Achter de deur ...

… Lagendijk 3, (deel 1)

Het uitzoeken van de historie van een pand gaat de ene keer wat gemakkelijker dan de andere keer. Soms vind je bijna niets over het huis zelf maar wel over de bewoners/gebruikers. Bij Lagendijk 3 is dit het geval. Hopelijk vinden we nog meer over de historie over het huis zelf.

Lagendijk 3 (foto: A. Steemers)

De bewoners/gebruikers

Het huis werd gebouwd door Gerrit Honig, houthandelaar en houtzager van beroep. Om enig inzicht te krijgen in de achtergrond van de bouwer volgt hier een korte samenvatting van zijn voorouders:

-De overgrootouders van de bouwer

Claas Gerritsz. Honig (1745-1813) en Machteltje Appel (1748-1809). Zij kregen 6 kinderen: Gerrit Claasz., Marijtje Claas, Cornelis Claas Claasz., Neeltje Claas, Stijntje Claas, Trijntje Claas.

Claas Gerritsz. was koopman, oliefabrikant en reder in de walvisvaart, president college van gecommitteerden brandcontract oliemolens en olieslager. Hij bezat 20 molens. Zijn vrouw Machteltje groeide op in Zaandijk in Lagedijk 104-106 (voormalige gemeentehuis, voor beschrijving zie: www.historischeverenigingkoogzaandijk.nl ).

-De grootouders van de bouwer:

Cornelis Claas Claasz. Honig (1773-1845) bezat 21 molens. Hij was in 1793 getrouwd met Aagtje Breet (1772-1830). Samen kregen zij 7 kinderen: Machteltje, Grietje, Neeltje, Klaas, Gerrit, Cornelis Cornelisz, Gerrit, Gerrit Cornelisz. Het echtpaar Honig-Breet woonden ten tijde van hun overlijden in Koog aan de Zaan, in de Dubbele buurt, nr. 181.

Cornelis Claas Claasz. Honig (afb. GAZ).

Cornelis Claas Claasz. was lid en Diaken van de Doopsgezinde gemeente Koog en Zaandijk, olieslager, president brandcontract oliemolens en olieslagerij, lid Municipale Raad, en reder ter walvisvangst. Hij monsterde tussen 1775 en 1796 nog 34 tochten uit. In 1791 werden zijn zonen Gerrit en Cornelis opgenomen in de firma Claas Honig & Zonen. Het bedrijf bezat 25 molens, achttien pakhuizen en voor al het onderhoud aan zijn bezittingen was er een eigen timmerwerf. Na de Franse tijd heeft Cornelis Claas vergeefs geprobeerd de walvisvangst weer op gang te krijgen.

Eén van de kleinzonen van Cornelis Claas Claasz., Meindert Klaasz. , en volle neef van Gerrit, is de grondlegger van de stijfselfabriek M.K. Honig. Dit bedrijf neemt na de dood van Gerrit Cornelisz in 1912 het pand Lagendijk 3 in gebruik als kantoor.

-De ouders van de bouwer:

Cornelis Cornelisz Honig (1807-1870) was in 1826 gehuwd met Geertje Honigh (1808-1872). Zij kregen 12 kinderen: Cornelis, Maartje, Pieter, Aagje, Maartje, Machteldje, Klaas, Gerrit Cornelisz., Jacobus, Hendrik, Neeltje, Adriaan Cornelisz.

Cornelis Cornelisz. was fabrikant, veehouder en oliefabrikant. Hij bezat 10 molens.

De bouwer van Lagendijk 3:

Gerrit Cornelisz. Honig en zijn gezin (Koog aan de Zaan 1841-1912)

Gerrit huwde in 1865 te Westzaan met Elisabeth de Lange (Westzaan 1839- 1905, dochter van houtkoper Pieter Adriaansz. De Lange (1802-1886), houtkoper, en Duifje de Jager (1808-1841)) .

Samen kregen zij twee dochters: Geertruida (1867- 1922, Amsterdam, gehuwd in 1889 met Pieter Sybrand Keijser, procuratiehouder (1865-1924?, geen kinderen ) en Nelly Adriana (1874-1961, Baarn, gehuwd met Hendrik Cornelis van der Lely (1874-1947), 7 kinderen)

Moeder Elisabeth Honig-de Lange werd in 1891 voorzitter van de Maatschappij van Moederlijke Liefdadigheid:

De Maatschappij van Moederlijke Liefdadigheid” werd opgericht in 1839 te Zaandijk door het Koog-Zaandijkse departement van de “Maatschappij tot Nut van het Algemeen”.

Ze hadden tot doel het helpen van behoeftige kraamvrouwen (vrouwen die net bevallen waren), die niet in staat waren om zelf in het nodige te voorzien. Daarom sprak men in Zaandijk ook wel over het kraamvrouwenfonds. Men wilde, ‘wanneer in de schamele hut de armoede wel het meest drukt’, ‘het leed verzachten en het lot verbeteren’.

Ook kraamvrouwen die door de armenbesturen werden bedeeld, kwamen in aanmerking voor ondersteuning door de Maatschappij van Moederlijke Liefdadigheid wanneer dit mogelijk was en de ondersteuning door de armenbesturen ontoereikend was.

De kraamvrouwen kregen linnengoed, kleding, voedsel, turf en een bijdrage voor verloskundige hulp ingeval de kraamvrouw niet door de verloskundige van Zaandijk geholpen werd.

De hulp was beschikbaar vanaf het tweede kind, later vanaf het derde kind. Was er behoefte aan ‘voedsel, versterking, of brandstoffen’, dan kon er ook hulp komen voor het eerste kind.

Ongehuwde vrouwen kwamen niet in aanmerking voor hulp, noch gezinnen waarvan de kinderen niet gevaccineerd waren tegen het koepok virus. (bron: www.Zaanwiki.nl).

De Houthandel A. de Lange en Zonen

Het bedrijf van de Gerrit’s schoonvader, houthandel A. de Lange en Zonen, was gelegen op het terrein het latere Pont-Meijer aan het Zuideinde te Westzaan. Gerrit’s vrouw, Elisabeth de Lange, had een broer en twee zussen. Haar broer overleed op zijn 32e, zus Neeltje werd slechts 22 jaar.

Duijfje, de andere zus van Elisabeth, staat ten tijde van haar overlijden in 1893 te boek als houthandelaarster. Zij heeft het bedrijf van haar vader na zijn dood in dus voortgezet, huwde niet en had geen kinderen. Zus Elisabeth was de langst levende van de fam. De Lange en erfde zodoende het familiekapitaal.

Het ouderlijk huis van Elisabeth Honig-de Lange aan de Overtoom te Westzaan (foto:GAZ).

De Westzaanse familie de Lange woonde in de prachtige villa (bouwjaar 1729) aan de Overtoom te Westzaan. Na de dood van Duijfje de Lange in 1893 werden in 1918 het huis en de opstallen/grond van het voormalige bedrijf A. de Lange eigendom van houthandelaar P. Rot(e).

Het huis werd na vele jaren van verval en leegstand uiteindelijk gesloopt in de jaren ’70 en opgeslagen voor herbouw. Dit gebeurde eind jaren ’80 van de vorige eeuw door aannemer Kuyt te Westzaan, het staat ten westen van molen “De Schoolmeester”.

Houthandel

Belangrijke drager van de Zaanse economie. Ontstaan en in belang gegroeid aan het eind van de 16e en vooral het begin van de 17e eeuw; ondanks door de eeuwen heen aanzienlijke veranderingen van karakter één van de belangrijke economische activiteiten binnen de Zaanstreek. Lange tijd was de Zaanstreek in de Nederlandse, en ook in de internationale, houthandel een van de toonaangevende gebieden (bron: www.Zaanwiki.nl).

Advertentie in het adresboek van 1882 (afb.: GAZ)

De firma G. Honig Cz., houtzagerijen en houthandel

Gerrit Cornelisz. was houtkoper en houtzager van beroep. Hij werkte zelfstandig met verschillende zaagmolens. Zijn vader, Cornelis Cornelisz. Honig werkte ook in de houthandel en houtzagerij.

Op 01 januari 1865, het jaar waarin hij trouwde, nam Gerrit de zaak van zijn vader officieel over.

Hij was daarvoor al gemachtigde bij de firma, tezamen met zijn schoonvader Albert de Lange.

Bij het overlijden van zijn vader in 1870 kreeg hij “De Groene Jager” en “De Tulp” in zijn bezit.

Gerrit hield, zoals veel handelaren in die tijd, op de maandagen van 11.00 tot 14.00 uur “kantoor” in het Poolsche Koffiehuis in de Kalverstraat te Amsterdam. Hieronder volgen de molens waar hij mee werkte:

-“De Groene Jager” (1641? – 1868) paltrokmolen, balkenzager, stond aan de Reëelenpad sloot (nu Provinciale weg ter hoogte van de Hyacinthstraat). Hij werd aangekocht door de opa van Gerrit, Cornelis Claas Claasz., in 1838 voor Fl.5.000,- .

Dit bedrag was waarschijnlijk voor het gehele complex. Opa Cornelis Claas Claasz. bezat 21 molens, voornamelijk oliemolens maar hij had ook een eigen molenmakerij. Om ook een eigen zaagmolen te hebben was wel praktisch. Hij was toentertijd de grootste molenbezitter in de Zaanstreek. Zoon Cornelis Cornelisz. en later ook zijn zoon Gerrit gingen verder met het zagen van- en handelen in hout.

Het in 1864 bedachte plan voor de aanleg van de spoorlijn Uitgeest Zaandam werd in 1866 uitgevoerd. Dit had tot gevolg dat “De Groene Jager” moest worden gesloopt, hij lag helaas op het tracé van het spoor. Gerrit werd schadeloos gesteld en begon met de bouw van een nieuwe paltrokmolen: “de Locomotief”

Paltrokmolen “De Locomotief” met houtloodsen en rechts nog bovenkruier “De Tulp” (foto: GAZ).

“De Locomotief”, paltrokmolen, balkenzager, gebouwd in 1866/1867. Deze lag iets ten oosten van de in 1868 gesloopte paltrok “De Groene Jager”. Tot 1904 blijft Gerrit met deze molen werken waarna hij wordt afgebroken en verplaatst naar Zaandam Oost. Hij ging daar de in 1903 verbrande paltrokmolen “De Poelenburcht” vervangen. De naam werd veranderd in “De Gecroonde Poelenburcht”. In 1960 werd de molen weer bedreigd, ditmaal door de bouw van de wijk “Poelenburg”. In 1963 werd hij na demontage weer opgebouwd op de Zaanse Schans waar hij anno 2020 nog steeds hout zaagt.

-“De Tulp”, (1659-1894) bovenkruier, veerzager en tabakstamper, later wagenschotzager en ten slotte balkenzager. Hij stond in het verlengde van de Reëelenstraat sloot ter hoogte van de huidige Hyacinthstraat/kruising Tulpstraat.

Deze molen werd ook door Gerrit’s opa, Cornelis Claas Claasz. in 1840 aangekocht. Het molenlijf werd gesloopt in 1894 en kreeg een nieuwe bestemming in Hoofddorp als korenmolen. Daar bleef hij werkzaam als “Hoop op Zegen” tot dat hij in 1926 door de bliksem getroffen totaal verbrandde.

In de achtergebleven opstallen van de verplaatste molen “De Tulp” werd een met stoom aangedreven zagerij aangebracht. De zagerij “De Tulp” werd in de daaropvolgende jaren enkele malen vergroot en verbeterd. In 1935 tenslotte liquideerde de firma en werd het terrein aan de toenmalige gemeente Koog aan de Zaan verkocht ten behoeve van woningbouw (Koog Bloemwijk). In dat jaar werden de laatste restanten van de molenschuren gesloopt.

Tekening ingekleurd met aquarelverf van molen “De Tulp” van J. Kruijver uit 1886 (afb. VZM).

“De Dikkert” (1626- 1896) bovenkruier, gelegen aan de zuidkant van de Mallegatsloot op de grens van Koog en Zaandamwerdin 1875 door Gerrit aangekocht.

“De Dikkert” was een eiken balkenzager (ook wel een “Dommekracht” genoemd) t.b.v. de scheepsbouw maar van origine was hij zeer waarschijnlijk gebouwd als watermolen. In 1896 werd de molen gesloopt en kreeg een nieuwe bestemming als korenmolen in Amstelveen maar behield zijn oude naam. Daar is hij tot op vandaag nog in werking.

Op de werf van de Dikkert werd een oliefabriek gebouwd die de naam “Wilhelmina” kreeg. Later werd in dit gebouw cacao gemaakt voor de firma Jan Huysman, de oprichter van Cacao de Zaan. Ten slotte werd het pand gebruikt als verffabriek voor de firma Jan Visser uit Koog aan de Zaan. In 1979 werd de fabriek gesloopt. De zuidelijke houtloods van de Dikkert heeft nog tot februari 1981 gestaan en moest toen ook verdwijnen voor de bouw van een appartementencomplex dat de naam van de molen kreeg.

Naast deze molens bezat Gerrit ook parten van o.a. de volgende molens: oliemolen “De Jonker” in Zaandam-Oost, het “Windei” en de oliemolen “De Ooievaar”, beide in Zaandam.

Lees verder deel 2