Koog a/d Zaan

De opkomst van Koog aan de Zaan

In dit beknopte overzicht van de uitbreiding onzer Gemeente gedurende de laatste 50 jaren, kan eerst na 1900 met recht van uitbreiding gesproken worden. De gemeenteuitbreiding hier ter plaatse is op verschillende manieren tot ontwikkeling gekomen:
1e. door aankoop van grond door de woningbouwvereeniging „De Woning” en „Volkshuisvesting”;
2e. door exploitatie van grond door de Gemeente;
3e. door particuliere exploitatie.

door J. Meijer, Gemeente-Architect

De uitbreiding geschiedde naar het Westen op de terreinen, die uit graslanden bestonden. De eerste stoot hiertoe werd in 1906 gegeven toen de De Ruyterstraat werd aangelegd, wat eenige jaren later gevolgd werd door den aanleg van de Machinistenstraat. In 1911 werd op initiatief van eenige grootindustrieelen de vereeniging „De Woning” opgericht en besloten tot den bouw van woningen waarvoor een terrein werd aangekocht ten Zuiden en ten Westen van de Kooger Kerk.

Hierna ging deze vereeniging in betrekkelijk snel tempo verder hetgeen uit de tabel blijkt:

„DE WONING” ,,VOLKSHUISVESTING”

jaaraantaljaaraantal
191225192072
191315192410
191917192515
192621192717
193036192832
193915193020
193334
totaal129totaal200

De Coop. Woningbouwvereeniging „Volkshuisvesting” in 1919 opgericht, begon reeds een jaar later met haar arbeid door het bouwen van 72 woningen met het Troelstraplein als middelpunt.

Een duidelijk beeld van haar werkzaamheid is in bovenstaanden tabel gegeven. Zoo kwam ’t stratencomplex met de bloemennamen tot stand, dat later door particuliere exploitatie tot een geheel nieuwe wijk uitgroeide, welbekend onder den naam „Bloemwijk”. Behalve deze uitbreiding door woningen hebben er vele andere gebeurtenissen plaats gehad voor den bloei van Koog aan de Zaan van groote beteekenis en die onze gemeente in breede kringen bekend gemaakt hebben. Geheel in ’t kader van een beknopt overzicht past m.i. een opsomming van deze gebeurtenissen. Toen aan het einde van 1916 de werkloosheid groote afmetingen begon aan te nemen, werd door de overheid naar werkverruiming uitgezien en besloten tot het dempen van de wegsloot. Dat hierdoor veel aan Zaansch schoon is verloren gegaan, behoeft geen nader betoog, doch het verkeer is het in ruime mate ten goede gekomen.

In de jaren 1925—’26 werd de gemeente door belangrijke giften van vooraanstaande ingezetenen verrijkt met een ruim wandelpark met fraaie boomen, heesters vaste planten, rotspartijen en gazons en een muziektent die door z’n groote accoustische waarde niet alleen in de Zaanstreek, maar ook daarbuiten groote vermaardheid heeft verkregen.

In 1927 trok een niet minder belangrijke gebeurtenis onze belangstelling, n.l. de opening door wijlen Prins Hendrik van het Molenmuseum, het eerste binnenmolenmuseum in Nederland, waarin een kostbare verzameling van vele voorwerpen met het molenwezen in verband staande, werd ondergebracht. In die jaren onderging het grondbedrijf door aankoop van de landerijen ten Westen van Julianastraat, Badhuisstraat en Museum en ten Zuiden van de Koekoeksloot een groote uitbreiding, mede in verband met den aanleg van den Provincialen weg Hembrug—Limmen, hetgeen een algemeene wijziging van ’t toen bestaande uitbreidingsplan noodzakelijk maakte. Het nieuwe uitbreidingsplan werd in Augustus 1930 door den Raad vastgelegd. Genoemde landerijen werden kort na aankoop bouwrijp gemaakt en grootendeels verkocht aan particulieren en de bestaande bouwvereenigingen.

Door samenwerking van Provinciale Waterstaat en Gemeentebestuur kon in 1935 besloten worden het gedeelte van de Provincialen weg in onze gemeente van een natriumverlichting te voorzien, welke installatie op 21 November in tegenwoordigheid van provinciale en gemeentelijke” autoriteiten in werking werd gesteld.

Tegelijkertijd met de electrificatie der spoorlijn Amsterdam—Alkmaar werd in 1929—’30 het oude station gesloopt en meer Zuidelijk een nieuw station gebouwd met verkapt perron en aan de Oostzijde van den Provincialen weg verrees een nieuwe chefswoning. Door het steeds uitbreiden aan de Zuidzijde werd halte „Bloemwijk” gebouwd, waarna in de volgende jaren het land ten Oosten van deze halte door particulieren met succes in exploitatie werd genomen.

Het stijgende zielenaantal bracht verschillende belangrijke gevolgen met zich, oa. de stichting van een Parochie en de bouw van Katholieke kerk met pastorie en school en middenstandswoningen aan de Boschjesstraat. O.m. werd de reinigingsdienst uitgebreid met een vuilnisauto met 2 maal per week een ophaaldienst.

Door den verkoop van het Oude Gemeentehuis, waarin woning van den chefveldwachter en politiepost, werd meer in het centrum der gemeente, een nieuw politiebureau met woning aan de Breestraat gebouwd. Voor 1939 zijn de plannen voor den bouw van een hefbrug over de sluissloot bij „De Waakzaamheid” reeds zoo ver gevorderd, dat binnenkort tot aanbesteding kan worden overgegaan, zoomede de plannen tot straataanleg met brug op het terrein ten Westen van ’t Pink, het z.g. Kieftenland.

Het aantal woningen bedroeg op 1 Jan. 1918: 873 stuks en op 1 Jan. 1939: 1882 stuks een vermeerdering dus van 1009 woningen.

Bron: De Zaanlander van 8 maart 1939