Na mijn voetbalcarrière van twee jaar en na diverse aanslagen op mijn benen, besloot ik mijn armspieren te ontwikkelen. Maar geen dure kano, al je activiteiten hebben ons al genoeg geld gekost, zei vader. Ook moeder wilde niet achterblijven: bij jou is het in je fantasie eind goed, begin goed. Draai dat nou eens om.


Ik liet me niet ontmoedigen en ging op zoek naar een kano. Via twee oudere buurjongens, verwoede kanoërs, kreeg ik de tip de S.S.R. te kopen die in het clubgebouw van Quo Vadis lag te wachten op mij en die ook goedkoop was. Later bleek dat hij al jaren lag te wachten, want het was een ouwerwets geval waar niemand interesse voor toonde. Ik wel. Vooral de naam van dit type kano trok mij aan, S.S.R. oftewel Stormvogels Standaard Racekano. Dat Standaard gold niet meer, er waren nieuwe types, RIS en K.l.Hoe zag mijn kano eruit? Eenvoudig en afwijkend. Door zijn lengte paste hij niet op een normale plek in de stalling, hij lag bij de K2, de tweepersoons K.l. Hij was gemaakt van hechthout, een materiaal waarmee Bruynzeel ook in de botenwereld succesvol was, o.a. de zeilboot type De Valk.
De kano was lang, rank en smal, met uitgespreide vingers van duim tot pink kon ik de bodem bespannen. De zijboorden liepen schuin omhoog zodat ik er met mijn atletische jongenslijf ruim inpaste. Onder mijn bezielde leiding sneed de boot door het water. Het is nauwelijks te geloven, ik behaalde drie opeenvolgende jaren het clubkampioenschap van de adspiranten A, B en C.
Daarnaast genoot ik van de houthaven waarin boomstammen lagen-te-wateren voordat er planken van werden gezaagd.
Ik zwom en viste daarin, dat laatste met veel te licht materiaal, gang tot die ruige Wereld van dit weidelijk en avontuurlijk natuurgebied, waar de stilte heerste, waarin ik zo kon opgaan dat ik vaak in mijzelf moest praten om te bevestigen dat ik ook nog bestond.

De kano