Oud Rooswijck

Oorsprong straatnamen Oud-Rooswijck

Op 28 februari 1938 stelden B&W voor de woonweg, parallel lopende aan de Guisweg, bewesten de spoorlijn, in het kader van de aanwezige straatnamen te noemen naar Dr. Jan Mulder.

Dr. Jan Mulderstraat
Op 28 februari 1938 stelden B&W voor de woonweg, parallel lopende aan de Guisweg, bewesten de spoorlijn, in het kader van de aanwezige straatnamen te noemen naar Dr. Jan Mulder. Dokter Mulder (1830-1906) was een zeer gewaardeerd huisarts te Zaandijk. Hij spande zich bijzonder in voor de vermindering van epidemieen, vooral door te pleiten voor de demping van de vele sloten die als open riolen langs de paden lagen. De Dr. Jan Mulderstraat is zelf ook aangelegd op een gedempte sloot, namelijk de Guispadsloot. Dat Mulder niet alleen een sociaal maar ook een geestig man was moge blijken uit het volgende verhaal. Op het dorp woonde een meisje, Kee Vis, met liefdesverdriet: ze wilde 0 zo graag verkering met een ingenieur die werkzaam was bij de aanleg van de spoorweg en de liefde was wederzijds, maar… hij was Katholiek en zij Doopsgezind, dus daar was geen sprake van! Om haar te troosten nam Dr. Jan Mulder haar mee op zijn vakantiereizen naar Duitsland. In het gastenboek van het hotel liet hij noteren: ‘Fraulein Vis mit Leibarzt und Frau’. Reken maar dat ze met alle egards behandeld werd!

Oud Heinstraat
B&W dachten aan Hendrik Piet Oud Hein (Heyndrick Pietersz alias Oudt Heyn) aangezien in 1494 aan hem vergunning werd verleend op Zaandijk huizen te bouwen. Hij kon beschouwd worden als de stichter van Zaandijk.

Pieter Gerritsz Vis
Deze straat werd vernoemd naar een zeer notabel figuur uit het Zaandijk van de tweede helft van de 18e eeuw. Pieter Gerritsz Vis (1724-1796) was koopman, oliefabrikant, schepen en rekenmeester van de Banne Westzaan. Als plaatselijk regent werd hij zeer gewaardeerd. Onder zijn bestuur werd o.a. de gemeentelijke huishouding beter ingericht. Primitieve, nog uit de 17e eeuw overgebleven toestanden verdwenen langzamerhand. Zo werd in 1759 besloten tot het verlichten van het dorp met lantaarns en tot het aanstellen van een dorpsdienaar. Vis liet kort na zijn huwelijk in 1753 met de bepaald niet onbemiddelde Lijsbeth Gorter een kapitaal woonhuis bouwen aan de Lagedijk. Het was het grootste koopmanshuis dat ooit te Zaandijk werd gebouwd. Het werd echter in 1796 door Pieters erfgenamen aan een sloper verkocht.

Ds. Jacobus Borstiusstraat
Ds. Jacobus Borstius (1612-1688) was de eerste Hervormde predikant van Zaandijk. Hij was 26 jaar toen hij in 1638 aantrad en in een tot kerk ingerichte boerderij predikte. Al spoedig trok hij zoveel kerkgangers, ook van buiten Zaandijk, dat menigeen in de drukte bezwijmde. Onder zijn leiding werd geld ingezameld voor een stenen kerkgebouw. In 1641 stond de kerk er. In 1644 vertrok de dominee naar Rotterdam. Beroemd is hij geworden door zijn geschiedschrijving van Zaandijk.

Jacob Honigstraat
Jacob Honig Jansz Jr. (1816-1870) was papierfabrikant, directeur van een assurantiecompagnie en burgemeester van Zaandijk. Hij was, en is, vooral bekend door zijn grote kennis van de geschiedenis van de Zaanstreek. Hij verzamelde alles wat betrekking had op de Zaanstreek en bouwde zo een enorme collectie op. In 1890 schonk de familie Honig deze verzameling aan de Gemeente Zaandijk. Een vereniging die voor het beheer moest zorgdragen werd opgericht: de ‘Vereeniging tot Instandhouding en Uitbreiding van de Zaanlandsche Oudheidkundige VerzamelingJacob Honig Jansz Jr’. In honderd jaar tijd is de verzameling door aankopen, bruiklenen en vooral schenkingen vanuit de Zaanse bevolking sterk uitgebreid.

Jan van Vleutenstraat
De Jan van Vleutenstraat is vernoemd naar Jan van Vleuten die leefde van 1765 tot 1835. Op 35-jarige leeftijd erfde Jan van zijn oom Aris van der Ley de papiermolen ‘Het Fortuin’. Zijn leven lang bleef hij koopman-fabrikant en woonde hij in het huis van oom Aris (Lagedijk 96). Hij was een ontwikkeld man met grote belangstelling voor politiek. Toen de Fransen in 1795 Amsterdam binnentrokken en de Bataafse Republiek werd uitgeroepen, was hij het die de mannen van Zaandijk bijeenriep in herberg ‘de Zwaan’ om ze van dit heuglijke feit op de hoogte te stellen. Helaas bleek het Franse avontuur geen succes, maar hij was zeer verheugd toen hij als afgevaardigde van Zaandijk de teruggekeerde Prins van Oranje (de latere koning Willem I) mocht gelukwensen. Tijdens het grote Oranjefeest in 1814 las men op zijn illuminatie: “Ik ben, geloof mij vrij, voor een uytheemse franje, maar wel opregt gezind voor Neerland en Oranje”.