1940-1945

Familie Brilleslijper

Donderdag 21 november 2019 zijn er op de Lagendijk in Koog aan de Zaan struikelstenen onthuld met de namen van de familie Brilleslijper die daar door de Duitse bezetter zijn afgevoerd naar de vernietigingskampen in Duitsland. Peter Heere van de werkgroep Struikelstenen Zaanstad vertelde op indringende wijze het verhaal van de familie Brilleslijper.

Onthulling struikelstenen in Koog aan de Zaan bij de voormalige Bijenkorf fabrieken.
De struikelstenen van de familie Brilleslijper
Peter Heere leest het dramatische verhaal van de familie Brillenslijper voor.
Aanwezigen waren diep geroerd.
Ria Koopman legt een steentje op de tegel.
Wethouder Munnikendam van Zaanstad in gesprek met Els Veenis, van 2010 tot 2016 voorzitter van het 4 en 5 mei Comité Zaanstad.

De Werkgroep Struikelstenen Zaanstad wil alle Zaanse Joden die omkwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog gedenken met een struikelsteen. Inmiddels is voor alle struikelstenen de financiering rond. In 2020 worden de overige stenen geplaatst. De Zaanse struikelstenen worden gemaakt door de Duitse kunstenaar Gunter Demnig.

Anneke Steemers schreef onderstaand verhaal over de familie Brilleslijper.

De weggevoerde familie Brilleslijper van Lagendijk 23 te Koog aan de Zaan bestond uit:

Jozef Brilleslijper (Amsterdam, 10-9-1896 – Sobibor, 4-6-1943),
Bartha Brilleslijper-Zilverberg (Hoogeveen, 24-11-1902 – Sobibor, 4-6-1943),
Roosje Zilverberg-De Groot (Amsterdam, 22-1-1867 – Sobibor, 21-5-1943),
Alfred (Amsterdam, 22-5-1927 – Sobibor, 4-6-1943),
Regina (‘Gini’) (Amsterdam, 11-8-1929 – Sobibor, 4-6-1943),
Eduard (Amsterdam, 23-2-1931 – Sobibor, 4-6-1943),
Rudolf (Zaandijk, 31-5-1937 – Sobibor, 4-6-1943).

Gezin
Vader Jozef was de enige zoon en jongste van zeven kinderen van sigarenmaker Asscher Brilleslijper en Klara May. Hij huwde op 11 augustus 1926 Bartha Zilverberg. In die jaren was zijn beroep winkel- en magazijnbediende. Het Amsterdamse echtpaar woonde op de Govert Flinckstraat 300, 1 hoog achter. Daar werden ook drie kinderen geboren. 

Het poëziealbum van Dettie Heidel, waarin Regina (‘Gini’) Brilleslijper (l) rond 1940 een tekstje schreef. De twee staan op de foto voor de bioscoop van Oenen, tegenover de Libertaire School waar beide meisjes les kregen (collectie Immy Goedhart-Heidel).

De familie leefde nogal op zichzelf. Alfred, Regina en Eduard gingen naar de Libertaire School op de hoek van de Lagendijk en de Guisweg in Zaandijk. Gini schreef een gedichtje over rozen met doornen in het poëziealbum van haar klasgenoot Dettie Heidel. Zij was verwant met het gezin Saakje Heidel-de Jong van de Zaandijkse Oud-Heinstraat 16 – dat veel joodse onderduikers een plek zou geven. Plotseling verschenen de kinderen Brilleslijper niet meer op school.

Het gezin verhuisde in juli 1932 naar de Oud Heinstraat 20 in Zaandijk, waar de jongste werd geboren. In oktober 1940 vertrok de familie Brilleslijper naar Koog. Het gezin woonde met Bartha’s moeder Roosje Zilverberg-de Groot tot zeker 30 maart 1942 aan de Lagendijk. Jozef had een winkel in parfumerieartikelen. Het huis aan de Lagendijk was eigendom van J. Schoenmaker. 

De Libertaire School in 1940, met meester H. Zuiderveld. Tweede rij, rechts: Regina Brilleslijper. Derde rij, midden: Alfred Brilleslijper (foto:HVKZ)

Grootmoeder Roosje Zilverberg was als 75-jarige de oudste van de uit Koog verdrevenen.  In principe had ze vanwege ouderdom uitstel kunnen vragen of huisvesting in de Joodsche Invalide kunnen verkrijgen, maar dat gebeurde niet. Roosje Zilverberg bleef ook in Amsterdam bij haar dochter en haar gezin. In 1943 woonde zij met hen in de Blasiusstraat 142 I. Zij ging echter twee weken voor hen vanuit Westerbork op transport. Op 21 mei 1943 werd Roosje Zilverberg-de Groot onmiddellijk na aankomst in Sobibor om het leven gebracht.

De naam Zilverberg
Zilverberg was in joods Amsterdam een bekende naam. Onder de negentien jongens uit de Jodenhoek die op 11 februari 1941 werden gearresteerd waren twee broers Zilverberg. 

Beide arrestanten, de een met een soort loden pijpje, de ander met een ijzeren staaf in de hand en kabeltouw om zijn nek, moesten samen met een medegevangene, die een kleine bijl vasthield, voor de fotograaf poseren. 

De foto moest Seyss-Inquart tot bewijs dienen voor de misdadigheid van de joden. De foto werd gemaakt kort na de dood van WA-man Hendrik Koot, die tijdens een van de gevechten tussen WA-bendes en knokploegen van joden en niet-joden zwaargewond raakte. De dag na de foto, 12 februari, werd de Jodenbuurt tijdelijk afgesloten en een Joodsche Raad geïnstalleerd. Op 22 en 23 februari 1941 werd de beruchte razzia op het Jonas Daniël Meijerplein gehouden, waarvan opnieuw Duitse foto’s werden gemaakt. Op 25 februari brak de Februaristaking uit.

Oorlog
Het gezin Brilleslijper-Zilverberg, met drie kinderen en hun oma, leverde op 20 februari 1941 een aanmeldingsformulier voor joodse inwoners in. Ze haalden het Bewijs van Aanmelding pas op 22 maart op bij het Koogse gemeentehuis en hoefden slechts de helft van de leges te betalen – 3,50 gulden. Jozef, Bartha, Roosje en de kinderen waren blijkbaar geen lid van de joodse gemeente, want die werd in dit geval niet verplicht om mee te betalen. De oudere leden van het gezin kregen kort hierna een J in hun persoonsbewijs. Ruim een jaar later, op of rond 30 maart 1942, moesten zij uit Koog weg en naar Amsterdam vertrekken. Op 2-9-1945 schreef Jozefs zus Helena aan de Adviescommissie voor Rechtsherstel dat het Zaanse gezin Brilleslijper ‘door de Duitse instanties gedwongen zijn naar de Polderweg te komen, vervolgens naar Westerbork en vandaar naar Auschwitz zijn doorgezonden.’

Duitse waardebepaling van de bij de familie Brilleslijper geroofde inventaris (collectie NIOD)

Amsterdam
Uit de gemeentelijke opgave ‘evakuierte Judenwohnungen’ van februari 1943 blijkt dat hun huis door anderen werd bewoond en hun meubels in de magazijnen van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung stonden. Het grote gezin woonde toen in de Blasiusstraat 142 I. Die informatie had de gemeente Koog eind december ontvangen van het Amsterdamse bevolkingsregister. Op de Blasiusstraat 142 I woonden het oudere echtpaar Roselaar-van Loggem en de weduwe Ferro-Cohen Paraira. De heer Ferro was op 6 februari 1942 overleden, waardoor er iets meer plaats was voor de Zaanse bannelingen.

Deportatie
Evenals drie andere joodse huishoudens werd het gezin Brilleslijper pas op 23 maart 1943 officieel uitgeschreven uit de gemeente Koog aan de Zaan. Ouders en kinderen kwamen niet lang daarna in Westerbork terecht. Ze gingen van daar met een transport van 3.006 mensen mee in veewagens, in de ‘schurftige slang’ die op dinsdag 1 juni 1943 om 11 uur ’s morgens uit het kamp vertrok.3 In totaal zaten daarin zestien Zaankanters.

Sobibor
Jozef (46), Bartha (40), Alfred (16), Regina (13), Eduard (12) en Rudolf (6) werden, net als de anderen, direct na aankomst in Sobibor op 4 juni 1943 door vergassing omgebracht. In Sobibor vond, anders dan in Auschwitz, geen selectie voor ‘werk’ plaats. Alle inzittenden van de goederen- of beestenwagens gingen bijna zonder overgang de gaskamers in. Ter verbloeming waren overal perkjes met groen en rozen. Kinderen kregen snoep van hun executeurs. Er stonden tafels waar men zogenaamd een brief naar de achtergeblevenen kon schrijven. 4 juni 1943 telde wellicht het hoogste aantal Zaanse doden uit de oorlog. Naast zestien joodse Zaankanters werden die dag ook vijf Zaanse leden gedood van de verzetsorganisatie met de naam Stijkelgroep. Roosje Zilverberg-de Groot werd twee weken eerder in Sobibor omgebracht. Het is onduidelijk wanneer zij van het gezin werd gescheiden. Het Zaandamse gezin Brilleslijper kwam een week later in Sobibor aan.