In de laatste 60-er jaren was vaak hangen en wurgen geweest in de strijd om degradatie uit de 2e klasse te voorkomen. Dus kwam de degradatie niet onverwacht en gewerkt zou moeten worden aan een nieuw begin in een lagere afdeling. Oudere spelers zoals Joost van der Vooren, Kees Hartland, Ben Eijk, Cees Groot en Dick de Zwaan wilden graag een stapje terug doen, al lag een rentree van Kees wel weer voor de hand.

Een nieuwe trainer werd aangesteld. Vanuit Haarlem konden we een jeugdige Clemens Koster verwelkomen. Zijn eerste jaar viel niet direct in goede aarde bij de supporters van de club, het zou anders moeten om de club statuur te geven. Een professionele opzet werd gekozen om zo snel mogelijk weer terug te keren naar de klasse, waarin we zo lang hadden gespeeld. Jongere spelers klopten aan de deur van het 1e elftal, zoals René Schoolmeester en Martin Kruidenberg. Nieuwe spelers werden ‘aangetrokken’. Rob Groot kwam na omzwervingen bij Telstar en RCH terug bij de club waar hij had leren voetballen. Van AZ kwam Dick Molenaar de verdediging versterken. Hendrik Jan Engel was al eerder teruggekeerd van een avontuurtje bij AZ67, net als Andries Kok jr. na een kort verblijf bij Ajax. Cees Heijnis was eerder weggeplukt door Simon Kistemaker van ZFC en moesten we het doen met een onervaren Peter Verkley. Het was goed om te zien dat Kees Hartland nog een tijdje op de vleugel bleef staan.

Als coach stapte een oude bekende binnen. ‘Ome’ Tinus Kat, vader van Mart, moest het enthousiasme laten toenemen. Dus voor de wedstrijd het bekende ; Olleke Bolleke’ en het ‘liever op de punt van de TOC dan in het hok’ vierde hoogtij.

De trainingspakken van Crowny Foods werden afgeschud en een nieuwe kledingsponsor werd gevonden bij Frits Jongejans’ De Kleine Markt’. Succesvolle resultaten werden beloond met een plantenbon. In de loop van het seizoen zagen we Kees Hartland in zijn eigen blauwe trainingspak de warming up doen. Hij was in een flink conflict gekomen met sponsor Jongejans en weigerde in het vervolg het oranje/blauwe trainingspak te dragen. Eigenlijk hadden we in die jaren best een goed elftal, dat een hoofdrol in de 3e klasse zou moeten spelen, wat resulteerde in promotiemogelijkheden.

Zeker anekdotisch was de uitwedstrijden tegen Ilpendam dat tegen ons aan het eind van het seizoen kampioen kon worden. Ook Zaandijk stond in de top van de afdeling en werd ondersteund door een fanatieke en ludieke jeugdige aanhang. Voor de jongeren werd het een wedstrijd “kabaal maken”. Zelfs een bakfiets met geluidsapparatuur werd achter vijandelijke doelen geposteerd. Maar vaak werd de aanhang door de referee gesommeerd elders geluid te produceren, omdat het fluiten tegen dovenmansoren was. Dus de wedstrijd tegen Ilpendam zou een bijzondere worden. Een enorme drukte rondom het veld, waar we vernamen dat de burgemeester vanaf zijn vakantieadres in Mallorca eerder was teruggekeerd. Met de rust stond Zaandijk met 2-0 achter en klaarblijkelijk stond de thuisclub niets in de weg om het kampioensfeest al tijdens de rust te laten beginnen. Het goudgele sap vloeide al rijkelijk. Maar net na de rust herstelden de Zaandijkers zich op miraculeuze wijze. Ik schoot vanaf 35 meter de bal in het kruis achter een verbouwereerde doelman en kort daarop maakten Jan Valk en tweemaal Andries Kok er 2-4 van. Ilpendam-supporters vertrokken met stille trom naar huis en voor het succesvolle team van Zaandijk wachtte een vat bier in de kantine.

De kansen voor promotie lag nog in onzer handen. Zaandijk diende daarover te strijden met het Haarlemse Ripperda. De wedstrijd tegen Ripperda moest op neutrale grond plaatsvinden. Gekozen werd voor het ZFC-veld (nu VV Zaandam) in het Hoornseveld in Zaandam. Ik had nooit beseft dat deze wedstrijd zoveel bezoekers zou trekken. Duizenden mensen omzoomden het veld, naar ik vele jaren later bemerkte op de foto (boven).

Eigenlijk speelde we veel beter dan Ripperda en hadden de wedstrijd met gemak moeten winnen. Typisch Rob Groot, die ik hoorde zeggen ‘je moet toch wel erg goed kunnen voetballen om de bal driemaal twee millimeter aan de verkeerde kant van de paal te kunnen schieten’. Hij presteerde dat. Ongelooflijk. Mijn frustratie vloeit nog door de aderen bij de gedachte aan het doelpunt dat we tegen kregen. Een slap geschoten balletje rolde over een polletje en over de handen van Peter Verkley het doel in. Ik staarde gebiologeerd de bal na en heb veel gedacht: ‘Wat, als ik er achteraan was gerend’.

In mijn laatste jaar als speler van het 1e team staat me één gebeurtenis me nog helder voor de geest. Het zal vele ouderen bekend voorkomen dat het voetbalveld van Zaandijk aan het eind van het seizoen er afgetrapt uitzag. Meer modder dan gras rond de middencirkel en de strafschopgebieden. En als er dan ook nog regen op komst is, wisten we bijna zeker dat er niet gevoetbald zou worden. Mijn laatste wedstrijd was tegen onze buur KFC dat bij ons kampioen kon worden. Het had ’s nachts nogal fors geregend en ik werd ’s morgens vroeg gebeld met de vraag of ik snel naar het veld wilde komen om het doordrenkte veld speelklaar te maken. Er stond voor ons en zeker ook voor KFC veel op het spel om die zondag te spelen. Voor ons een goede recette en voor KFC een mogelijk kampioenschap.

Vele Zaandijkers gaven aan de oproep gehoor. We waren met z’n allen in staat de watermassa te doen veranderen in een zandvlakte. Toen ik mijn werkzaamheden beëindigde stond de klok op 13.00 uur. Dus snel naar huis om m’n voetbalspullen op te halen. Ik had een bijzondere warming up achter de rug. Op mijn terugreis kwam ik Kogers tegen die vroegen of ik die dag niet, zou spelen ten hun ploeg, Om 14.00 uur stapte ik de kleedkamer binnen. We verloren de derby nipt en KFC werd met gejuich kampioen. De voorzitter van KFC complimenteerde na afloop in zijn speech uiteraard zijn spelers, maar zeker ook de inzet van de Zaandijkers en met name terreinknecht Arie van Heijningen die we op die dag echter alleen hebben zien staan langs de lijn, gekleed in een keurig blauw kostuum , terwijl wij ons in het zweet hadden gewerkt.

Of ik het KFC met zoveel oud-profs gunde? Ik weet het niet. Ik had graag met een overwinning tegen m’n oude club afscheid willen nemen van ‘dertien jaar Zaandijk 1’. Dan was de cirkel echt rond geweest. We bleven dus derde klasser. Het was echt mijn laatste jaar. Jongeren stonden klaar om nieuw elan aan de club te geven. Ik deed een stapje terug in het reserveteam, maar na enige wedstrijden terug in het veteranenteam, waar ik mijn oude strijdmakkers weer aantrof. Het waren prachtige jaren met ups en downs, maar één ding staat vast: het sporten in teamverband met goede vrienden in ‘mijn’ Zaandijk staat bij mij al heel lang borg voor een warm gevoel. Dank aan al die bestuurders en ploeggenoten die dit mogelijk maakte.

Epiloog

De beschrijving van mijn belevenissen bij de Zaandijk-selectie is gebaseerd op mijn geheugen, waarbij ik mij ervan bewust ben, wellicht op sommige (tijd)vlakken mogelijk de plank te hebben misgeslagen. Maar zeker niet bewust. Echter de anekdotes die worden beschreven staan mij nog steeds helder voor de geest en berusten op waarheid. In de beschrijving probeer ik een tijdsbeeld te geven van de manier van sportbeleving in een voorbije tijd. Een periode waar mensen in “hun Zondagse pak” de fiets pakte en stalde, tegen geringe betaling in de Zaandijk fietsenstalling waarna men vrolijk of mopperend huiswaarts keerden. Een tijd, waarin TV in opkomst was met zwart/wit beelden van de sport in programma’s als Sport in Beeld op zondagavond. En incidentele uitzendingen van internationale wedstrijden (Ajax en Feijenoord in de Europacup). Een tijd ook, waar vergaderingen beslist niet op woensdagavonden plaatsvonden. Voetbal, passief of actief was voor velen een belangrijke vrijetijdsbesteding. En ik krijg altijd een goed gevoel als ik op een zaterdag of zondag jeugdigen en senioren zie voetballen in het tenue dat zo’n 50 jaar geleden ook mocht dragen.

Jan Stroo (1944) maakte als speler van 1963 tot 1975 deel uit van de selectie van ZVV Zaandijk.

Een nieuwe start (9)