Waarom trainer Siem Engel reeds na één jaar trainerschap opstapte is mij altijd niet duidelijk geweest. Hij was een rasechte Zaandijker, zijn zonen speelden er en het was een kundige vakman. Engels’ opvolger: J. Koopman. Een andere trainer met een andere visie op het spelletje. Enfin weer andere spelpatronen opdoen tijdens de training. De 2e klasse viel ons wel zwaar, maar slaagden er toch telkens weer in om ons te handhaven. Memorabel in deze periode was zeker het beroep dat het bestuur deed op Ger Hoorn (van de Spar op de Guisweg). Ger was atleet bij Zaanland en leerde ons beter te lopen door ons liefst 40 ronden om het hoofdveld te laten rennen.

Bijzonder in dat jaar was zeker het RCZ-toernooi, dat we driemaal moesten spelen, daar we ieder jaar als winnaar het veld verlieten. Bij het laatste RCZ-toernooi zaten we slecht in de selectiespelers, en ook nog zonder doelman. Het was altijd een wens van Kees Hartland geweest ooit het doel van zijn club te verdedigen, dus zagen we Kees als ‘Zwarte Panter’ het veld opstappen. (opm.: Zwarte Panter, de bijnaam van Frans de Munck, altijd in zwart gekleed als, keeper uit de jaren ‘40/50).

Ik hoor de penningmeester Blees van de Racers nog tegen mij, als aanvoerder, zeggen bij de uitreiking van de definitieve (grote) beker “Weet je eigenlijk wel, wat zo’n grote beker ons kost”. We mochten de beker nl. in ons bezit houden.

Foto bij eerste deelname aan het RCZ-toernooi in 1966. Staand vlnr. Dick de Zwaan, Jaap Post, Wim Hofman, Dick Kuyper, Ruud Hinze, Cor Droog, Geert Schuddeboom, trainer Koopman, Zittend Peter v..d. Weide, Ben Eijk, Jan Stroo, Cees Heijnis, Peter Kok, John Molenaar.

We speelden in het verleden wel meer wonderlijke oefenwedstrijden. Zoals een sneeuwwedstrijd tegen de Zebra’s in Hilversum, waar Kees Hartland het presteerde om een kortere weg te vinden naar het voetbalveld en pardoen over het ijs van een nabijgelegen sloot reed en zo het voetbalterrein bereikte.

Of Kees wist, welke risicovolle weg hij reedt is mij niet bekend. Onze actieve secretaris was altijd in staat bij afgelastingen tegenstanders te vinden voor oefenwedstrijden. En zelfs ging hij zover om jaren later op 2e kerstdag een wedstrijd tegen De Foresters in Heiloo te regelen. Een aantal 1e-elftalspelers gaven de pijp aan Maarten, maar jongeren zoals Henny Schuurman en anderen vonden het leuk om te laten zien dat ze ook wel een balletje konden trappen. Ik had er echt geen zin in en bedacht samen met Cees Heijnis om als kerstman het veld te betreden, maar wel als alles op het veld stond. Zo gebeurde het ook. Iedereen stond aangetreden. Luid bellend en zingend betrad ik, als kerstman het veld. Het werd me niet in dank afgenomen, want een aantal jonge medespelers wilden zich op deze kerstdag echt bewijzen. Of een wedstrijd in de regen tegen Zeevogels in Egmond, waar de selectie werd verzocht om te helpen de auto van André van der Wind uit de bagger te trekken. Ja, Roel wist bij afgelastingen altijd wel een tegenstander te vinden.

Nadat trainer Koopman al na een jaar opstapte werd zijn opvolger Dirk Kuijper, vroeger een stoere verdediger van ZFC en één van de eerste profspelers bij Alkmaar ’54. Kuijper had, zoals veel voetballers in die tijd een sigarenwinkel op de Zuiddijk in Zaandam. Omdat hij in mijn rayon (als advertentieverkoper) was gevestigd bezocht ik hem met regelmaat voor een voetbalpraatje. Dirk was, zoals hij zei ‘geen trainingsbeest’ en met een grijns vertelde hij me dat hij vroeger de conditietraining, zoals rondjes rondom het veld altijd met weerzin beoefende. Vaak verstopte hij zich achter het houten schot achter het doel of achter de grote ZFC-tribune. Na zijn intrede als trainer bij Zaandijk liet hij me al snel weten dat hij me zag zitten als aanvoerder van het 1e team. Ik stelde hem voor om Dick de Zwaan aanvoerder te maken, maar hij koos toch voor mij. Van aanvallende kanthalf was ik getransformeerd tot verdediger. Samen met Dick de Zwaan vormden we jarenlang een goed ingespeeld duo. Uiteraard moest voorafgaand aan de competitie de conditie op peil worden gebracht.

Geen training rondom het veld, maar een rondje Enge Wormer, eerst langs de Amerikaanse windmolen en via de Enge Wormer naar de Zaanse Schans terug naar het Zaandijkcomplex. Ik had de loopweerzin van Kuijper goed in de oren geknoopt en nog voordat we overstaken op de Leeghwaterweg gaf ik te kennen dat ik last kreeg van mijn spieren, waardoor ik het rondje Enge Wormer heb ervaren achterop de fiets van onze trainer.

In die periode was de nieuwe kantine net afgebouwd, ooit opgezet als ‘kleine sporthal’, waar met name de kleintjes zich konden vermaken met de bal. Eenmaal hebben wij daar getraind. Zitvoetbal, alle stoelen en tafels aan de kant en spelen, maar toen de laag hangende lampen regelmatig werden geraakt, werden we tot de orde geroepen door Nico Oeldrich, die medeverantwoordelijk was voor orde en veiligheid in de kantine. En nu, jaren later besef ik dat Nico volkomen gelijk had.

Het bestuur was niet te spreken over de resultaten die we behaalden in dat seizoen. Dus kwam men tot het besluit om niet verder te gaan met de trainer. Net in die tijd werd Kuijper getroffen door een pijnlijk ongeval van zijn zoontje. Het bestuur toonde begrip voor de miserabele toestand waarin Kuijper zich bevond en verlengde het contract met nog een jaar. Daarbij kwam ook nog dat we in dat seizoen opklommen naar een kampioenspositie, waaraan we helaas geen gevolg konden geven.

Het laatste jaar onder trainer Kuijper kregen we een oude bekende terug in het elftal. Na 13 jaar profvoetbal bij Heerenveen, Stormvogels, Ajax en Pittsburgh Phantoms kwam Cees Groot weer terug op de plek waar het allemaal voor hem begon. De enorme inzet van secretaris Roel Laduc had ertoe bijgedragen dat de KNVB het speelverbod (vanwege het deelnemen aan de illegale Amerikaanse competitie), dat Cees kreeg opgelegd, werd opgeheven. We hadden een topschutter terug, die op ongelukkige wijze z’n rentree beleefde met een enkelbreuk in een oefenwedstrijdje tegen De Meteoor in Amsterdam. Dus maanden uitgeschakeld. Nou was Cees toch vaak een pechvogel in zijn laatste blauwwitte jaren. Zo gooiden Zandvoortse onverlaten met steentjes, toen wij vanuit de tunnel kwamen om de Zandvoort-kuip te betreden. We stonden met tien man op het veld, alleen Cees ontbrak. Hij lag gestrekt voor de tunnel, getroffen door een steen waardoor hij de wedstrijd moest laten schieten.

Jan Stroo (1944) maakte als speler van 1963 tot 1975 deel uit van de selectie van ZVV Zaandijk.

Als kerstman verkleed op het veld (7)