In de Zaanstreek hebben we een aantal molens gekend die cacao hebben vermalen. Er waren erbij die hele bonen maalden en er waren er ook die in hun nadagen van hun bestaan cacao-afval van de fabrieken kochten, dit vermaalden, zeefden en weer verkochten als prima cacao.

Van het oorspronkelijke proces in de vroege cacaomolens is maar weinig bekend. Het is in ieder geval niet meer te vergelijken met wat er nu in de moderne fabrieken gebeurt.

Door Thijs de Gooijer

Een van de grote vragen die nu nog in de molenwereld speelt is “Hoe hield men het draaiende en malende gedeelte gangbaar bij lage temperaturen”. Cacao stolt beneden de 33 graden en in de molen was het altijd kouder. Omdat toen de boter grotendeels in de cacaomassa bleef zitten is het aannemelijk dat men cacaobroodjes maakte. Dat waren kleine broodjes cacao die men later in hete melk of water kon oproeren en met toevoeging van suiker, honing enz. er een aangename drank van maakte. Een drank die zeer voedzaam was en door verschillende artsen in die tijd ook als medicijn werd voorgeschreven bij algemene zwakte of lusteloosheid.

Een van die eerste molentjes was molen “De Cacaoboom”. Ooit heeft dit molentje op de grens van Koog en Zaandijk gestaan. Dat zou nu zijn op het terrein van de huidige cacaoreus Olam-cacoa. Deze kleine molen vermaalde korte tijd cacaobonen en later specerij, doppen en koffiestroop. De windvang was daar in Koog echter niet ideaal en het molentje werd afgebroken en later opnieuw opgebouwd ten zuiden van het Guispad naar Westzaan. Daar sloeg echter het noodlot toe.

Een van de eerste cacaomolens, Molen de Cacaoboom te Westzaan (1851-1900).

Het was erg koud die 16e februari in het jaar 1900. De kachel die nog eens extra was opgestookt veroorzaakte een rode gloed in de huiskamer die behaaglijk warm was. Een kledingrek stond zoals vaker het geval was voor de kachel opgesteld om de was te drogen. Het was buiten immers guur en koud. Door onbekende oorzaak is het volle wasrek in een onbewaakt ogenblik omgevallen tegen de gloeiende kachel aan. De kleding vatte direct vlam en zette de huiskamer al gauw in lichterlaaie. Er was geen houden aan en in een zeer korte tijd sloegen de vlammen brullend uit de ramen en deuren.

Gelukkig kon iedereen op tijd de molen verlaten, maar O wee… Een groot gevaar dreigde voor molen de Schoolmeester die niet ver daar vandaan stond en daar nog steeds staat gelukkig. De wind voerde een gevaarlijke vonkenregen in de richting van de papiermolen die op het rieten lijf kleine brandjes veroorzaakte. Men vreesde dan ook het ergste. Gelukkig waren de brandweerkorpsen op tijd gealarmeerd en door kloek optreden kon dit onheil worden voorkomen. De arme Cacaoboom echter brandde tot de grond toe af.

Vrijdag de 13e
Het getal 13 is een ongeluksgetal… dat geloven velen. Als de 13e dan ook nog op een vrijdag valt wordt het een aantal mensen teveel van het kwade en meldt men zich ziek of neemt een snipperdag. Vooral in Amerika is dit het geval. Maar hoe zit dit in de Zaanstreek?

Verfmolen de Uil in Wormer (1631-1899).

In molenkringen worden nog wel eens oude verhalen opgedist over die gedenkwaardige Vrijdag de 13e October in het jaar 1899. Het was warm geweest die dag en benauwd. In de avond betrok het en het gerommel in de verte voorspelde niet veel goeds. Het werd een felle, korte bui. Het weerlicht was aan alle kanten te zien, zware donderslagen deden de ramen trillen. Een bliksemschicht omstreeks half elf was wel heel fel en de oorverdovende klap kwam bijna tegelijkertijd. De mensen in Wormer wisten het direct; ergens hier vlakbij is hij ingeslagen. Toen even later de brandweer bellend voorbijkwam wist men al vlug waar het was. Het was verfmolen de Uil aan de Uilsloot. In de molen waren nog hout – en verfwaren opgeslagen. De molen verbrandde totaal maar was gelukkig goed verzekerd.

Een klein half uur daarna werd er alweer alarm geslagen. Nu kleurde de hemel boven Krommenie rood. Het was papiermolen de Mol aan de Vliet die was getroffen en in lichterlaaie stond. De brandweer moest machteloos toezien dat, ondanks hun inzet de molen en schuren in een hels inferno ten onder gingen. De molen was helaas niet goed verzekerd en het was een harde klap voor eigenaar Schotte en zijn werkvolk die nu naar armenzorg toe moesten.

Watermolen de Guit te Westzaan (1632-1899).

Maar nog was de beker niet leeg. Bijna gelijktijdig sloeg de bliksem met een daverende klap raak in watermolen “De Guit” te Westzaan die aan de Nauernasche vaart stond tegenover het buurtje Vrouwenverdriet. En ook hier was er geen blussen aan. Hoog sloegen de vlammen loeiend uit de molen… en brandde tot de palen af zoals dat heet. De molen was van de polder Westzaan en men rekende erop dat het gemaal Soeteboom de taak van de molen kon overnemen wat inderdaad het geval was.

Men sprak jaren later nog in de Zaanstreek van die verschrikkelijke Vrijdag de 13e… En in die verhalen kon men ook beluisteren dat precies een jaar daarvoor door een wonderlijk toeval ook al 3 molens waren getroffen door het hemelvuur, al bleven zij wel behouden. Het was toen ook de 13e al was het geen vrijdag.

De lezer mag zijn eigen conclusies trekken maar een feit is wel dat wereldwijd het getal 13 als een echt ongeluksgetal wordt gezien. Hoge kantoorgebouwen in Amerika missen soms de 13e etage, Die worden dan 12-B genoemd. Cruiseschepen hebben vaak geen cabine met nr. 13 en sporters weigeren ook vaak startnummer 13, André Hazes trad nooit op vrijdag de 13e op, en zo zijn er nog talloze voorbeelden te noemen van dit bijzondere fenomeen. In de Zaanstreek geeft vrijdag de 13e bij velen nog steeds een onaangenaam gevoel, al weten zij niet dat dit mogelijk is gekomen door die rampzalige dag in het jaar 1899…

Brand, bliksem en vrijdag de 13e (10)