1940-1945

Maria Pels

Maria Magdalena Pels (Rie) is de dochter van Hendrik Jan Pels (Zaandam, 26 december 1894 – Koog aan de Zaan, 11 oktober 1958), en Catharina Cornelia Dekker (Zaandam, 23 januari 1896- na 1968). Haar vader werkte als metaalbewerker bij de machinefabriek P.M. Duijvis en had enige jaren de gereformeerde kerk te Koog aan de Zaan in het ambt gediend, zo stond in zijn overlijdensadvertentie geschreven. Rie groeide op in Koog aan de Zaan (Breestraat 72) en was de oudste in een gezin met 3 kinderen. Ze had één jongere broer Jan en één zus Corrie (Cornelia Catharina). Ze trouwde na de oorlog met mede verzetstrijder P.H. Homburg (Phil/ Flip). Het echtpaar ging in de Hyacintstraat 23 te Koog aan de Zaan wonen.

Achterste rij: Mevrouw Duits, Mevrouw Pels, Corrie Pels, Jan Duits en Meindert Duits Voorste rij: Maria (Rie) Pels, Jan Pels en Cornelis Duits.
Maria Pels was koerierster van de Gewestelijke Sabotage Afdeling Zaanstreek tijdens de Tweede Wereldoorlog. De gewestelijke Sabotage Afdeling (GSA) kwam tot stand in februari 1945 en bestond uit bekwame mannen en vrouwen uit de Raad van Verzet (RVV) en de knokploegen (KP). ‘Witte Ko’, lid van de Raad van Verzet (Ko Brasser) was de commandant hiervan. De GSA was uniek en kwam alleen voor in de provincie Noord-Holland.

Rie Pels kwam vanuit de KP Koog-Zaandijk over naar de GSA Zaanstreek-Zuid. In Koog-Zaandijk werkte ze als koerierster onder de KP-commandant Gerritsen Zij bracht niet alleen rapporten en orders weg, maar vervoerde ook wapens. Rie Pels, commandant Gerritsen en nog een aantal van zijn mensen werden bij de GSA Zaanstreek-Zuid ingezet als groep II van het district. Het districtscommando kwam terecht in Zaandijk bij het bedrijf Litho Zaanlandia aan de Lagedijk 83-89.

Het commando was gevestigd in een klein kamertje met één deur en één raam dat ongeveer 4 meter boven de begane grond lag. De kamer was te bereiken via een vrij steile trap. Kortom geen gelukkige plaats voor een commandopost.


Dirk Kleiman
De eigenaar van Litho Zaanlandia, Dirk Kleiman Hz. (Koog aan de Zaan, 20-1-1886 -Waldheim, Landkreis Döbeln,15-3-1945) vervaardigde illegale bonnen en ander drukwerk, werd verraden en opgepakt op 1 oktober 1943, zat als gevolg hiervan een tienjarige gevangenisstraf uit in een gevangenis in Duitsland, waar hij op 15 maart 1945 overleed. Op 13 april 1945 informeerden de Duitse autoriteiten de familie Kleiman. Om de laatste eer aan de stichter van het bedrijf te brengen hingen zij de Nederlandse vlag halfstok. 
Op dezelfde dag werd ook de dood van Roosevelt, president van de Verenigde Staten bekend gemaakt. Een auto met Duitsers reed over de Lagedijk. De Duitsers zagen de vlag halfstok hangen bij ‘Litho Zaanlandia’ en meenden wellicht dat dit gedaan was uit sympathie voor de Amerikanen. Ze besloten te stoppen en polshoogte te nemen.


Aankondiging van het personeel
van Litho-Zaanlandia van
het overlijden van D. Kleiman
Op dat moment waren op de commandopost districtscommandant Ab Gerritsen, Lies Roosendaal en Rie Pels aanwezig. Gerritsen liep naar de trap en zag onderaan twee Duitsers staan. Hij sprak even met ze en liep terug naar de kamer, riep ‘wegwezen en begon mappen en papieren bijeen te rapen, opende het raam, gooide de administratie naar buiten en sprong uit het raam. Hij kwam goed terecht op de begane grond en vluchtte. Lies liep de kamer uit en de trap af, duwde de Duitsers onder aan de trap opzij en vluchtte.

Alleen Rie was nog in de kamer. Haar enige kans was het geopende raam. Ze kroop op de vensterbank en liet zich vallen. Hierdoor kwam zij plat op de grond en brak haar pols. Later bleek dat zij ook haar bekken op drie plaatsen had gebroken.
 Een van de twee Duitsers had een vuurwapen in zijn hand en riep door het raam dat ze moest blijven liggen. Ze kroop echter naar een muurtje, wist daar over heen te komen en kwam in de tuin van de familie Husslage terecht. Mevrouw Husslage deed de deur open en hielp haar naar binnen.


Rie Pels, zittend in het midden,
rechts Tine Langenberg.
In de tijd die de Duitsers nodig hadden om bij de woning van de Husslage’s te komen, bracht mevrouw Husslage Rie in veiligheid op de zolder van de woning. De Duitsers drongen het huis binnen en eisten van de Husslage’s dat ze het meisje dat binnen was gekomen aan hen overdroegen. Ondanks hun dreigementen hielden de Husslage’s vol dat ze van niets wisten. De Duitsers deden huiszoeking, kwamen op de zolder, maar vonden haar niet. Ze vertrokken onverrichter zake.

Omdat Rie Pels pijn had, werd een dokter gehaald. Deze vond het noodzakelijk dat zij werd opgenomen in een ziekenhuis. ’s Avonds werd zij in een bakfiets naar het St Jan Ziekenhuis gereden.

Na behandeling en opname werd Rie ondergebracht bij Schaap aan de Tolstraat te Zaandam, een buurman van haar ploeggenoot Jaap Fijma.

Bij de bevrijding kreeg ze een ereplaats op het bordes van het gemeentehuis in Zaandam. Ze was nog niet helemaal genezen van haar verwondingen, maar maakte het feest toch mee, gezeten op een stoel met een plaid om haar benen.