (78) in Zaandijk terechtgekomen. Na zijn militaire dienstplicht werd hij op 22-jarige leeftijd ‘leerling stationsambtenaar’ bij de Nederlandse Spoorwegen in zijn geboorteplaats Haarlem. Zijn taken bestonden uit het verkopen van kaartjes, de boekhouding doen en vrachtbrieven schrijven. Totdat hij bij zijn chef werd geroepen.

Boventallig
De jonge NS-medewerker werd overgeplaatst naar het station Koog-Zaandijk. ,,Ik kreeg een treinkaartje om naar Zaandijk af te reizen. Vermoedelijk was ik boventallig in Haarlem en aangezien het Zaanse station onder hetzelfde district viel was de keuze niet moeilijk.” Eén dag kreeg Willem Hoogkamer de tijd om een kosthuis te vinden. In Rooswijk kwam hij bij een weduwe die nog een paar kostgangers had. De van oorsprong Amsterdamse hospita vroeg 23 gulden kost-en-inwoning per week. Zijn werkgever gaf hiervoor nog een kleine toelage bovenop het salaris. Op zijn vrije dagen ging hij naar ‘huis’ in Haarlem. Zes jaar lang ging dit zo.


De spoorwegovergang aan de Guisweg in de zestiger jaren. Op de fotoinzet de apparatuur waarmee de seinen en wissels werden bediend. De spoorbomen op de foto werden al elektrisch bediend

Zaandijk
Tijdens de oorlogsjaren werd Willem Hoogkamer ondergebracht bij een pleeggezin in het Gelderse Eerbeek. ,,Mijn moeder had zeven kinderen. Er was in die tijd te weinig eten voor ons, daarom werd ik uitbesteed. Na de oorlog kwam en kom ik nog regelmatig bij mijn pleegouders. Ik leerde daar mijn vrouw kennen.” De verkering hield aan. Tijdelijk woonde zijn aanstaande vrouw in Haarlem bij de moeder van Willem Hoogkamer. Door te trouwen kwam het stel op de ‘Rijksvoorkeurslijst’, waardoor zij een urgentie kregen voor een woning in Zaandijk. Hun stulpje lag aan de Blauwe Reigerstraat, waar zij na dik vijftig jaar nog steeds wonen.

Het station in de tijd dat het zes sporen telde. Tussen de sporen zijn de trekdraden te zien waarmee de seinen en wissels werden bediend. Ook op het perron was een ruimte waar een seinhuiswachter zijn werk deed.

Treindienstleider
Op het station Koog-Zaandijk was Willem Hoogkamer ‘treindienstleider’. In het seinhuisje bij de spoorwegovergang en ook in een stenen gebouwtje midden op het perron. Hij regelde met zijn collega´s het treinverkeer in drieploegendiensten. Het was nog de tijd van zes sporen. Fabrieken uit de omgeving vervoerden hun goederen vaak per trein. De klad kwam erin toen met vrachtwagens het werk werd uitgevoerd. Voor de spoorwegen was er dus steeds minder te doen. Begin jaren zestig werd Willem Hoogkamer overgeplaatst naar Amsterdam waar hij gemiddeld driehonderd wagons per dag op het juiste spoor zette. Dit bleef hij doen tot zijn pensioen.

Gezelligheid
En nu is Willem Hoogkamer jarenlang werkzaam als vrijwilliger bij de onderhoudsploeg van voetbalclub ZVV Zaandijk. Om zijn conditie bij te houden gaat hij twee keer per week naar de sportschool. ,,Maar ook voor een kop koffie en een praatje.” Bij de Zaandijkersluis is het niet anders. Ook daar gaat het om de gezelligheid. Ondanks dat hij al zo lang in het dorp woont voelt hij zich nu steeds meer Zaandijker. Hij kent veel mensen en misschien nog wel meer mensen kennen hem. Een boot zou hij zelf niet willen hebben, want dan zit je naar zijn idee opgesloten. ,,Je kunt er niet uit wanneer je dat wilt. Ik heb hier wel eens gevaren. Eigenlijk was dat leuk, want toen hoefde ik de sluis niet te openen.” Niettemin betekent het sluiswachterswerk veel voor hem, want zo hou je naar zijn zeggen de sluis in stand.


Van seinwachter tot sluiswachter

Sluiswachter
Voor de verbinding tussen de polder en de Zaan worden de sluizen geschut. Zo’n 65 centimeter hoogteverschil moet overbrugd worden. In de sluisdeur zit een luik, ook wel rinket genoemd, die vanaf de wal wordt bediend door een rad rond te draaien. Een ketting schuift de stuwklep open, zodat het water langzaam doorstroomt. Daarna kan de sluiswachter met een pikhaak de deuren open duwen. ,,Een zware klus”, geeft Willem Hoogkamer ruiterlijk toe. ,,Maar, zodra de deur in beweging is valt het mee. Ik denk dat het wel honderd kilogram per keer is. Overigens ook de brug bij de sluis wordt handmatig bediend. Al met al een hele verantwoordelijkheid, maar nog steeds erg leuk om te doen.”

Gevulde koek
Hartelijk moet hij lachen wanneer Willem Hoogkamer zich realiseert dat hij in Zaandijk van seinwachter sluiswachter is geworden. Van spoor naar water. Het doet hem goed om het verkeer te regelen. Met een schuin oog slaat hij de verrichtingen gade van zijn collega sluiswachter Wolter van der Meij. Zij drinken daarna nog een kop koffie en eten een gevulde koek. Stralend van plezier keuvelen de mannen verder, terwijl zij wachten op de volgende boot die door de sluis moet.

Willem Croese