Jan de Vries

Op school

Mijn schooltijd begon in 1906. De school waar ik opkwam was nog nieuw, een tegel in de gang vermeldde dat burgemeester Van Slooten de eerste steen had gelegd in 1896. Mr. P. L. Roth was hoofd van de openbare lagere school. Een dochter van hem, mej. Roth, werd onze eerste onderwijzeres. Het jochie dat naast me werd geplaatst heette ook Jan de Vries en hij woonde aan het eind van het Hoedepad, zoals het Tuinpad destijds genoemd werd. Omdat hij iets groter was, werd hij grote en ik kleine Jan de Vries genoemd. Later kwam juffrouw De Bruin in de klas, dat was een lieve juf. Ze woonde met juffrouw De Jong in het ‘luchthuis’ achter de bakkerij van P. de Vries.

Tikkie de man
Het speelplein was niet erg groot, toch leek het ons, kleintjes, nog ‘puur’ zo’n lap. Aan drie zijden was het omsloten door de schoolgebouwen en langs de zuidzijde door de Guispadsloot. Vanaf het Hazepad was de wandeling een aardige schuif. Maar met ‘tikkie de man’ of ‘boompje verruil’ of soms ‘hasie over’, kwam je er met een kwartier. Niet alle kinderen gingen al spelende naar school, maar liepen stevig door om op de speelplaats nog even te ravotten. Dirk Voorn telde van tijd tot tijd de bomen tijdens zijn loop. Met een stukje krijt gewapend zette hij dan het telcijfer aan de voet van de bomen. Langs het schoolpad liep een schutting, waarachter de moestuin van Börneman lag. Een deel ervan werd door de gemeente aangekocht om te dienen voor een nieuwe speelplaats, dat gebeurde in 1908. Met een kleine feestelijkheid werd daarna de nieuwe speelplaats in gebruik genomen. Wat een weelde.

Afscheid
Kort hierop verliet meester Roth de school. Bij deze gelegenheid werd hij door de hele schoolgemeenschap toegezongen met een lied, dat de toendertijd zo bekende Klaas Smit gedicht had. Meester Roth was ruim dertig onderwijzer geweest. Hij werd opgevolgd door meester Polderman, die drie jaar later Zaandijk verliet. Meester Hoppener bleef ook maar een jaar en daarna werd meester Meuleman uit Westzaan benoemd. De ‘Zaanlander’ schreef toen, voor hoe lang? Maar dat is anders uitgekomen, want hij bleef jaren te Zaandijk. Meester
Woerdeman is ook jaren aan de scholen verbonden geweest. Ik herinner me nog een natuurkundeles, waar zijn zoon Martin, de latere professor Woerdeman, met een microscoop aanwezig was,

Schoolfeesten
Jaarlijks gingen de schoolkinderen uit en wie betaalde dat? Wel, in Zaandijk was, voordat de leerplicht bij de wet geregeld was, een vereniging opgericht, die tot doel had het schoolbezoek gunstig te beïnvloeden. Alle schoolgaande kinderen, die minder dan 6, moedwillige schoolverzuimen hadden, mochten het jaarlijks terugkerend schoolfeest meemaken. De vereniging werd genoemd: ‘Getrouw Schoolbezoek’. Vele fijne herinneringen zullen de schoolkinderen van toen nog hebben aan die uitstapjes, want dat was nog iets heel bijzonders in die tijd. We hunkerden al weken van te voren naar de zo langzaam naderende dag en we studeerden van te voren ijverig schoolversjes in. De hogere klassen mochten met de boot en gingen duinen beklimmen, de kleintjes trokken niet zo ver. De drie laagste klassen gingen woensdagmiddag naar Schinkelhaven of zoals ik dat drie keer heb meegemaakt naar de speeltuin van de uitspanning ‘De Tuinbouw’ in de Beemster.

Fanfare
Als schoolfeestboot werd de boot van de heer Bak uit Krommenie, de ‘Gunst’ geheten, algehuurd. De kleintjes ‘gingen dan om één uur naar de stopverffabriek, waarachter de boot lag. We kwamen niets te kort, want we kregen bessesap, melk, koek, kransjes met wat er tussen enz. Leden van Zaandijksfanfare en Apollo hielden de stemming, ook bij minder goed weer, er wel in. Ze bliezen ook allerlei schoolliedjes en dan er dapper meegezongen door de feestelingen. Als we ’s avonds weer aan wal kwamen kregen we nog een zakje met koek mee. De ‘groten’ gingen een hele dag feestvieren, hetzij in Bergen, hetzij in Schoorl. Gingen we naar Bergen, dan reden we via Koedijk er heen met ‘Bello’.

Was de reis naar Schoorl, dan werd de boot aangelegd bij Schoorldam en marcheerden we zo naar ’t duin. De pleisterplaatsen waren resp. ‘De rustende Jager” en ‘Duinvermaak’. Als op die schoolfeestdagen de kinderen naar de boot gingen en vooral als ze ’s avonds thuiskwamen, dan toonde het hele dorp belangstelling. Wanneer de stoet dan ’s avonds op de Kerkstraat aankwam, dan was het altijd ‘droogvol’. Meester Woerdeman hield dan altijd een toespraak.

‘Getrouw Schoolbezoek’ werd door iedere rechtgeaarde Zaandijker gesteund. Ik denk aan Gobielje, ‘vader’ Krom en de oude weesvader’ Jacobs, die wij altijd een hand gaven als hij, ons tegenkwam.