zaandijk

Het ontstaan van het dorp Zaandijk

Door Schout en Schepenen van de Banne Westzaan, tot welk gebied de Lagedijk langs den westoever van de Zaan behoorde, werd vergunning gegeven aan Heynric Pietersz., bijgenaamd 0udt-Heyn, om de Lagedijk te betimmeren en te behuizen. (uit “De feestwijzer voor de herdenking van het 400 jarig bestaan der gemeente Zaandijk”)

Deze 0udt-Heyn bouwde zijn huis op de plek waar thans Zaandijk ligt, waarschijnlijk in het Noorder-gedeelte. Zijn vijf zonen richtten hunne haardsteden naast de ouderlijke woning op, met dien verstande, dat twee broeders éénzelfde huis bewoonden, nl. Pieter en Adriaan. Deze waren met twee zusters getrouwd, werkten te samen en leefden in gemeenschap van goederen, hetwelk echter niet lang kon stand houden wegens verschil van gevoelens in zake het godsdienstige.

Alle bewoners van dit gehucht, dat “de Vijf Broers” werd genoemd, schijnen Doopsgezind te zijn geweest, doch het waren de predikers der Wederdopers (AD 1535) die het zaad der tweedracht hebben gestrooid, waardoor de tot heden bestaande eensgezindheid verstoord werd.

Tijdens de Spaanse troebelen (AD l573) bestond het gehucht nog uit slechts 19 huizen; toen werd het door de Spanjaarden verwoest en de bewoners vluchtten naar Wormer. In vredestijd teruggekomen, herbouwden zij hunne woningen en weldra vermeerderde de bevolking en het aantal huizen, dat in 1613 reeds vijftig was. Behalve de veeteelt en landbouw, binnenlandse visserij en scheepvaart van vroeger, ving men aan met de industrie en bouwde men molens en begon men zich aan handelsondernemingen te wijden.

In het midden der 17e eeuw was het dorp, dat langzamerhand de naam van Saandijk had gekregen, reeds zeer welvarend en steeds toenemende in kracht en zielental. Het verheugde zich sedert 1642 in een stenen kerk door de ijverige bemoeiingen van den eersten Hervormden predikant tot stand gekomen, terwijl de talrijke Doopsgezinden met de Hervormden in broederlijke eensgezindheid samenwerkten.

Allerlei takken van Handel en Nijverheid werden beoefend. Telkens werden er meer molens van allerlei soort bijgebouwd en legde men zich toe op het reden van schepen, vooral ter walvisvangst.
In de 18e eeuw werden onder Zaandijkse rederij 479 reizen naar Groenland en 99 naar de Straat Davis gedaan, terwijl dan ook Zaandijk in het College van Gecommitteerden dezer visserij vertegenwoordigd was.

In de 17e eeuw was de assurantie-, geld- en wisselhandel hier mede van veel betekenis. Van de molens moeten vooral de papiermolens genoemd worden; deze vond men te Zaandijk het meest, terwijl ons dorp de roem draagt aan de Zaan het eerst het wit papier gemaakt te hebben (AO 1674).

“De Vergulde Bijkorf”, de eerste witpapiermolen van Zaandijk (afb. GAZ).

In het laatste gedeelte der 19e eeuw begon men reeds in vele takken van bedrijf achteruitgang te bespeuren, welke langzamerhand is voortgegaan, hoewel het dorp in zielental steeds vermeerderde.

Bij de bekende onenigheden tussen Prinsgezinden en Patriotten (AO 1787) waren de meeste Zaandijkers beslist Patriottisch gezind en namen zij ijverig deel aan de staatkundige woelingen. In 1795 verheugde men zich in de komst van de Franse legerbenden en in het vertrek van den Stadhouder; ene grote Vrijheidsboom werd op de Kerkstraat opgericht en plechtig ingewijd.

De Vrijheidsboom in 1795 en de Zaandijkerkerk in 1728 (afb. GAZ).

De gevolgen van die Staatsomwenteling zijn genoegzaam bekend, en men was dan ook hier evenals elders in 1813 zeer gelukkig met het herstel der onafhankelijkheid en de terugkomst van een Oranjevorst. Het gewichtige feit werd hier feestelijk gevierd, evenals later in 1863 en 1865 de gedenkdagen daarvan.