Achter de deur ...

…Hoogstraat 48/50, deel 1

Aan de Hoogstraat te Koog aan de Zaan staat een prachtig pand dat twee huisnummers heeft maar in 1904 gebouwd werd als één huis. Het werd gebouwd ter vervanging van een grotendeels houten huis. Dit houten huis was minder groot dan het huidige en bezat een grote tuin aan de zuidkant. Daarvoor stond er op de plek van de tuin een houten huis dat een aanbouw had richting Zaan. We gaan terug in de tijd en maken kennis met de bewoners van het 1e huis, het 2e huis en de bouwer van het huidige huis.

Huis van verf-, olie-, graan- en meelkooplieden

L.: nr. B 786: het eerste huis, kadastertekening 1856 (tek: GAZ). M.: het hoge huis en het houten huis rechts ernaast, vormden tezamen nr. 786, foto uit Breebaard collectie tussen 1863 en 1878 (GAZ).

Bewoners van het 1e huis aan weg en Zaan, sectie B nr.786
– Adriaan Willemsz. Couwenhoven (1784-1836) & Jannetje Dirks Ton (1786-1882).
Adriaan was eerst kantoorbediende maar werd later, na het overlijden van zijn vader, directeur van de firma ‘Couwenhoven & Comp’. De familie Couwenhoven: de vader van Adriaan, Willem Jansz. Couwenhoven (1752-1817), werkte als oliefabrikant onder de firmanaam ’Couwenhoven & Comp.’ Dit bedrijf werkte ook met de verfmolens ‘De Valk’, ‘De Witte Veer’ en ‘De Blauwe Reiger’ in Zaandijk. ‘De Valk’ was in 1712 door Adriaans overgrootvader, die Willem Adriaansz. Couwenhoven heette, uit De Rijp naar Zaandijk gehaald. Het was een tot oliemolen verbouwde watermolen, waarmee die nog dateerde uit de tijd van de drooglegging van de Beemster. In Zaandijk werd het een verfmolen die tot 1833 in de familie bleef. In dat jaar werd de firma Couwenhoven & Comp. geliquideerd.

Het huwelijk van Adriaan en Jannetje was vruchtbaar: Willem (1812-1890), Maartje (1813-1840), Sija (1814-1848) en Trijntje ( 1816-?). Na het overlijden van Adriaan in 1836, 3 dagen na de bruiloft van zoon Willem, vertrekt Jannetje in 1841 naar Alkmaar met dochters Sija en Trijntje. Jannetje verkocht in 1840 het huis voor fl. 4.600, – aan Albert Kluijver.

Bewoners Albert Kluijver (1819-1888) en Grietje Stuurman (1819-1880)
Vanaf 1842 staat Albert Kluijver, zoon van Jacobus Kluijver en Machteltje Honig te boek als eigenaar van het huis. Vader en zonen Kluijver waren ook fabrikanten, zij werkten onder de firmanaam ‘Jac. Kluijver en zoon, Olie- en Koekenfabrikant’.

De familie Kluijver: vader Jacobus Kluyver (1795- 1843) was een zoon van Albert Kluyver en Annetje de Wit. Deze Albert (1764 – 1836), de grootvader van de bewoner van het huis, was mede-eigenaar van de firma Van Benthem, Storm en Kluijver. Hij liet aan zijn zoon Jacobus de pelmolen ‘De Groeneboer’ na, plus het zaadpakhuis ‘De David’ in Koog, een huis en stalling op het Koperslagerspad (later genoemd het Schoolpad) in Koog, twee stukken land, een luchthuis met wagenhuis in Koog, nog negen stukken land, de helft in de woning ‘De Toeval’ in de Beemster, een graf in Koog, 1/8ste part in het buisschip ‘De Leeuw’ in De Rijp, een schuldvordering van f. 12.0000, – een zesde deel van zijn inboedel, verder paarden en rijtuigen. De totale waarde was fl. 36.670,56 3/5. Dit was een zesde deel van de bezittingen van Albert Kluyver. De vijf verfmolens werden verdeeld onder de broers van Jacobus.

Albert (1819-1888) was in 1841 getrouwd met Grietje Stuurman (1819-1880). Samen kregen Albert en Grietje 4 kinderen: Machteltje (1844-1924), Marijtje (1846- ?) Jacobus (1847- ?) en Anna Maria (1849-1858).

De oudste dochter van Albert en Grietje, Machteltje Kluijver, trouwde met Klaas Honig, ook een oliefabrikant, zij schonk in 1926 haar woning: ‘het huis met de ijzeren brug’ (werd verplaatst van de Hoogstraat naar de Museumlaan) en de achterliggende grond (dat is nu het Koogerpark) aan de gemeente Koog aan de Zaan. Na het overlijden van vader Albert in 1888 wordt het huis een jaar later verkocht aan Jan Crok, de oudste zoon van Teunis Crok.

Verbouwing naar de 2e situatie
Het huis werd door Jan Crok in 1889 verbouwd. Het 1e huis had een brede stenen- en houten voorgevel. De vorm werd veranderd: het houten gedeelte van de voorgevel werd gesloopt, zo ook de aanbouw die doorliep tot aan de Zaan. Hierdoor ontstond een flinke tuin. Aan de Zaanzijde van het huis werd een flinke aanbouw- en aan de Zaan een walhuis gebouwd. In dit walhuis bevonden zich een stal, een plee en een was/mangelkamer. In de aanbouw aan het huis werd een grote kamer, zowel beneden als boven gesitueerd. De voorgevel van het woonhuis was van steen, maar alle andere gevels waren nog van hout.

Links: het huis met aangebouwde Zaankamer en walhuis, (tekening: GAZ).
Na 1889: nr. B. 938 voorzien van tuin, de nieuwe aanbouw en het walhuis (tekening: GAZ).

Het familiebedrijf van Teunis Crok
Westzaner Teunis Crok, de grootvader van Dirk Nicolaas Crok, begon als bakker, maar werd uiteindelijk graan en meelhandelaar en oliefabrikant. Teunis was in 1823 getrouwd met de Zaandijkse Trijntje Brandenburg (1798-1866). Teunis en Trijntje kregen 3 zonen: Jan (1831-1895), Cornelis (1833-1892) en Dirk (1835-1899). De zonen Dirk en Jan volgden vader Teunis op in het familiebedrijf, Cornelis werd ook oliefabrikant.

Het ging Teunis voor de wind: in 1843 kocht hij oliemolen “De Engel” en langzaam maar zeker breidde hij zijn oliezaken uit. Achtereenvolgens kwamen nog eens 5 molens in zijn bezit: “De Bonte Hen” (1846), “De Boer” (1854, maar geruild met Pieter Keg voor de pelmolen “De Zeilenmaker”), “De Samson” (1855), “De Zeeman” (1861) en “De Vier Heemskinderen” (1863).

Rechts op de foto Teunis Crok (1799-1866) en advertentie T. Crok: meel- en graanhandelaar en oliefabrikant (afbeelding GAZ).Pool’ staat voor het Poolse Koffiehuis alwaar de kooplieden kantoor hielden tijden hun bezoeken aan de beurs te Amsterdam. Links: zoon Jan Crok (1831-1895).

-Bewoners Jan Crok en Neeltje Vis (1888-1895)
Jan Crok (1831-1895) kocht dus in 1888, na het overlijden van Albert Kluiver, en verbouwde Hoogstraat 50. Jan was in 1855 getrouwd me Neeltje Vis (1829-1912), samen kregen zijn 7 kinderen: Trijntje (1857-1934), Dirk Nicolaas (1858-1919), Teunis (1860-1922), Jan (1864-1909), Engeltje (1866-1875), Neletta Alida Maria (1867-1941) en Anna Agatha (1869-1944).

Jan’s broer, Dirk Nicolaas (1835-1899), trouwde in 1864 met Antje Honig (1841-1903), zij kregen in 1867 een dochter: Trijntje (1867-1943). Deze Trijntje huwde in 1889 met Jan Cornelis Laan (1865-1934), de zoon van Jan Jacob Laan en Aaltje Vis. Jan Cornelis Laan ging in 1891 samenwerken met zijn schoonvader Dirk Laan onder de firmanaam Crok & Laan (thans Bunge, Loders, Croklaan). Hun nageslacht bestond uit drie kinderen: Anna Agatha, Jan Jacob en Dirk Laan. De jongste zoon zou later bekend worden als de cineast en kinderboekenschrijver Dick Laan.

Jan en Dirk Nicolaas Crok breidde het bedrijf verder uit met de aankoop van aankoop van oliemolen ‘De Zoeker’ (1867) en oliemolen ‘De Rode Wachter’ ( 1880). Deze molen dankte haar naam aan de waakfunctie van de Schans in het gevecht tegen de Spanjaarden en het vele bloed dat daar vloeide. Hij stond bijna recht tegenover het huis op Hoogstraat 50, op de andere oever van de Zaan.

In 1873 werd de molen ‘De Engel’ verbouwd tot stoomoliefabriek en vervolgens uitgebreid en in 1891 toegevoegd aan de firma Crok & Laan, zo ook molens ‘De Bonte Hen’ en ‘De Zoeker’.

Briefhoofd van Stoom Olie Slagerij De Engel van de firma Crok Laan (tekening GAZ).

Dirk Nicolaas had het beheer over de molens, en na 1891 ging Jan verder met de handel in meel en granen maar ook met de oliemolen “De Vier Heemskinderen’ en het op stoom aandrijven van molen ‘De Rode Wachter (1663-1891)’

V.l.n.r.: het veerhuis, de Windhond, de Ooievaar en stoomoliefabriek ‘De Wachter’ van de firma Crok (foto: GAZ).
Dirk Nicolaas Crok (afb. GAZ). Herinneringsbord aan 40 jaar regentschap van schoonzuster Maartje Crok-Honig bij de Doopsgezinde Johanna Elisabeth Stichting te Koog aan de Zaan (foto J. Leguijt).

-Bouwer en bewoner Dirk Nicolaas Crok en Maria Elisabeth Jentink (1895-1904 en 1904-1918)
Na de dood van vader Jan Crok in 1895 werd oudste zoon Dirk Nicolaas (1858-1919) aldus in 1897 de nieuwe eigenaar/bewoner van Hoogstraat 50.

Het huwelijk, gesloten in 1889 tussen Dirk Nicolaas Crok (1858-1919) en Maria Elisabeth Jentink (1866-1944), resulteerde in 5 dochters: Elisabeth Margaretha Henriëtte (1891), Nelly Johanna (?), Andrea (1896-1902), Maria Elisabeth (1898-1945) en Johanna (?). Maria Jentink was geboren in Friesland, haar vader was dominee Andries Jentink. Haar ouders waren, na eerder in Oostzaan gewoond te hebben, van 1903 tot 1920 in de directe nabijheid van hun dochter en haar gezin: zij woonden op Stationsstraat nr. 11.

De nieuwe, stenen villa van Dirk Nicolaas Crok in 1915 (foto: GAZ).

Nieuwbouw
In 1904 liet Dirk Nicolaas het oude, grotendeels houten huis slopen t.b.v. de herbouw van het nieuwe stenen huis. De tuin werd opgeofferd t.b.v. de grote villa met aan de rechterzijkant een aangebouwde serre. Het gezin had 5 dochters en had zodoende behoefte aan flink wat woonruimte. De architect van de villa is niet bekend. In het interieur zijn anno 2020 nog diverse fraaie Art Nouveau versieringen zichtbaar.

1916: kadastertekening van het nieuwe huis, rood ingekleurd (tekening GAZ).

Broer Teunis Crok ( 1860-1922), was in 1887 gehuwd met Maartje Jans Honig (1865-1944), dit huwelijk bleef echter kinderloos. Teunis nam plaats in de gemeenteraad van Koog, Maartje was 40 jaar Regentes van de Doopsgezinde Johanna Elisabeth Stichting te Koog aan de Zaan. Teunis en Maartje woonden in 1887 op de Lagendijk wijk 3 nr. 329, in 1922 op Hoogstraat nr. 20. Dit was het pand waar later o.a. Dr. Schuur en Dr. Walpot zich vestigden.

Samen met broer Teunis (1860-1922) nam Dirk Nicolaas de leiding van het familiebedrijf de firma ‘T. Crok en Zonen’ op zich. Het kantoor der firma bevond zich in ieder geval in het oude huis op Hoogstraat 50, of dat ook in het nieuwe huis zo was heb ik niet kunnen ontdekken. Teunis breidde, na de dood van vader Jan, stoomoliefabriek ‘De Wachter’ verder uit met een smederij (1897) en diverse andere uitbreidingen in 1903, 1909 en 1914.

In 1925 werd “De Wachter” geëlektrificeerd, en in 1926 weer verder uitgebreid. In 1988 werd “De Wachter” uiteindelijk gesloopt.

‘De Wachter’ en ‘De Herder’ (foto: GAZ).
Het in 1990 herbouwde pakhuis op de hoek van de Nieuwe Vaartkade en het Hazepad in Zaandijk (foto HVKZ).

Het koekenpakhuis “De Nieuwe Schans” dat deel uitmaakte van het voormalige molencomplex, werd gered: hij werd gedemonteerd in 1988 en in 1990 weer opgebouwd aan het Hazepad 39 te Zaandijk. Op de plek van “De Wachter” staat nu de nootjesfabriek van Duijvis, daarnaast staat als vanouds oliemolen “De Ooievaar”.

In 1918 verhuisden Dirk Nicolaas en Maria naar de Frederik Hendriklaan 47 te Den Haag, maar lang heeft Dirk Nicolaas er niet van kunnen genieten: 8 maanden later overleed hij al op slechts 60-jarige leeftijd. Maria Elisabeth verhuisde in 1928 naar Bussum alwaar zij in 1944 overleed.

Wordt vervolgd

Met grote dank aan Ron Couwenhoven voor zijn informatie.