Achter de deur ...

… Lagedijk 104-106

Aan de Lagedijk te Zaandijk bevindt zich aan de Zaanzijde een dichte bebouwing van lage huizen. Daaronder enkele zeer brede panden met aan de straatzijde een zorgvuldig gemetselde gevel van baksteen. De achtergevels van deze huizen en soms ook de zijgevels zijn van hout. In de sobere straatgevels vertonen alleen de ingangspartijen enige versiering in de vorm van houtsnijwerk.

Van Koopmanshuis tot Raadhuis

Lagedijk 104 versierd vanwege het huwelijk van Juliana en Bernard in 1937, (foto: GAZ).
De oorspronkelijke staat van het huis in 1752 (Illustratie, S. de Jong, augustus 1991).

Zaandijker Cornelis Floriszn de Lange (1723-1765) was de bouwheer van Lagedijk 104. 

In december 1751 kocht hij voor fl. 800,- het pand van zijn tante, gelegen naast zijn eigen huis, en liet beide panden afbreken t.b.v. de bouw van het nieuwe dubbelbrede huis. 

Tijdens de restauratie van 1992 werd onder de oude bodewoning en voormalig koetshuis een kelder gevonden van de voorloper van het huidige pand. Daarin werden ook tegels gevonden die nog ouder waren dan de kelder zelf (foto: Herman Hop).

Het huis kreeg de voor die tijd forse afmetingen van 16 meter lang en bijna 10 meter breed. De gevels waren rondom gemetseld, 1 ½ steen dik. Het kreeg geen houtskelet, de zeven zware zolderbalken werden in de muren gelegd. Verder werden er op de bovenverdieping 6 dakkapellen aangebracht: 2 voor, 2 achter en 2 aan de zijkanten.

Tijdens de functie van woonhuis zijn er verschillende verbouwingen aan het pand geweest. Er werd eerst, al binnen vier jaar na de oplevering, een haakse uitbouw aan de achtergevel gemaakt. Vervolgens volgde er een tweede uitbreiding aan de achterzijde waardoor de gehele oorspronkelijke achtergevel een binnenmuur werd en de tweede uitbreiding aansloot op de eerste uitbreiding.

In een later stadium werden de ingangspartijen in de voorgevel vernieuwd  met pilasters, deuren en gesneden bovenlichten en in de zaal werd in 1804 de geschilderde wandbekleding vernieuwd en een veelkleurig beschilderd plafond aangebracht.

V.l.n.r.: aanbouw, grote zaal en detail van een raamhor versiering. (foto’s Herman Hop).

Ten tijde van de functie gemeentehuis werd er wederom verbouwd. Zo werd o.a. het op nr. 106 gelegen koetshuis/paardenstal verbouwd tot woning voor de gemeentebode.

Voor alle bijzonderheden kunt u de “Anno 1961” nummer 4 van augustus 1991 raadplegen. (auteur: Carla Rogge en S. de Jong).

De bewonersgeschiedenis

De bouwheer:1752-1765: Cornelis Florisz. de Lange (1723-1765) en Marijtje Speciaal (1720-1758)

Cornelis Florisz. kwam uit een gegoede familie. Hij was, net als zijn Jisper/Zaandijker voorvaderen, een welgestelde koopman, oliefabrikant (molens: de Oude Wolf en de Wandelaar) en directeur van walvisrederijen op Groenland en diaken van de Hervormde Kerk te Zaandijk. 

Daarnaast was hij in de Enge Wormer actief als baljuw (ambtenaar die voornamelijk optrad als gerechtsofficier: hij oefende toezicht uit op de rechtsgang, zat de rechtbank voor en bracht de vonnissen ten uitvoer), en was dijkgraaf (voorzitter van zowel het algemeen als het dagelijks bestuur van het waterschap). 

Hij liet tussen 1739 en 1743 acht schepen uitrusten, tezamen met zijn compagnon Jacob Kramer en tussen 1743 en 1763 meer dan 20 stuks op zijn eigen naam. In 1764 vertrok er één schip met als compagnon Metselaar.

Van boven naar onder: detail behang, detail beschilderd plafond, houtsnijwerk achtergevel (foto’s: Herman Hop).

In juni 1751 trouwde Cornelis Florisz. in Wormer met Marijtje Jacobs Speciaal uit Oostzaan. 

Marijtje was de dochter van Jacob Aartsz. Speciaal. Hij was koopman, lid van de vroedschap, burgemeester en ambachtsbewaarder van de banne Oostzaan. 

Marijtje bracht uit haar eerste huwelijk met koopman, fabrikant, burgemeester, heemraad en schepen der Enge Wormer, Cornelis Symonsz Appel (zoon van de Wormer Burgemeester Simon Appel),  twee kinderen mee: Cornelia Appel en Machteldje Cornelis Appel. Zij had in totaal 5 kinderen gebaard maar 3 waren er al jong gestorven. 

Haar huwelijk met Cornelis Florisz. bleef kinderloos, waardoor deze tak van de familie de Lange eindigde. 

De achterzijde van Lagedijk 104-106 (foto: A. Steemers)
Papiermolen de Veering

2e bewoners:1765-1797 Cornelis Gerritsz. Honigh  & Cornelia Appel

Na het overlijden van Cornelis Florisz. in 1765 werd het huis voor fl. 7.100,- verkocht aan zijn schoonzoon: Cornelis Gerrits Honigh . Hij was in 1760 getrouwd met de stiefdochter van de bouwheer: Cornelia Appel, de dochter uit het eerste huwelijk van Marijtje Speciaal. Men neemt aan dat het echtpaar geen ingrijpende veranderingen heeft aangebracht in het toen pas 15 jaar oude pand. Samen kregen zij 3 kinderen: Gerrit, Marijtje en Cornelis Cornelisz. Cornelis Gerritz. Honigh was papierfabrikant bij de Zaandijkse firma Cornelis, Adriaan en Gerrit Honigh. Hij werkte met papiermolen De Veering, verkregen via zijn vader Gerrit, gelegen ten noorden van de Sluissloot in Koog aan de Zaan.

Hij nam het Nederlands Hervormde geloof aan van zijn moeder, Grietje Dirks Kluijs, zodat hij een openbare functie mocht vervullen: regent van het dorp Zaandijk. De familie Honigh was Doopsgezind en het was de Doospgezinden toentertijd niet toegestaan om een openbaar ambt te vervullen.

Lang heeft Cornelis Gerritsz. , papierfabrikant en regent van het dorp Zaandijk niet mogen genieten van zijn nieuwe huis, slechts 7 jaar. In 1772 overleed hij, in 1797 volgde zijn vrouw Cornelia.

3e bewoner:1797-1854: Cornelis Cornelisz. Honigh (1767-1802) & Grietje Haremaker (1767-1854) 

In 1797 werd na de dood van moeder Cornelia Honigh-Appel haar zoon, Cornelis Cornelisz. Honigh ,de nieuwe eigenaar. Hij was koopman en oliefabrikant van beroep. Hij was in 1791 gehuwd met Grietje Jans Haremaker maar het huwelijk bleef kinderloos. Cornelis Cornelisz. overleed na slechts 5 jaar huwelijk in 1802.

1804-1805: Klaas Adriaansz. Honig (1762-1805) & Grietje Haremaker (1767-1854)

In 1804 hertrouwde Grietje Jans Haremaker met haar Noorder buurman: de weduwnaar olieslager Klaas Adriaansz. Honig. Klaas was eerder gehuwd geweest met Maartje Heymen Vis en was een neef van Cornelis Cornelisz. Honigh, Grietjes eerste echtgenoot.

Ook dit huwelijk bleef kinderloos en na slechts 11 maanden huwelijk overleed Klaas Adriaansz, zodat in 1805 Grietje wederom weduwe werd.

Klaas kocht in 1804 de 5 beelden Bacchus, Ochtend, Middag, Avond en Nacht en plaatste deze in de overtuin van hun huis (de huidige Beeldentuin). Ze stonden eerder in een tuin aan de Westzijde en daarvoor in de tuin der vermaak bij het huis van Polanen, eigendom van Zaandammer Nicolaas Calff te Halfweg.

De overtuin met daarin de vijf beelden, gekocht door Klaas Adriaansz. Honig (foto:HVKZ).

Grietje Haremaker liet na het overlijden van Klaas een boedelinventaris opmaken. Dat was noodzakelijk, omdat de nazaten van Claas’ eerste echtgenote Neeltje Heymes Vis recht hadden op een erfdeel van f. 97.500,-. De totale bezittingen van Klaas werden op 30 oktober 1805 vastgesteld op een totale waarde van f. 384.500,-.

1810-1854: Claas Cornelisz. Kuyper (1775-1830) &Grietje Haremaker (1767-1854)

In 1810 probeerde Grietje het nog eenmaal: ze trouwde met de Wormer verffabrikant Claas Cornelisz. Kuyper. Hij werkte voor de firma Cornelis Kuyper en Zoon met een zevental verfmolens, de meeste stonden in Wormer.

Met haar derde echtgenoot had Grietje dan eindelijk wat meer geluk: zij waren 20 jaar getrouwd toen Claas Cornelisz. in 1830 stierf. Ook het 3e huwelijk van Grietje bleef kinderloos.

Claas Cornelisz. Kuyper bracht echter een zoontje mee uit zijn eerste huwelijk met de Monnickendamse burgemeestersdochter Clasina Maria Kous Bos: Cornelis Claasz. Kuyper (1802-1845). 

Cornelis Claasz. liet, na de dood van zijn vader, in 1831 zelf een kostbaar huis bouwen, “het groote huis”, Lagedijk 146. In 1838 verkocht hij de zeven verfmolens en stak zijn geld, fl. 207.000,- in de Twentse textielonderneming Ainsworth te Nijverdal. Kuyper was vermogend en zeer ondernemend, bekleedde veel openbare functies: assessor te Zaandijk, lid voormalig banbestuur, lid Provinciale Staten van Noord-Holland, dirigerend lid van de Maatschappij van Nijverheid te Haarlem. Hij kwam helaas vroegtijdig door een noodlottig ongeval om het leven.

Lagedijk 146, in 1831 gebouwd door Grietjes stiefzoon Cornelis Claasz. Kuijper (foto’s : GAZ).

Na de dood van haar derde man in 1830 hertrouwde Grietje niet meer. Drie maanden voor haar dood in 1854 deed Grietje de overtuin met beelden over aan haar buurman Jan Jacobsz. Honig.  Jan Honig Cz. werd in 1904 eigenaar van de overtuin. Hij liet de tuin opknappen en alle beelden een kwart slag omdraaien, zodat ze allemaal in de richting van zijn huis zouden staan.

De nalatenschap van Grietje Haremaker bedroeg fl. 600.000,-, een enorm kapitaal in die tijd.

Na het overlijden van Grietje in 1854 werd haar woonhuis in 1855 voor fl. 5.000,- verkocht aan de gemeente Zaandijk. Na een verbouwing werd het gemeentehuis tot 1974, daarna werd het hulpsecretarie van de gemeente Zaanstad.

Het gemeentelijk wapen van Zaandijk (foto Herman Hop).